Allerlei.
EEN SPROOKJE UIT HET LEVEN.
Ik droomde, dat ik in het hart der mens heen kon zien, daar, waar de werkplaats der gedachten is. En toen zag ik bij ieder, dien ik tegenkwam, dat hij iets bouwde. Mannen met grijs haar en droevige oogen, mannen in den bloei en in de kracht hunner jaren, teedere jongelingen, zelfs zwakken en zieken, allen hadden metselsteenen in de handen en bouwden. Ook de vrouwen arbeidden met de mannen onafgebroken dag en nacht. De kinderen zagen het van hunne ouders af en begonnen ook steenen te brengen en te bouwen. Toen kwamen er om mij heen wonderlijke en bijzondere gebouwen. Ieder bouwde voor zich alleen, zooals hij het goed vond.
Toen ik nauweuriger toezag, bemerkte ik, dat velen hunne steenen zonder orde of regel op elkander stapelden, en wat zij bouwden, had zin, noch stevigheid. Anderen, zelfs zeer velen, namen de steenen en legden ze in lange, regelmatige lijnen boven elkaar, vormloos en stijf en ik werd er niet uit wijs. Wat zij eigenlijk maakten. Dan waren er echter eenigen, die namen lederen steen met opmerkzaamheid in de hand, bezagen hem goed en legden hem op de rechte plaats, volgens een vast plan, en terwijl zij bouwden, kwam onder hunne handen een werk vol schoonheid en lieflijkheid te voorschijn.
Verwonderd zag ik op al dat werk neer. Toen zag ik iemand die ook toezag en ik vroeg dezen om eene verklaring van dien merkwaardigen arbeid. Hij zeide tot mij : gij ziet de menschen aan hun leven bouwen; de steenen zijn de uren, waaruit het is samengesteld. Er zijn drie soorten van bouwers. Velen werpen de steenen doelloos en zonder regel op elkaar, hun werk wordt nutteloos en leelijk. Vele anderen, die niet weten, dat ieder zijne bijzondere taak heeft, volgen de regels van eenen bouwmeester, die zedelijkheid heet. Hunne gebouwen zijn laag en lang uitgestrekt, zonder schoonheid en kracht. Maar zij, die lederen steen onderzoeken, en nadenken, eer zij hem gebruiken, staan in den dienst van den goddelijken bouwmeester, naar Wiens plannen zij de uren, de dragers van Zijne boodschap, gebruiken moeten ; deze alleen hebben het geheim hunner kunst begrepen. Zie slecht», hoe heerlijk hun arbeid is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juli 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's