Financiën.
Het verzamelen van gebruikte postzegels, capsules en zilverpapier is door vele vereenigingen ter hand genomen om hun inkomsten te versterken. Op initiatief van mej. Verbeek zijn we daar ook mede begonnen en wij hebben er geen spijt van gehad.
Zij zelve heeft zich eenige jaren hiervoor met een ijver ingespannen die boven allen lof verheven is en waarvoor wij haar nog gaarne onzen hartelijken dank betuigen.
Tot welk een bedrag dit kan leiden, wanneer alle belangstellenden hieraan medewerken, zal u uit de volgende cijfers blijken.
Het bracht op : in 1911 ƒ66.75, in 1912 ƒ190, in 1913 ƒ100, in 1914 ƒ215, in 1915 ƒ215, in 1916 ƒ230, in 1917 ƒ240, in 1918 ƒ 250, in 1919 ƒ 260. In 9 jaar tijds ƒ 1766.75.
Met het verzamelen van deze zaakjes van geringe waarde wordt wel eens gespot en gezegd : Ach het beteekent niets. Het goedje is veel te weinig waard. Maar zooals uit deze cijfers blijkt, is dat toch een som waar niet mee te spotten valt.
Er blijkt toch maar uit tot welke groote steun voor onze fondsen deze verzameling heeft medegewerkt.
Wij zijn er thans in geslaagd voor mej. Verbeek een opvolgster te vinden en stellen u als zoodanig voor
MEJ. JOH. DEN HARTOG
MALIEBAAN 70a, UTRECHT.
Dat de zetel van onze hoofdverzamelaarster in Utrecht gevestigd is, kan niet anders dan voordeelig zijn. Niet alleen hebben we aldaar een flinke afdeeling met talrijke leden, maar er wonen daar ook velen die onzen bond goed gezind zijn. Maar ook in de omliggende plaatsen zullen velen aan het verzamelen meedoen, die elk postzegeltje, elk stukje lood of zilverpapier als goud zullen bewaren. Ik denk daarbij ook aan Zeist met zijn reuzen afdeeling. De penningmeester van deze afdeeling (hij weet er nog wel niet van, maar dat is wel in orde) de heer van Stormbroek, stelt zich gaarne beschikbaar, om alles wat er in Zeist en omstreken bijeen te brengen is te ontvangen en naar de Maliebaan te transporteeren.
Ook reken ik op de hulp van alle penningmeesters van de afdeelingen om hetzelfde te doen. Ik zal bij gelegenheid de adressen daarvoor publiceeren. Ook is het noodig dat in elke plaats waar ons blad veel gelezen wordt, iemand is die als verzamelaar voor die plaats optreed. Dit is gemakkelijk en spaart zeer veel portkosten uit.
Wij komen hier later nog eens op terug! Onze juffr. den Hartog schreef mij o.a. : „Verder hoop ik het er spoedig druk mede te krijgen opdat ik ook op deze wijze (al is het dan in geringe mate) iets moge doen tot uitbreiding van Gods Koninkrijk." Ziet, zoo een moest ik er juist hebben, die niet tegen een beetje werk op ziet. Nu we zullen allen ons best doen en ik stel mij voor dat het vooral de eerste dagen pakjes zal stroo. men van allen die met ongeduld op het nieuwe adres hebben gewacht.
Wij moeten zorgen dat zij, die dit werk met zooveel moed begint niet teleurgesteld wordt en dat het eindcijfer op 1 December niet al te zeer beneden het vorige komt. Het zou zeer moedgevend zijn voor haar als het iets hooger was en ik zou er van zelf ook niet op tegen hebben.
Laat ons nu eens zien wat de post ons gebracht heeft.
Gouda, van R. ƒ1 voor het Leerstoelfonds.
Hazerswoude, van mej. B. Ruijs ƒ9.25, de inhoud van busje No. 73.
Elburg, door ds. D. Plantinga. „Geachte penningmeester. Bij mijn intrede alhier is er gecollecteerd : Een enveloppe met ƒ 10, waarvan ƒ 5 voor het Leerstoel-en ƒ 5 voor het Studiefonds en een enveloppe waarin ƒ 2, t.w. ƒ 1 voor het Leerstoel-en ƒ 1 voor het Studiefonds. Beiden met opschrift: Uit dankbaarheid."
