Uit de Synode.
IV.
In de 22ste en 23ste zitüng is, zooals we reeds voor een gedeelte konden melden, de kwestie van de groote Synode behandeld.
Uit de verschillende verslagen in de nieuwsbladen kunnen we helaas niet genoegzaam opmaken, hoe precies de redeneering geweest is en wat precies besloten is. We zullen trachten zoo goed mogelijk een overzicht te geven.
Uit de 22ste zitting melden we dan nog even dit:
Voortgezet werden de besprekingen over de voorstellen van prof. Slotemaker de Bruine over de groote Synode.
In behandeling komt allereerst art. 55 Alg. Regl., dat hij voorstelt te lezen : „De algemeene belangen der gemeenten behoorende tot de Ned. Herv. Kerk, zijn toevertrouwd aan de Algemeene Synode."
Nadat met 15 tegen 4 stemmen (gelukkig) verworpen is een voorstel-Eilerts de Haan, om het artikel aldus te lezen : „De hoogste wetgevende macht berust bij de Algemeene Synode", wordt artikel 55 met 10 tegen 9 stemmen aangenomen.
Tegen stemmen de leden : Van Druten, Eilerts de Haan, Tammens, Franke, dr. Deeleman, dr. Phaff, Scholte, Picard en de president, dr. Weyland.
In behandeling komt art. 56 al. 1—4 : „De Synode is samengesteld uit 30 predikanten en 15 ouderlingen, door de Classicale Vergaderingen en de Waalsche Reunie voor den tijd van drie jaar uit haar ressort te kiezen, met dien verstande, dat naar de in art. 34 voorkomende volgorde telkens twee vergaderingen een predikant en de derde een ouderling benoemen.
De telling vangt aan in 1922 bij Arnhem, in 1925 bij Nijmegen en zoo vervolgens. Behalve de gewone leden enz. gelijk in 56 al. 5 en 6." d
Deze verandering wordt aangenomen met 12 tegen 7 stemmen.
Hiermee is dus andermaal en nu met 12 tegen 7 stemmen principieel gekozen vóór een andere Synode dan we nu hebben en wel een Synode van 45 leden, als beter vertegenwoordigend de Kerk ; waarbij de Classicale Vergaderingen de leden der Synode zullen benoemen.
De benoeming van de leden door de kerkeraden is verworpen.
In art. 60 wordt aldus omschrevende taak der Algemeene Synode :
Dé Algemeene Synode stelt de reglementen vast, welke voor de geheele Kerk bindend zijn ; benoemt de leden der Algemeene Synodale Commissie, de hoogleeraren, den secretaris der Synode en den quaestor-generaal ; beraadslaagt over wat den bloei der Kerk betreft en neemt besluiten daaromtrent ; bespreekt en beoordeelt het verslag der Algemeene Synodale Commissie, geeft opdrachten aan de Algemeene Synodale Commissie.
Omtrent de administratie der bijzondere Kerk-, pastorie-, kosterij-en andere gemeentefondsen en de betrekking tusschen hunne bestuurders en de Kerkeraden, zullen nadere bepalingen worden ontworpen.
Als overgangsbepaling wordt gelezen : „De leden der Synode, die als zoodanig zijn gekozen, krachtens het vigeerend art. 56 Alg. Regl. treden af tegen den derden Woensdag van Juli 1922.
De verkiezing van de leden der Synode volgens het nieuwe art. 56 Algemeen Reglement heeft voor de eerste maal plaats op den laatsten Woensdag van Juni 1922."
Waar in de overige reglementen sprake is van de bestuurstaak der Synode, worden deze aldus veranderd, dat aldaar de Synodale Commissie wordt genoemd.
Vervolgens komen artikelen over de Algemeene Synodale Commissie.
Art. 64. De Algem. Syn. Commissie bestaat uit den president, den vice-president en den secretaris der Synode, benevens uit 7 predikanten en 5 ouderlingen, door de Algemeene Synode voor den tijd van 3 jaren te kiezen. Telken jare treedt een derde gedeelte af. De president, vice-president en secretaris ter laatste Synodale vergadering fungeeren ook bij deze commissie als zoodanig. De secretaris heeft een adviseerende stem.
