De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

2 minuten leestijd

Steun voor het Tooneel.

De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen heeft aan zijn voornemen gevolg gegeven en den memorie-post voor een subsidie aan de Nationale Opera op zijne begrooting door een definitieven post tot een bedrag van ƒ20.000 vervangen.

Dat deze beslissing velen in den lande zal bedroeven en ook ons leed doet, zal niet nader behoeven gezegd te worden.

Men had mogen verwachten, dat de Minis ter, na het ernstige verzet dat uit de Kamer tegen zijn plan was gerezen, zoo zelfs dat bij een stemming de stemmen staakten, van zijn lievelings-denkbeeld had afgezien om uit 's Rijks middelen de dramatische kunst of wel het tooneel te steunen.

Om zijn voorstel, dat de Minister blijkens de Memorie van toelichting met volle vrijheid aanbeveelt, te kunnen doordrijven, heeft dr. de Visser de Rijkscommissie voor de dramatische kunst aan zijn zijde. 

Deze commissie heeft in haar onlangs uitgekomen eindrapport tot het subsidiestelsel aan het tooneel geadviseerd.

Een subsidie tot een bedrag jaadijks van b.v. ƒ 200.000 noemt de commissie geen onbescheiden eisch. Deze subsidie zou voor 75 % of ƒ 150.000 bestemd dienen te worden voor toelagen aan bepaalde tooneelgezelschappen en voor het overige zijn aan te wenden om langs anderen weg met andere middelen de dramatische kunst te bevorderen.

Het spreekt van zelf, zoo schrijft de commissie, dat de subsidieering aan voorwaarden moet gebonden worden. Die voorwaarden moeten naar hare meening zijn van ethischen, van financieelen en van socialen aard.

Tevergeefs zoekt men echter in het verslag naar eene bepaling, die het spelen op Zondag verbiedt.

Ook zal er een tooneel-commissie in het leven moeten geroepen worden, die zal behooren toe te zien, dat inderdaad de gestelde voorwaarden worden nagekomen.

Zoo heeft de minister dan voor de verdediging van zijn voorstel den sterken steun van de Staatscommissie, die in zijn grootst mogelijke meerderheid — voor één lid ging de commissie nog niet ver genoeg — den weg baande om voor het tooneel steeds dieper in de schatkist te tasten.

Wat dr. De Visser thans vraagt is nog maar een begin. Zoo straks zal aan de dramatische kunst het volle pond worden toebedeeld.

Ons Christenvolk zal dan van het tooneel met volle teugen kunnen gaan genieten.

Treurig is het, dat aan dit alles óók vier leden der Gereformeerde Kerken als leden der Staatscommissie hunne medewerking hebben verleend.

Hier wordt een stap door den minister gedaan die zeker niet in Christelijk-Historische richting gaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's