ZIELEKLANKEN.
L
ZIELESMART.
Daar was een dag. Waarin ik zag, Dat 'k had Gods wet geschonden ; Geheel gerust, Met al mijn lust, Verkeerde in de zonden.
Toen kwam een nacht, Waarin 'k herdacht, Al wat ik had misdreven ; Terwijl gestaag Weerklonk de vraag : „Wil, Heere, 't mij vergeven."
Wat was het goed, Voor mijn gemoed. Te mogen ondervinden, Dat nu mijn hart, Al was 't vol smart. De zonde niet meer minde.
Was 'k nu maar stil, Naar 's Heeren wil, In dezen weg gebleven. De duisternis, Zou dan gewis, Voor mij zijn opgeheven.
Maar ach, mijn hart, Vergat de smart, Waar 'k eertijds in verkeerde, Slechts 's werelds eer, Was keer op keer. Al wat ik maar begeerde.
Daarom gebukt, Terneergedrukt, Moet ik nu daag'lijks zuchten : „Ach, dat ik weer, Gelijk weleer. Met smart tot U mocht vluchten."
De strijd is zwaar. En wist 'k nu maar. Dat 't einde goed zal wezen ; In mijn verdriet. Behoefde 'k niet. Zoo troosteloos te wezen.
't Is m' al zoo bang, Als 'k God zoolang Moet in den tijd ontberen ; Wat zal 't dan zijn, In d' eeuw'ge pijn, Met Hem niet te verkeeren.
Daarom roept 't hart. Gestaag vol smart. Vol kommer en vol zorgen, Waarin 't versmacht, Bij dag en nacht, Bij avond of bij morgen :
„Zie mijn verdriet, Gedenk toch niet, O Heere, al-het kwade ; Aanschouw de smart, Van 't schreiend hart. Betoon mij Uw genade."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juli 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's