Art. 65. De Algemeene Synodale Commissie :
vertegenwoordigt de Kerk en treedt voor haar in rechten op ;spreekt recht en bestuurt onder de ver-•schillende waarborgen, in dit Algemeen Reglement en in bijzondere reglementen vastgesteld ;beheert de algemeene kerkelijke fondsen en draagt de administratie daarvan onder haar toezicht op aan den quaestor-generaal ;geeft een overzicht van den staat der Kerk aan de Synode.is verantwoording schuldig ter eerste gewone Synodale Vergadering, wegens alles, wat door haar wordt verricht. Bij de raadpleging over de verantwoording heeft geen der Synodale leden, die tevens lid is van de Algemeene Synodale Commissie, een concludeérende stem ;voert de opdrachten der Synode uit ; waakt over de nakoming van alle kerkelijke reglementen en Synodale besluiten ; houdt een zoodanig toezicht op de administratie van kerkelijke goederen, als haar bij een reglement zal worden opgedragen ;behandelt de diaconale zaken, welke tot hare bevoegdheid behooren ;voert de correspondentie omtrent alle voorkomende zaken, met colleges van kerkelijk bestuur en beheer, met de vanwege de Kerk benoemde hoogleeraren in de Godgeleerdheid en met de Hooge Regeering ;het beslissen van geschillen over de uitlegging en toepassing van het Reglement op de Algemeene Weduwen-en Weezenbeurs der Ned. Herv. Kerk ;het toezicht op de archieven, volgens het Reglement op de kerkelijke archieven ;
Als overgangsbepalingen worden gelezen: De zittingstijd der leden van de Alg. Syn. Commissie, die zouden moeten aftreden, vol gens het vigeerend reglement art. 68, wordt verlengd tot den Isten September voor de jaren 1922, 1923 en 1924.
Deze artikelen worden zonder ingrijpende veranderingen voorloopig aangenomen.
23ste Zitting (Maandag 16 Aug.)
Voortgegaan wordt met de behandeling van de voorstellen van prof. Slotemaker de Bruine en wel de afdeeling over de rechtspraak. Daartoe worden art. 15 al. 6 en 7 van het Alg. Reglement gewijzigd, omdat er eene bijzondere commissie zal komen voor de rechtspraak. De alinea's worden aldus gelezen :
„Wordt de Alg. Synodale Commissie geroepen om hetzij in eersten aanleg, hetzij in hooger beroep uitspraak te doen, dan treedt namens haar de commissie voor de rechtspraak op, bestaande uit zeven leden, uit en door de Alg. Synod. Commissie gekozen voor den tijd van drie jaren, terwijl elk jaar één derde van de leden aftreedt. Indien van die uitspraak herziening wordt gevraagd, dan wordt de zaak voor de geheele Synodale Commissie gebracht, die einduitspraak doet."
Ook in al. 3 moet dan eene verandering worden aangebracht, n.l. dat het verzoek tot vernietiging vaii eene uitspraak van een Classicaal Bestuur of Provinciaal Kerkbestuur, alsmede van de commissie tot de zaken der Waalsche Kerken, wordt gedaan bij de commissie voor de rechtspraak uit de Algemeene Synodale Commissie, die in dezen uitspraak doet.
Na discussie wordt het aantal leden van de commisie voor de rechtspraak van 7 op 5 teruggebïacht en de cassatie zal blijven bij de geheele Synodale Commissie (Synode van 15 leden) en behoeft dus alinea 3 niet gewijzigd te worden.
De overige veranderingen worden aangenomen, (nadat de heer Eilerts de Haan er nadrukkelijk op gewezen heeft, dat er eene groote tegenstrijdigheid bestaat in de voorstellen-Slotemaker de Bruine. Hij maakt de .Synodale Commissie tot hoogste bestuur en zegt, dat deze souverein is, terwijl hij de Synode de bevoegdheid geeft opdrachten te geven aan de Synodale Commissie en deze aan de Synode verantwoording schuldig doet zijn. Zoo wordt dus de Synode toch weer het hoogste bestuur hetgeen tegen de bedoeling van den voorsteller zelven is, aan gezien volgens hem de Synode van ^5 leden alleen vertegenwoordigend lichaam zal moe ten wezen).
Aan de orde komt het rapport over de consideraties der Prov. Kerkbesturen en Classicale Vergaderingen inzake het z.g.n. vetorecht.
Prof. Slotemaker de Bruine wil graag het vetorecht zien vervallen, maar op grond van de ingekomen consideraties komt hij er toe, voor te stellen de voorloopig aangenomen wijziging van art. 62 en de slotbepalingen van het Alg. Reglement niet vast te stellen, doch haar opnieuw verbonden aan zijn voor stel inzake de groote Synode en de taak der Synode aan het oordeel der Kerk te onderwerpen.
Waar de Commissie van Rapport had voor gesteld het vetorecht te doen vervallen, wordt over deze conclusie het eerst gestemd. 14 stemmen zijn tegen en 5 stemmen voor. Daarna komt in stemming een voorstel van prof. Slotemaker de Bruine om „de wijziging van art. 62 en slotbepaling Alg. Regl. opnieuw met de voorstellen, inzake de grootere Synode aan de consideration en adviezen der Kerk te onderwerpen." Dit voorstel wordt met 12 tegen 7 stemmen aangenomen. De heer Eilerts de Haan stelt voor, voor wijziging in het Alg. Reglement te vragen twee derde der stemmen van de Synode. Dit wordt verworpen met 11 tegen 8 stemmen.