Zegveld, van C. Bardelmeijer ƒ 4.46 uit busje no. 20 van de maand Juli en ƒ 2 mij ter hand gesteld van een vriend der Waarheid, tezamen ƒ 6.46.
Veenendaal, door ds. M. Jongebreur ƒ 53 aan geïnde contributie 1920.
Utrecht, van W. v. d. Sluijs, penningm. der afdeeling, ƒ 63.75 als geïnde contributie der leden na aftrek der 25 %.
En hiermede ben ik weder aan het eind van mijn opgaven voor deze week. Hartelijk dank.
Moge de Heere er Zijnen zegen niet aan onthouden.
De Penningmeester, J. C. FLIEHE.
Arnhem, Pels Rijckenstraat 28.
Tot Verbetering der pensioenen van N. H. Predikanten.
Dóör' dé Veréenigihg van Kerkvoogdijen is de volgende circulaire toegezonden aan alle Kerkvoogdijen :
„Naast het vraagstuk der traktementen van de predikanten en godsdienstonderwijzers is dat der pensioenen in den laatsten tijd steeds meer op den voorgrond getreden.
De Vereeniging tot verbetering der pensioenen van N. H. Predikanten is op dit gebied baanbrekend geweest en is sinds eenige jaren bezig door middel van pensioensverzekering aan de predikanten een behoorlijk pensioen te bezorgen.
Onze Vereeniging is zuiver kerkelijk. Zij draagt feitelijk een onderling karakter, d.w.z allé voordeelen komen ten slotte ten goede aan de leden, dat zijn de Kerkvoogdijen of Kerkeraden, die voor hun predikantsplaats een pensioensverzekering hebben gesloten.
Ons systeem gaat uit van de grondgedachte, dat voor iedere 40-jarige betaling van ƒ 10.— premie later ƒ 100.— pensioen wordt uitgekeerd. Indien dus thans iedere Kerkvoogdij ƒ 100.— uittrok voor het pensioen van haar predikant, zou er over 40 jaar geen emeritus wegens 40-jarige ambtsvervulling meer zijn, die niet ƒ 1000 pensioen genoot, behalve zijn rijkspensioen.
Of m.a.w. ons systeem is de oplossing der pensioenskwestie.
Thans verkeeren wij nog in de overgangsperiode. Indien dus thans voor iemand, die reeds 10 jaren in het ambt is geweest, nog 30 jaren betaald wordt, zal hij later 30|40 ste van zijn pensioen genieten enz. Ook is het echter mogelijk door een hoogere premie de verloopen 10 jaren alsnog bij te betalen. Ook andere vormen als b.v. inkoopsom in eens zijn bij ons mogelijk. Voor de predikanten, die reeds langer dan 20 jaren in dienst zijn, zal een kleine toeslagpremie moeten worden berekend. Bijzondere gevallen worden door onzen wiskundigen adviseur berekend.
Ons systeem berust op een wetenschappelijke basis. Het is daarom principieel verschillend van de tot nu toe gebruikelijke fondsen of beurzen en o.i. het eenige gezonde eri afdoende, dat denkbaar is.
Het aantal verzekerden schoot in het laatste jaar maar matig op. Dit werd geenszins veroorzaakt door gebrek aan belangstelling van de zijde der kerkbesturen voor de toekomst van den ouden predikant, doch omdat er allerlei plannen in de lucht hingen van een verplichte Synodale verzekering voor alle predikanten tegelijk. De kerkbesturen en ook de predikanten zelf waren dus geneigd om een afwachtende houding aan te nemen.
Door deze afwachtende houding maken wij echter het vraagstuk met ieder jaar moei lijker.
Die verplichte Synodale verzekering werkt nog lang niet. Niet, dat wij haar niet zeer zouden toejuichen, doch zij moet gebaseerd zijn op een algemeene en uniforme tractementsregeling en daarin zit juist de moeilijkheid.
De kerkvoogdijen kunnen ondertusschen reeds beginnen met de pensioenen van hun predikanten te regelen. Al Ttomt er dan te eeniger tijd een Synodale regeling op dat punt, zoo zullen de thans reeds aangegane vrijwillige verzekeringen zonder eenig bezwaar kunnen worden ingeschoven in zulk een Synodale regeling.
