De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Allerlei.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Allerlei.

2 minuten leestijd

Nieuwerwetsch Christendom. De letterkundige A. J. Hoogenbirk dichtte in het weekblad „Timotheus" als volgt:

De Christenheid in ouden tijd Kwam saam tot bidden, spreken, hooren, zingen.

De Christenheid van onzen tijd:

Komt saam in toon-en zangvereenigingen. Zij vindt haar Evangelium In 't Christelijk oratorium. Geen samenkomst wil meer gelukken. Zoo niet een zangkoor aan komt rukken. En zoo uw arbeid slagen zal. Zorg dan voor klank-en zanggeschal ! Straks zetten ze — dat lokt publiek — Den heelen Bijbel op muziek. Zoo huwt de godsdienst met de kunst, 'tKan zijn, maar ik vrees, dat bij zulk paren Geen der verbond'nen wèl zal varen. Dat is geen huwlijk in Gods gunst; Een vroomheid, die slechts boeit bij zang en spel en snaren ; Dat is we! godsdienst op zijn dunst!

SCHERP.

Twee eeuwen geleden schreef een bisschop der Engelsche Kerk een boek, waarin hij handelde over de maan, en hoe het er daar volgens zijn meening uitzag. Hij sprak van de bergen en van de dalen, trachtte te bewijzen dat de maan bewoonbaar was en zoo meer.

Het boek verwekte groot opzien. De een vond 't zotheid, en begreep niet hoe een verstandig man z'n tijd verspillen kon met zulke dwaasheden. Anderen daarentegen meenden dat de bisschop, die een zeer geleerd man was, toch wel gelijk kon hebben, althans ten deele. Weer anderen dorsten geen oordeel uitspreken, en nog anderen maakten den bisschop en zijn werk bespottelijk.

Tot deze laatsten behoorde ook een hooggeplaatst heer, een graaf, die dikwijls met den bisschop in aanraking kwam. Op zekeren dag toen dit weer het geval was, zeide de graaf spotlachend tot den bisschop :

„Eerwaarde heer, ik heb uw boek over de maan gelezen. Het is mooi en verhaalt ons nieuwe dingen. Maar nu een vraag. De wereld in de maan schijnt nog niet zoo kwaad te zijn, maar hoe moeten wij er komen ? Het is een verre reis, en men moet heel wat medenemen."

„Het verblijdt mij", antwoordde de bisschop, die heel goed begreep, dat de graaf hem bespotte, „dat mijn boek u genoegen gedaan heeft. Wat nu uw vraag betreft, die is gemakkelijk te beantwoorden. U hebt zooveel kasteelen in de lucht gebouwd, dat het u op de lange reis wel aan geen pleisterplaats zal ontbreken. Daar kunt u dan uitrusten en voorraad opdoen."

De graaf zei niets en droop verslagen af.

(De Heraut).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Allerlei.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's