Stichtelijke overdenking.
En de een riep tot den ander en zeide : „Heilig, heilig, heilig is de Heere der heirscharen ! De gansche aarde is van Zijne heerlijkheid, vol!” Jesaja 6 vers 3.
DRIE MAAL HEILIG.!
Jesaja 6 vers 3 vermeldt ons hoe hij als profeet door den Heere geroepen werd. Wij moeten. misschien meer denken aan eene bevestiging dier roeping. Hij was toch reeds profeet, toen koning Uzzia regeerde. En wat in Jesaja 6 staat, had plaats in het-sterfjaar van dien koning. Hoe dit zij, in ieder geval is de profeet door wat hij zag en hoorde geringer geworden in eigen oog, en in even sterke mate meer overtuigd van de oneindige grootheid van Hem, Wiens Woord hij heeft bekend te maken.
Groote dingen aanschouwde hij. Hij zag den Heere, zïttende op eenen hoogen en verheven troon, en Zijne zoomen vervullende den tempel. En zie, daar waren serafs, vuur. engelen. Zes vleugelen had elk, waarvan zij er twee gebruikten om hun aangezicht te bedekken. Zoo groot is 's Heeren heiligheid, dat de troonengelen, die dag en nacht als Zijn lijfwacht Hem omringen, hun aangezicht bedekken - moeten En hij hoort de een tot den ander roepen : Heilig, heilig, heilig, is de Heere der heirscharen ! De gansche aarde is van Zijn heerlijkheid vol !
Een gezicht in den hemel is den profeet gegund. Hij werd een wijle geplaatst op den dorpel van den tempel der heerlijkheid. Hij hoorde in de taal der engelen het prijzen van den Naam des Heeren. Daarvan is de hemel vol, tot in alle eeuwigheid. In Openbaringen 4 vinden wij „het drie-maal heilig" terug. Daar wordt het door Johannes vernomen, de profeet van het nieuwe Jeruzalem Maar wat dan opvalt is dat de gezaligden met welgevallen de woorden der engelen hooren. Zij antwoorden ook. Zij mengen hun stem in het lied der engelen, zeggende : „Gij Heere, zijt waardig te ontvangen, de heerlijkheid en de eer en de kracht." De engelen roepen, de menschen zingen ; onafgebroken goflt het geluid van den lof des Heeren rond om den troon Zoudt gij u, mijn lezer, thuis gevoelen in zulk eene omgeving?
Zeg niet lichtvaardig ; ja. Velen koesteren den wensch om in den hemel te komen, zonder dat zij leerden zich geheel te verliezen in het grootmaken van den Naam des Heeren, De hemel moet eerst in ons hart komen zullen wij in den hemel komen. Het beginsel van het zalig hemelleven moet in ons geboren worden. Het is er van nature niet. Juist het tegenovergestelde. De ontzettende werkelijkheid is, dat ons diep zondig hart van oogenblik tot oogenblik de onteering uitademt van den Naam onzes Gods. Niet het beginsel van den hemel is in ons. Wel het beginsel van de hel. Als ontdekkende genade ons te sterk wordt, gaan wij dit met smart belijden.
