ZIELEKLANKEN.
Zieleheimwee.
Mijn ziele schreit steeds keer op keer. Zij roept, zij zucht, zij kan niet rusten ; Omdat z' haar God mist, telkens meer. En wat zou zonder Hem haar lusten ?
Al wat zij hoort, al wat zij ziet, Niets is er dat haar kan bekoren ; Zij weent en schreit steeds van verdriet. Omdat z' haar Schepper heeft verloren.
Wanneer zij denkt: de ure komt, Dat ik het lichaam moet verlaten ; Dan is zij als van smart verstomt. Dan kan geen menschentroost haar baten.
Want dan aanschouwt zij d' eeuwigheid, Wijl zij gedenkt, vol angst en vreezen. Wat 't wezen zal niet slechts een tijd, Maar eeuwig buiten God te wezen.
Reeds nu al is 't haar zulk een smart. Om dagelijks te moeten wonen. Bij hen, die in het kwaad verhard. Haar Schepper smaden, last'ren, honen. En zal dan d' eeuwigheid voor haar. Een plaats zijn waar z' haar God hoort vloeken?
Zal zij dan immer wezen daar, Waar zij Hem nimmermeer kan zoeken ? Daarom toch schreit zij dag en nacht. En met een nameloos verlangen, Klinkt telkens weer opnieuw haar klacht : „Och, dat 'k mijn Koning mocht ontvangen."
Want zonder haren Schepper leeft Zij altoos weer in smart en lijden ; Slechts als zij Hem gevonden heeft. Kan zij verheugd zijn, zich verblijden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 augustus 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 augustus 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's