De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

7 minuten leestijd

REGLEMENT OP DE PREDIKANTS-TRACTEMENTEN.

In het voorloopig aangenomen Reglement lees ik art. 39

Aan predikantsweduwen die bij de invoering van dit Reglement weduwe zijn, wordt, indien de kas voor de predikantstractementen het toelaat, uitgekeerd een bedrag van ƒ 1500, na aftrek van wat zij aan pensioenen of uitkeeringen als predikantsweduwen genieten.

Bij het woord pensioenen denk ik :

1. aan het Rijkspensioen van ƒ 100—400 ;

2. pensioen van de burgerlijke of kerkelijke Gemeente naar ik meen Kampen, Haarlem Vlissingen, Arnhem enz.

Voor 1 en 2 hebben de mannen geen cent betaald.

Bij uitkeeringen denk ik :

3. aan de Synodale Weduwenbeurs, waarvoor alle predikanten hebben moeten contribueeren.

Deze drie vat ik saam onder den naam korting.

Maar er is ook nog een uitkeering van de Hulpweduwenbeurs en de Provinciale, Classicale en Ringweduwenbeurzen. Deze uit keering komt niet aan alle weduwen' ten goede, maar alleen aan zulke, wier mannen van die Beurzen lid waren, en er voor contribueerden.

Dit noem ik uitkeering.

Nu zijn er vier soorten van predikanten : A. die duizenden bezitten en rekenen voor hun weduwen niet te behoeven te zorgen.

B. die geen geld hebben, geen lid van eenige Beurs worden en dus niet voor hun weduwen zorgen, zoodat deze met ƒ O achter blijven.

C. die bij een Levensverzekering voor hun weduwen een jaargeld koopen.

De weduwen van deze drie krijgen ƒ 1500 min korting.

D. ook zijn er predikanten, die evenals C.' voor hun weduwe een jaargeld koopen maar bij de verschillende Beurzen, welke tamelijk evenwijdig loopen met de Levensverzekering. '

Dat jaargeld heet uitkeering, welke nog ' van de ƒ 1500 min korting moet worden afgetrokken.

Rekenen wij nu dat een predikant uit categorie ;

A. zijn weduwe nalaat een inkomen van ' ƒ 9000. ;

B. zijn weduwe nalaat een inkomen van , ƒ0.—'. I

C. zijn weduwe nalaat een jaargeld van | ƒ 660. :

D. zorgt dat zijn weduwe uit Beurzen (Arnhem, Nijmegen, Gouda) heeft 's jaars | ƒ 660. I

Dan heeft naar art. 39 om van te leven I wed. A. ƒ 1500 min korting plus ƒ 9000. de. B ƒ 1500 min korting plus ƒ wed. C ƒ 1500 min korting plus f 660, wed. D ƒ 1500 min korting min ƒ 660.

Waarom C en D verschil van ƒ 1320 ? Omdat C zoo slim was bij een verzekering te gaan en D de domlieid had naar den wensch der Synode van 1897 lid van de

Beurzen te worden. Is dat recht en billijk ?

Laat ieder, die voor zijn weduwe zorgde, protesteeren en van de Synode begeeren dat art, 39 zóó gewijzigd worde dat de uitkeering van de Beurzen niet worde afgetrokken. Bunnik. ds. Van Popta.

' Geachte Redactie ! ' '

Het ingezonden stuk van het predikant-lid geeft aanleiding U beleefd verzoeken onderstaande regelen op te nemen.

De noodtoestand waarin ongetwijfeld menig predikantsgezin verkeert, dringt Z.Eerw. om uiting te geven aan de gevoelens die hij omtrent het voorgestelde reglement op de predikantstractementen koestert.

Wij juichen het toe, dat allerwege de aan dezen noodtoestand gevestigd !

Er zijn helaas nog te veel kerkvoogden die te traag zijn in het bedenken en uitvoeren van middelen die tot verbetering van de tractementen kunnen leiden.

Zeker, er zijn soms vele bezwaren te overwinnen, alvorens het doel is bereikt. Eerw. duide het ons echter niet ten kwa­de de middelen heiligt.

Eerlijk gezegd, heeft de inhoud van het stuk ons verbaasd.

Op gevaar af, dat Z.Eerw. zegt, daar hebt gij stokpaardje no. 1 weer, vragen wij, of hetgeen in onze Statuten als doel van den Bond staat vermeld, n.l, het herstel van de plaatselijke Kerk, geen kracht meer heeft.

Het is waar, in deze tijden zijn de begripsveranderingen (ook verwarringen) bij zonder groot, maar toch vragen wij Z.Eerw. in allen ernst, moeten wij terwille van de tractementen gaan opofferen dat, wat onze Vaderen steeds als het middelpunt van onze Gereformeerde Kerkbeschouwing hebben voorgestaan en waarvoor ook een groot deel onzer actie is gevoerd ?

