De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Schuldgevoel.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schuldgevoel.

2 minuten leestijd

Mijn gansche jeugd is heengegaan, Met jagen, zoeken naar de zonden ; Geen liefderijk of streng vermaan, Heeft weerklank in mijn hart gevonden.

Ik wilde leven in het kwaad. Slechts zondendienst kon mij bekoren ; Ik lachte, spotte met den raad. Dien ik gedurig weer mocht hooren.

Ik haakte enkel naar 't genot. Dat mij de wereld wilde geven ; Ik toef de, 't liefste waar de spot. Met alle dingen werd gedreven.

Nu echter is de tijd vergaan. Dat ik in zondendienst kon leven ; Maar 'k leer nu ook met smart verstaan. Waaraan 'k mij vroeger heb gegeven.

Den tijd toch dat ik zou en moest, Verkeeren in dat zondig jagen ; Heb ik vernietigd en verwoest, Al mijne verd're levensdagen.

Want gansch den tijd dat 'k een bestaan, Kon vinden voor mijn later leven ; Is nutteloos voorbijgegaan. Is doelloos aan het kwaad gegeven.

Dat doet mij telkens met berouw, Op die verspilde tijden staren ; Bedenkend wat het wezen zou. Als 'k had gewild in vroeger jaren.

En dan 't ontdekken telkens weer, Hoe 't kwade waar ik in vertoefde ; Steeds bij vernieuwing meer en meer, Een liefdevollen God bedroefde.

Dien God, Die op mij nederzag. Mij Zijne zegeningen schenkend ; Gedurig weer van dag tot dag, In Zijn ontferming mij gedenkend.

Ach dat doet mij vervuld van smart, Op 't zondige verleden staren ; Dat doet mijn diepbedroefde hart. Gedurig denken aan die jaren.

Dat doet mij dagelijks het oog. Door bitt're tranen vaak verduisterd ; Weer smeekend heffen naar omhoog. Wijl mijne ziel de bede fluistert:

„Ach Heere, waardig ben 'k dat Gij, Mij zoudt vergelden al het kwade ; Maar ach vergeef die zonden mij, En schenk, ach schenk mij Uw genade."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Schuldgevoel.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's