BESTRIJDING.
'k Ben bedolven In de golven Van mijn zonden en mijn schuld ; Alle dagen Moet ik klagen. Dat ik daarmee ben vervuld.„'k Sla de oogen Met meêdoogen Op een volk, dat Mij verliet ; Doch wier vragen Alle dagen Thans weer is : Verstoot ons niet." En dan buig ik En betuig ik Hem mijn diep' onwaardigheid ; Wijl mijn spreken Wordt een smeeken Om Zijn zegen t' aller tijd. Om in 't strijden Mij te leiden Op dat smalle pad, waar dan, Eenmaal 't einde Vrede zijnde Nooit geen strijd meer wezen kan.
Altijd weder Drukt mij neder 't Kwade waar 'k in heb geleefd ; d' Ijdelheden Van verleden. Waar ik steeds naar heb gestreefd.
'k Ben' niets waardig Dan 't rechtvaardig Oordeel Gods ; een eeuw'ge nacht; Daar verkeeren Waar 'k moet leeren, Wat Hij doet, die Hem veracht.
Deez' gedachten Ach zij brachten Mij der wanhoop vaak nabij ; Daardoor waren Vele jaren Donk're duisternis voor mij.
Maar toch zucht ik En toch vlucht ik Telkens weer opnieuw tot Hem, Die mijn ooren Nog laat hooren Met Zijn liefdevolle stem :
Waar geen zonde Wordt gevonden. Of een twijf'len aan mijn lot; Waar 'k zal buigen En betuigen Eeuwig lof en eer aan God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juni 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's