ZIELEKLANKEN.
Zielsverdriet.
Mijne ziel zou gansch haar leven, Aan den Heere willen geven. Dag aan dag, door niets gestoord ; Al haar jaren doen passeeren, In een vragen.en begeeren. Naar des Heeren dienst en Woord.
Maar in al die vuile zonden, Die mijn ziele zoo doorwonden. Vind ik telkens nog vermaak ; 'k Kan nog uren lang vertoeven, In wat haar toch moet bedroeven. Smart en pijn doen o zoo vaak.
'k Kan mijn tijd soms nog besteden, In 't genieten heel tevreden, Wat de wereld mij komt biên ; Daarheen gaan dan mijn gedachten. Daarvan wil 'k mijn heil verwachten, Daar geluk en vreugd in zien.
Zou dan al dat aardsch genieten, Mijne ziele niet verdrieten, Haar doen schreien telkens weer ? Zou, daar zij bij God wil toeven, 't Haar niet steeds opnieuw bedroeven, Als 'k mij tot de wereld keer ?
Daarom kent zij zelden vreugde. Bijna niets dat haar verheugde ; En wanneer zij daarbij ziet, Hoe door 't kwaad zij moet verkeeren. Verre van den Heer der Heeren, Dan toch kent zij slechts verdriet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's