Uit de Pers.
In de Rotterdamsche Kerkbode schrijft ds. Landwehr het volgende artikel over de bewering, dat wetenschap en kunst op zich zelve genomen, nooit te veroordeelen zijn.
De gemeente des Heeren heeft een dure roeping tegenover de wereld. Zij moet zich niet van de wereld afzonderen, gelijk in de oude Kerk de monniken deden. Neen, zij is geroepen om, levende te midden van de wereld, altoos te toonen, dat zij niet van deze wereld is. Zij heeft een ander levensbeginsel, een andere levenswet, een ander levensdoel dan de wereld.
Als wij dit voorop stellen, moet men ons echter goed verstaan. Wij leven wel te midden van de wereld, hebben ook eene taak in die wereld, maar dat is wat anders dan de wereld te zoeken. -
De z.g.n. jongeren klagen in onzen tijd, dat de Kerk hun den weg verspert tot vele terreinen van wetenschap en kunst. Waarom genieten wij niet van het hoogopbloeiende cultuurleven ? Wij zijn van vele dingen afgehouden, die op zichzelve beschouwd, nooit zondig kunnen zijn, omdat zij vruchten zijn van Gods algemeene genade.
Diezelfde vragen komen ook in onze gemeente voor. De dienaren des Woords maken kennis met die vragen en vooral de opzieners in hun huisbezoek.
Het redebeleid is dan doorgaans als volgt.
Het hedendaagsche cultuurleven is sterk ontwikkeld. Op het terrein van de wetenschap en de kunst is veel te genieten. Waarom moeten wij daar ons van onthouden ? Wetenschappelijke lezingen, al gaat het ook over Bolsjewisme, kunstavonden met voordracht en voorstellingen, moeten wij die mijden ? Wetenschap en kunst, op zichzelve genomen, zijn toch van God. En zouden wij die dan voorbijgaan of verachten ?
Menigeen, die deze vragen stelt, gevoelt niets van de oppervlakkigheid dezer vragen. Wetenschap en kunst, op zichzelve genomen zijn nooit te veroordeelen. Maar, wil men mij eens aantoonen, waar wetenschap en kunst, op zichzelve genomen, voorkomen ? Zitten ze in de lucht ?
Neen, ze worden beoefend door menschen Juist, en weet ge nu wel, dat daar alles van afhangt ? Die wetenschap en die kunst komen tot u in een bijzonder kleed en onder een bijzonder licht. Ze worden beide doorgaans gebruikt in den dienst der wereld. Er spreekt een geest uit hun beoefening, die tegen God en onzen Heere Jezus Christus ingaat.
Moogt ge daarin behagen scheppen, of erkent ge, dat er terreinen zijn, waar gij als kinderen des verbonds niet thuis hoort ?
Gevoelt ge dat niet, dan beklaag ik u en dan is al uw redeneeren van „wetenschap en kunst als gaven Gods" ijdel. Niets anders dan een dekmantel, om uw begeerte vervuld te zien. Gevoelt ge, dat het waar is, wat ik zeide, dan zal het woord des apostels door u niet vergeten worden : heb de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is, zoo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. (1 Joh. 2 vers 15).
DE INTELLECTUEELEN EN DE KERK.
Spectator schrijft in het „Nieuws van den Dag, naar aanleiding van het dezer dagen gehouden congres voor Intellectueelen :
„Willen de intellectueelen in de Kerk terugkeeren, dan zal iets anders noodig zijn dan het houden van congressen, dan zal de Kerk zélf zich moeten aanpassen aan het modern tijdsbewustzijn. Dan zal allereerst de organisatie der Kerk zoodanig moeten worden, dat aan het ellendige gekibbel en den jammerlijken strijd der richtingen een einde komt. Want er is misschien niets, dat de van de Kerk vervreemde intellectueelen zoozeer tegen de borst stuit, als die eindelooze kerkelijke richtingsstrijd. Dan zal de prediking in de Kerken midden in het tijdsbewustzijn moeten staan. Dan zal op de kansels gesproken moeten worden in de taal van onzen tijd en in de begrippen van onzen tijd en zullen daar belicht moeten worden de groote vraagstukken, die de menschen van onze dagen bezig houden en die belichting zal veelzijdig moeten zijn en moeten geschieden door verschillende personen, dus niet uitsluitend door predikanten. En eindelijk dan zal ook de kerkdienst gewijzigd moeten worden. Dan zal deze niet langer moeen blijven uitsluitend leerdienst op dezelfde leest geschoeid als in de 17e eeuw en gehouden in kale, naakte kerkgebouwen, waar het 17e eeuwsche, strenge Calvinisme zich «luis voelde, maar dan zullen kerkdienst en kerkgebouw beide zóó ingericht moeten worden, dat zij niet slechts de verstandelijke, maar ook de aesthetische en mystieke behoeften van de menschen van onzen tijd bevredigen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's