Wij weenen het uit, met bittere zielepijn, wijl de vreeselijke waarheid ons aangrijpt. Zij laat ons niet los. Zij werpt ons neer. Zij breekt alle zelfverheffing in ons. Deze waarheid, dat alles wat in ons is in strijd leeft met den rechtmatigen eisch van Hem, uit wiens hand wij leven. Of zou Hij geen recht hebben om van ons te vragen, dat wij Zijn lof zouden verkondigen, dat wij hemelsch zouden leven …? Wee mij roept de profeet uit, „want ik verga ! dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is ; want mijne oogen hebben den Koning, den Heere der heirscharen gezien." In den weg van wedergeboorte en bekeering wordt ook door ons dit „wee mij" van ganscher harte uitgesproken. Maar lees nu ook verder in ons hoofdstuk, om te weten hoe Jesaja er toe gebracht is om met blijdschap aan de heiligheid des Heeren te denken, haar met liefde den volke te verkondigen. Het beginsel van den hemel kwam in hem. Een seraf roerde met eene gloeiende kool zijn mond aan. Die kool was genomen van het altaar. Nu kon ook hij meedoen met de serafs, al was hij nog op aarde. Elk altaar in 't Oude Verbond is eene afschaduwing van Christus en Diens volkomen offerande. Als de Geest des Heeren ons in aanraking brengt met het kruis van Golgotha, wordt de heiligheid des Heeren, waarvoor onze ziel eerst met schrik vervuld was, ons eene zaak van innige blijdschap. Als de Heere niet zoo heilig was, zou Hij nooit Zijn eeniggeboren Zoon gegeven hebben, om zondaren te redden en te zaligen. De aanraking met Christus te beleven door het geloof, is tegelijkertijd zich onuitsprekelijk te verheugen in de heiligheid des Heeren. Er is dan een vermaak in de wet Gods naar den inwendigen mensch, om die heiligheid te verkondigen, om met woord en wandel er van te getuigen. De hemel wordt in ons hart geboren en met welgevallen beluisteren wij de sprake der engelen : Heilig, heilig, heilig is de Heere der heirscharen !
Geen van 's Heeren deugden wordt in de Heilige Schrift zoozeer geprezen als de heiligheid des Heeren. Wel wordt ons in het schoone boek der Schepping Gods almacht en wijsheid getoond en zijn ons alle schepselen, groote en kleine, als letteren, die ons Gods eeuwige kracht en Goddelijkheid te aanschouwen geven, maar van Zijn heiligheid lezen wij er niet in. Des te meer in het Boek der boeken, omdat ons daarin geopenbaard is wat noodig is tot onze zaligheid. Alle gezanten Gods roepen daarin elkander toe : „Heilig, heilig, heilig is de Heere der heirscharen !" Het Woord Gods is uit den hemel ; het is het eenige middel waardoor de hemel in ons komt, waardoor wij naar den hemel gevoerd worden.
De Heere is heilig als Formeerder van den mensch. Toen Hij den mensch schiep naar Zijn beeld, schreef Hij Zijn wet in diens hart Een heilig mensch is uit de handen van den Heilige voortgekomen. Het kon ook niet anders of het maaksel moest het stempel dragen van den grooten Maker.
Heilig is de Heere, ook als Wetgever. Er moest een wet van Hem uitgaan, zooals het licht moet uitgaan van de zon. De zon is niet denkbaar zonder haar gouden lichtstralen. De Heere zou geen God zijn als Hij door een wet niet zeide : wees heilig, want Ik de Heere uw God, ben heilig.
De Heere is ook heilig door het oordeel dat Hij uitspreekt, dat Hij volvoert, het oordeel over de zonde. Zijn oordeel over Sodom en Gomorra is er een bewijs van. Waarom is Judas als de zoon des verderfs, in zulk een ontzettenden dood neergezonken, ? Omdat de Heere heilig is Velen leven hier op aarde voort met gedachten van angst voor de eeuwigheid, soms van wanhoop en vertwijfeling en zóó sterven zij. Menigeen wordt op zijn sterfbed het angstzweet uitgeperst en zóó zinken zij weg in ; de verschrikking van den eeuwigen dood. De Heere is een heilig God en er gaat een gericht over de zonde van Hem uit, evenals ; het vuur zijn gloed uitzendt Waarom zou anders de Heere door Zijn Woord I den mensch haast smeekend vermanen zich tot Hem te bekeeren ? Waarom schrijft Paulus : „ik bid u, laat u met God verzoenen ? " Omdat de Heere een heilig God is en het vreeselijk is te vallen in de handen van den levenden God.
