Staat en Maatschappij.
RIJKSSTEUN AAN HET TOONEEL.
Bij het scheiden van de markt heeft de Tweede Kamer nog even gauw de subsidiepost van ƒ 20, 000 goedgekeurd ten behoeve van de Nationale Opera.
Terecht is tegen deze wijze van doen, om op het laatste oogenblik de Kamer voor eene zoo principiëele beslissing te stellen als waar het hier om ging, door de Anti-Revolutionaire Kamerfractie geprotesteerd.
De minister mocht sterk staan in zijn bev/eren, dat het ditmaal liep over een in beginsel goedgekeurden begrootingspost (des tijds met slechts één stem meerderheid aangenomen) door een werkelijken kredietpost te vervangen, maar hij vergat, dat bij de behandeling van deze begrootingspost uitdruk keiijk van de regeeringstafel was toegezegd geworden, dat de Kamer in volle vrijheid zou kunnen beraadslagen over de voorwaarden, die aan het verleenen van het subsidie zouden worden verbonden.
Een der voorwaarden, waarover het thans bij het haastig gevoerde debat liep, ging over het al of niet met rijkssteun spelen op den Zondag.
In de stukken was Minister De Visser gevraagd geworden om als voorwaarde aan 't subsidie aan de Nederlandsche Opera te verbinden, dat op Zondag geen uitvoeringen zouden mogen worden gegeven Het antwoord op die vraag was echter zeer onbevredigend. De minister verklaarde toch die voorwaarde niet te kunnen stellen, welk standpunt hij nader in het mondeling debat versterkte, door als zijn meening uit te spreken, dat, zoo de voorwaarde van Zondagsrust werd gesteld, de Kamer evengoed het subsidie zou kunnen afstemmen.
Daarbij wees de minister voorts op de omstandigheid, dat men niet heeft te vergeten, dat onder de Christenen een zeer verschillende beschouwing is over de Zondagsrust en de Zondagswijding.
Dit moge juist zijn — de Calvinistische beschouwing omtrent wat op den Zondag geoorloofd is of niet, gaat van strengere beginselen uit dan elke andere richting — maar het staat toch vast, dat de beide Protestantsche Christelijke groepen, althans in hunne programma's op 't stuk derOverheidsbemoeiing inzake de Zondagswet het eens zijn.
Zonder nog de zaak van de principiëele zijde te beschouwen, mag als algemeen be^ ginsel worden aangenomen, dat niemand op den Zondag de rust mag benomen worden, die men voor zichzelf begeert.
In „De Nederlander" van 8 Febr. 1919 schreef een Christelijk Historische kiesvereeniging : Er staat geschreven : Gedenkt den Sabbathdag, dat gij dien heiligt". En daarbij herinnerde die kiesvereeniging er aan, dat in artikel 10 van het program van beginselen staat: „De Overheid handhaaft het Christelijk Historisch karakter van ons volk door bevordering van de Zondagsrust", terwijl in de nadere beginselverklaring in art. II is te lezen : „Dat de Christelijk Historische Unie de bevordering van de Zondagsrust beschouwt als een der middelen tot handhaving van het Christelijk Historisch karakter van ons volk."
Aan dit alles werd herinnerd toen ook in de Kamer de Operakwestie aan de orde was geweest.
Onder dit stuk van de Christelijk Historische kiesvereeniging plaatste destijds de redactie van het blad een onderschrift, waarin deze passus voorkomt :
Zoodra men echter te doen heeft met het opleggen van wetten aan anderen wordt de zaak anders.
God heeft in Zijne wijsheid ons geboden gegeven „niet zwaar om te dragen." Om er naar te leven behoeft men niet de menschelijke natuur te verkrachten, of de goddelijke gaven — liefde tot de kunst b.v. — terzijde te stellen. Zelf heeft God voor allen de grenzen op zedelijk gebied vastgesteld in Zijn Tien Geboden. Daarom eischen wij, binnen de grenzen van den Staat, van allen eerbiedi ging van den Zondag, en stemde ook de Christelijke groep tegen de subsidie van de Speelterreinen, omdat wat de ministep niet genoeg bedacht schijnt te hebben, ook op Zondag wedstrijden gehouden worden, waar door menig arbeider zonder voldoende reden gedwongen wordt de Sabbathsrust te schenden."
Wat dit laatste betreft, zoo vragen we, staat het hier met de Nationale Opera, die thans rijkssubsidie zal ontvargen en toch op Zondag zal spelen, anders ?
Is hier verschil te constateeren met de rijkssteun, die de speelterreinen zouden genieten, en die, omdat met de wedstrijden den Zondag was gemoeid, de stem der Christelijk Historischen niet konden krijgen ?
Immers neen !
Maar mocht dan de minister wanneer hij zijn beginsel getrouw bleef het initiatief nemen om met rijksgeld steun te verleenen aan eene instelling die honderden menschen zal dwingen om op Zondag, misschien tegen hun zin, werk te verrichten ?
De Minister van Binnenlandsche Zaken diende onlangs een ontwerp van een nieuwe Zondagswet in. Maar wat hier de Minister van Onderwijs deed, is dit niet met dit ontwerp in flagranten strijd ?
Hier werd opnieuw een stap gedaan, die er toe leiden zal dat de Zondag in steeds sterker mate wordt ontheiligd.
Voor de zooveelste maal werden de Anti-Revolutionairen in de Kamer teleurgesteld.
Ons Christenvolk zal zeker met leedwezen van de houding van den minister hebben kennis genomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's