Uit de Pers.
In de Nieuwe Haagsche Courant lazen we et instemming het artikel dat we hieronder aten volgen :
TOONEEL-SUBSIDIE.
Jammer, dat er tusschen een deel der Chr. Historischen en ons een zoo groot verschil bestaat in beschouwing ten opzichte van de roeping der Overheid op het gebied van het tooneel.
Een debat dat Donderdagavond ten aanschouwe van het Nederlandsche volk tusschen Schouten en Minister De Visser werd gevoerd, waarbij de laatste geflankeerd werd door onze meest principiëele vijanden, moest niet kunnen bestaan.
Wij blijven in De Visser de onkieschheid wraken, om, terwijl de anti-revolutionaire partij een der hechtste steunpilaren is voor de politiek van hem en van het kabinet, niettemin dwars tegen het gevoelen dier partij in, een post tot subsidieering van de Nederlandsche Opera op een suppletoire begrooting te brengen.
We achten dit een groote politieke fout, die nog te meer in het oog springt, omdat ook een niet zoo klein deel van 's ministers eigen geestverwanten er niets van hebben moet. Niet weinig Christelijk-Historischen zijn met ons de meening toegedaan, dat de Overheid de dramatische kunst in geenerlei vorm heeft te subsidieeren.
Met veel handigheid heeft de minister, die Donderdagavond vooral hierom zoo zwak stond, omdat hij aan het te geven subsidie geen enkele voorwaarde verbond, telkens getracht om de zaak te vertroebelen, door het nu eens voor te stellen, alsof het bij Schouten om de voorstellingen op Zondag ging, en dan weer te pogen Schouten met Duymaer van Twist in tegenspraak te brengen.
Maar tegenover een debater als Schouten is, baatte dit den minister niet.
Het feit bleef, bestaan, dat hij, zonder het parlement in de gelegenheid te hebben gesteld de voorwaarden te bespreken, waarop eventueel tot subsidieering zou kunnen worden overgegaan, maar eensklaps mir nichts, dir nichts er voor zorgde, dat de Nederlandsche Opera ƒ 20, 000 ontving.
De anti-revolutionairen zijn tegen alle sub sidie aan het tooneel, maar moet ze eenmaal gegeven worden, dan wenschen ze bepaalde voorwaarden.
Diep treurig, en een schaduw werpend op de politieke werkzaamheid van het laatste jaar, blijkt het, dat na zooveel liberale ministers, die hun handen thuis hielden, nu eindelijk een Christelijk Historisch man voor goed het schip in een verkeerden koers gestuurd heeft.
En al zwaait nu de pers der beschaving en van het verlichte proletariaat hem allen lof toe, indien hij — en dat weten wij maar al te goed — toch per slot van rekening meer prijs stelt op wat Gods volk omtrent hem gevoelt, dan moet het parlementair sue. ces, dat hij tegenover Schouten behaalde, voor hem een bitteren bijsmaak hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's