Z.Eerw. zegge nu niet Wat blieft ? Autonomie ? Laat dan een gereformeerde kerkeraad eerst beginnen m.et den modernen dominé van den stoel te weren als het vacature-tijd is."

Z.Eerw. weet wel, dat juist in die tijden menig kerkeraadslid en lid der Gemeente den druk van de Synodale organisatie het meest gevoelt en het verlangen naar den tijd waar in gezegd kan worden „het recht der Gemeente is in eere hersteld" sterker wordt.

Mogen wij dat wat steeds als grievend is gevoeld, ter wille van de thans voorgestelde regeling gaan consolideeren ?

Er moge „meer Synodaal bloed in onze aderen stroomen dan wij zelf wel eens wenschen te gelooven", maar dat een gereformeerd voelend lid onzer Kerk er toe over kan gaan om de Synodale banden vrijwillig nog meer te doen saamtrekken, gaat boven ons begrip.

Maar, zal Z.Eerw. zeggen, wat dan te doen ? De toestand kan onmogelijk zoo blijven. Zooals gezegd, zijn wij het met Z.Eerw. volkomen eens.

Wanneer wordt gezegd, dat de practijk vooral in de laatste jaren geleerd heeft dat de Gemeente (kerkvoogdij) voorziening in den nood der predikantsgezinnen te kort schiet, dan kunnen wij dit niet tegenspreken

Maar waar de oorzaak te zoeken ? Ligt het ook niet voor een groot gedeelte hieraan, dat de Gemeente zoo weinig begrip heeft van de saamhoorigheid en dat in het algemeen de predikanten er weinig aan gelegen laten liggen om te trachten het kerkelijk Ieven te verdiepen ?

Wat is de practijk van ons kerkelijk leven ? De Gemeente wordt overal buiten gehouden. Het college van kerkvoogdij hult hare zaken gewoonlijk in een waas van groote geheimzinnigheid. En de kerkeraden, houden die de Gemeenteleden ook veelal niet onkundig van dat gene, wat de leden recht hebben te weten ?

Men laat de Gemeenten niet meeleven en doodt daardoor ieder plichtsgevoel.

Het is onze vaste overtuiging, wanneer de ; besturende en beheerende Colleges hun roeping en plicht te dien opzichte beter gaan gevoelen en behandelen en bespreken in een vergadering van Gemeenteleden, die zaken die daarvoor in aanmerking komen, dat dan blijken zal, dat niet alle gevoel van plicht en roeping verstorven is, maar dat de Genieente het dan als haar zaak zal gaan beschouwen.

Wij hebben het practisch in Barneveld medegemaakt. Ook daar stond het College van Kerkvoogdij voor de vraag wat te doen „de tractementen van de predikanten moeten omhoog, maar waar het geld vandaan te halen."

In de Gemeente leefde de gedachte „de Kerk is rijk en heeft het dus niet noodig", zoodat er groot gevaar bestond dat de leden niet zouden willen offeren.

Het College heeft toen getoond, dat wanneer het geestelijke dingen betreft, er vertrouwen moet zijndat de Heere het wel zal maken en heeft de tractementen verhoogd, zonder dat de gelden er voor aanwezig waren.

Daarna heeft het in eene vergadering van Gemeenteleden (een ieder was daartoe uitgenoodigd) de zaken blootgelegd, toen laten zien dat de Kerk op geen stukken na bezat wat de Gemeente er van beliefde te vertellen en medegedeeld, hoeveel de uitgaven hooger waren dan de inkomsten.

Weliswaar is nog niet alles bereikt, maar het kan ook niet dat na een eeuwenlange verdooving in tijd van nog geen jaar alles zou groeien en bloeien. De collecten en andere bijdragen zijn echter meer dan verdrievoudigd.

Het tractement der predikanten is nog wel . niet geheel op peil, maar toch twijfelen wij er niet aan, of dit komt in Barneveld wel in orde.

Het komt ons voor, dat de Classicale Besturen hier uitstekend helpend kunnen optreden. Is het niet mogelijk, dat de Classicale Besturen contact zoeken met de kerkeraden en kervoogdijen. Laat in Gemeenten waar men dit noodig oordeelt in gecombineerde vergaderingen van deze Colleges, de financiëele toestand besproken worden en middelen beraamd om verbeteringen aan te brengen.

Wanneer dan in eene vergadering met de Gemeenteleden alles besproken en de Gemeente op haar roeping gewezen wordt, dan gelooven wij dat in de meeste gevallen het doel bereikt zal worden.

Wij zijn het dan ook volkomen met den Hoofdredacteur eens, dat de plaatselijke Gemeenten moeten gaan verstaan, wat plaat selijk gedaan moet worden naar uitwijzen van Gods Woord. En daarin moeten de besturen en beheerende Colleges voorgaan.

Barneveld, 14 Juni '20.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's