Onze woorden worden vaak genoemd als een bewijs van de drieëenheid Gods. Het kan dan ook niet bloot toevallig zijn dat de serafs „heilig" driemaal noemen. Ook de Zoon Gods is heilig, Hij, Die het afschijnsel is van Gods heerlijkheid en het uitgedrukte beeld van Gods zelfstandigheid. Er was niemand die Hem gedurende Zijne omwandeling overtuigde van zonde. Met zijn „wee u, wee u", geeselde Hij de schijnheiligheid der Farizeërs. Maar al had Hij geen woord gesproken, Zijn verschijning op zichzelf was één en al veroordeeling van de zonde. In den weg van Zijn verzoenend lijden en sterven heeft Hij voor Zijn Gemeente de zonde overwonnen; Hij is heilig in Zijn verheerlijking. De Hoogepriester van het Oude Verbond had op zijn voorhoofd deze woorden : de Heiligheid des Heeren. De groote Hoogepriester draagt in Zijn verheerlijking door heel zijn persoon deze woorden met zich. Hij is heilig in Zijn bidden. Als de Geest Gods in ons werkt, gaan wij wel veel bidden, maar wij worden biddende kleiner en wij gaan ook hoe langer hoe meer de verdienstelijkheid van ons gebed op zijde schuiven. Maar als wij dan weten gedragen te worden door het gebed van den verheerlijkten Heiland, bidden wij zonder op ons bidden te letten. Het heilig gebed van Christus is ons dan alles, alles ! Waarlijk, er ligt in het tweede „heilig" een Evangelieprediking. Het eerste alleen zou kunnen afschrikken. Maar de heiligheid van den Verlosser is toch rijke vertroosting voor arme, schuchtere zielen.
Ook de Geest is heilig. Hij draagt deze bij voeging in het bijzonder. Hij is heilig in zijn ontdekkende werking. Hij overtuigt van zonde, gerechtigheid en van oordeel. Hij wijst nauwkeurig het kwaad aan, zoodat wij van Zijnovertuiging niet los kunnen. Zijn aandrang is niet te weerstaan, Van dien Geest kan gezegd worden dat Hij doorgaat tot de verdeeling der ziel en des geestes en is een oordeeler der gedachten en der overleggingen des harten.
Heilig is Hij ook door de scheidingslijn te trekken tusschen het kostelijke en het snoode. Hij wijst zuiver aan wat er in ons hart is .dat uit God kwam, maar ook wat vleesch en bloed ons leerde. Maar boven alles is de Geest des Heeren heilig door de toepassing van het heilig werk van Christus aan het hart. Als ik weet dat Jezus' bloed mij reinigt van alle zonden, hoe stelt dan de Geest mij vrij van een wereld van ongerechtigheid, een wereld van boosheid, ook in mijn hart.
Geen wonder dat bij deze kennis de lof van een drieëenig God uit onze ziel opwelt. God boven ons. God met ons. God in ons.
Heilig, heilig, heilig is de Heere der heirscharen. De gansche aarde is van Zijne heerlijkheid vol.
Wij moeten bij deze laatste woorden niet denken aan de heerlijkheid Gods in het rijk der natuur. O zeker, zij is groot. Zijn heerlijkheid is in de zon en haar licht, in de ster. ren en heur banen, in wolken, regen en stormen, in de oneindigheid der zee, in de vastheid der bergen.
Maar het is niet waarschijnlijk dat de engelen hier in eens aan de werken der natuur dachten.
De gansche aarde is van Zijn heerlijkheid vol. Heerlijkheid is heiligheid. De heiligheid Gods is Zijn heerlijkheid.
In de oordeelen Gods die over de gansche, aarde zijn, in de straffen, waarin Hij de roede doet neerkomen over de zonde der wereld. En als de dood overal woedt, als eene bezoldiging der zonde, is dan de gansche aarde niet vol van de heiligheid des Heeren ?
Bovendien over de gansche aarde wordt verkondigd, naar 's Heeren bevel, het Evangelie. „Ik ben met ulieden" zoo was Zijn belofte. Ook hierin verspreidt zich des Heeren heerlijkheid weer, onder alle creaturen.
Er is heerlijkheid Gods in Zijn oordeelen. Er is heerlijkheid Gods in Zijn gezegende nabijheid.
En tenslotte zijn de engelen profeten. Zij zingen van een jubelende toekomst; van een toekomst vol heerlijkheid.
God bereide er onze zielen voor, zoolang als wij hier op aarde zijn. Eens zal de aarde ' vol zijn van 's Heeren kennis, zooals de wateren den bodem der zee bedekken. De gansche aarde zal een hemel zijn. En de een zal tot den ander roepen : Heilig, heilig, heilig is de Heere der heirscharen. De gansche aarde is van Zijn heerlijkheid vol.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's