De kerkvoogdijen hebben dan het voordeel, dat zij thans reeds, wat betreft de pensioenen, hun begrootingen kunnen inrichten naar de toch op den duur niet te ontkennen eischen van den tegenwoordigen tijd, zoodat zij later niet plotseling voor alles tegelijk komen te staan.
En de predikanten hebben het voordeel, dat zij op het punt der pensioenregeling alvast tevreden kunnen zijn.
Tevens zal ieder jaar uitstel noodzakelijk de premie verhoogen. Wij geven u dus ernstig in overweging om onmiddellijk over te gaan tot het sluiten van een Ouderdoms-verzekering bij onze Vereeniging ten behoeve van uw predikant Wij zenden u op aanvrage bij den secretaris gaarne alle stukken toe. In aanmerking ne-| mende, dat het Staatsouderdomspensioen: voor predikanten als regel ƒ 600 bedraagt, , zouden wij een totaal pensioen van ƒ 2400 ; voor onze oude predikanten geen weelde vinden, blijft dus over bij ons te verzekeren ƒ 1800. Men is in de bepaling van het bedrag geheel vrij, doch dit bedrag is ons advies om zooveel mogelijk een algemeene regel te verkrijgen.
Ons systeem van verzekering is, als wetenschappelijk systeem, vanwege het Hoofdbestuur van den Bond van Predikanten door zijn eigen daartoe aangewezen deskundige onderzocht en in orde bevonden.
Onze wiskundige adviseur is dr. J. van Bruggen, te Goes, door wiens handen alle becijferingen gaan.
Wij dringen er dus nogmaals bij u op aan thans zoo spoedig mogelijk uw aanvrage tot ons te richten om een ouderdomsverzekering van uw predikant of predikanten te bekomen.
Nu rest ten slotte nog het moeilijke vraagstuk van de thans reeds bestaande emeritipredikanten en predikantsweduwen, die over het algemeen in zeer kommervolle omstandigheden verkeeren en die wij niet mogen vergeten. Reeds was er een gemeente, die door middel van onze Vereeniging een harer oude dienaren met een jaarlijksche toelage gedenkt. Daarbij spelen wij geen andere rol dan die van den kassier, die ontvangt en uitbetaalt en een kleine provisie rekent voor zijn bureaukosten.
Mochten ook andere gemeenten daarvoor voelen zoo zullen wij ons gaarne daarmee blijven belasten. Meestal zal het voorkomen, dat zulk een predikant meerdere gemeenten gediend heeft. Wil één van deze een jaarlijk. sche som storten tot verhooging van diens pensioen, zoo willen wij gaarne de moeite nemen van ons met de andere gemeenten, die hij heeft gediend, in verbinding te stellen, ten einde deze naar evenredigheid daar aan meedoen. , Ook op dat gebied zullen wij gaarne met u in verbinding treden ten einde aan de armoede van vergrijsde dienaren des Woords en hunne weduwen tegemoet te komen."
Het Bestuur der Vereeniging voorn.,
G. W. MORTIER, Wageningen, Voorz.
Mr. C. J. BARTELS, Groenlo, Secretaris
M. V. d. POL, Renkum, Penn.-Administr.
Dezelfde circulaire is ook toegezonden aan alle predikanten met het onderschrift :
„Bovenstaande circulaire is dezer dagen verzonden aan alle Kerkvoogdijen.
Wij maken u opmerkzaam op het volgende : We Kerkvoogdij sluit een collectief contract, d.w.z. zulk 'n verbintenis loopt steeds door en gaat automatisch over van lederen predikant op zijn opvolger.
Is de Kerkvoogdij echter niet genegen of niet in staat tot het sluiten van een pensioensverzekering, zoo kunt gij ook voor uw eigen rekening, en dus op uw hoofd, uw pensioen bij ons verzekeren ; het is het z.g.n. individueele contract. Deze laatste vorm komt meermalen voor als aanvullings-verzekering, dus als het collectief contract niet hoog genoeg is."
Het Bestuur, enz.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juli 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juli 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's