Aan het slot dezer moeilijke besprekingen over art. 56 en hetgeen er uit voortvloeide, dankt de president de rapporteurs, de h. h. Picard en dr. Van der Beke Callenfels.
24ste zitting (Dinsdag 17 Aug.) Het rapport van het Reglement op de Predikantstractementen komt thans aan de orde.
Prof. dr. Knappert juicht de regeling en uitvoering toe en zal, wat de richtingskwestie betreft, voor het reglement stemmen, ook al wordt het reglement op de filiaal-gemeenten niet verkregen. Hij beveelt het reglement aan.
't Is wel anders dan het eerst was, maar de wijzigingen zijn niet essentieel. Nu de hoofdelijke omslag en het hoofdgeld zijn vervallen en de gemeenten worden aangeslagen is de administratie veel eenvoudiger. In den Raad van Beheer komen nu ook leden van beheercolleges. De richtingskwesties zouden de gemeenten zelf kunnen regelen. De aanneming worde niet afhankelijk gesteld van een reglement op de filiaalgemeenten of. van de Deventer-motie. Prof. Slotemaker de Bruine wil zich van advies onthouden, maar erkent, dat doox de wijzigingen veel van zijn bezwaren zijn weggenomen.
De heer Bakhuizen van den Brink vindt het een kwaad verschijnsel, dat van de 1365 kerkvoogdijen slechts 200 op het verzoek om advies antwoordden. Hij vraagt zich wat de uitvoerbaarheid van het reglement betreft af, vanwaar de kosten voor de invoering en vanwaar de mannen voor het beheer zullen komen, waarbij de vice-president, ds. Zoete, zich aansluit. Deze acht wel eenige bezwaren weggenomen, maar ziet de zaak toch donker in, en heeft sympathie voor het voorstel-Slotemaker de Bruine.
De Quaestor-generaal, mr. Hogerzeil vraagt naar den rechtsgrond en hoe men zal optreden tegen onwillige kerkvoogdijen. Weigering van de approbatie op het beroep zou een paardenmiddel zijn, waarom aanneming van het Reglement op de Filiaal-gemeenten een middel zou zijn, om vele kerkvoogdijen gunstig te stemmen.
De heer Bom zou de uitvoering willen opgedragen zien aan de Provinciale Colleges van Toezicht en aan de Prov. Kerkbesturen. Ds. Bongers merkt op, dat het zwijgen van vele kerkvoogdijen aan verschillende oorzaken kan toegeschreven worden en dat de tegenstanders eer zullen geantwoord hebben dan de gunstig gezinden. Men late de richtingskwestie geheel buiten het reglement.
De heer Labouchère vraagt waar de gelden gevonden moeten worden voor de kostbare administratie. Ds. De Haan zegt: Elk Reglement heeft bezwaren, maar dit moet aangenomen worden ter voorziening in den nood. Het zal geen schipbreuk lijden al zouden vele kerkvoogdijen weigerachtig zijn. Een commissie zou een voordracht kunnen maken van leden voor den Raad van Beheer.
Ds. Tammens is van tegenovergesteld gevoelen, en is van oordeel, dat de kosten niet zullen meevallen. Het reglement is ten doode gedoemd, als niet aan de geestelijke belangen der minderheden van andersdenkenden wordt voldaan. Hij wil de Deventermotie beschouwd zien als een poging om het reglement te doen slagen. De richtingskwestie mag niet geheel uitgeschakeld blijven. Ook acht hij sommige predikanten met pastoralia benadeeld. Verder betwijfelt hij het, of het zoo aanmerkelijk gewijzigd regie ment wel aan de hoofdelijke stemming der Provinciale Kerkbesturen kan en mag onder worpen worden.
Ds. Franke is van een zelfde gevoelen, waarbij dr. Deeleman zich aansluit. Mr. Phaff behandelt de vraag of het regie ment nu aanstonds aan de hoofdelijke stemming kan worden onderworpen en wijst er op, dat de leden van den raad van beheer behoorlijk zullen moeten worden gehonoreerd.
Ds. Scholte oordeelt, dat de bezwaren wel te overwinnen zijn, wijl reeds nu de kerkvoogdijen telkens de tractementen verhoogen ; hij wil de richtingskwestie er buiten laten, terwijl ds. Picard verschillende bezuinigingen en combinatie van gemeenten betreurt, waardoor het geestelijk beginsel in het gedrang komt ten behoeve van het stoffelijk beginsel.
Dr. Van der Beke Callenfels is vóór het voorstel-Slotemaker de Bruine. Zullen door het Reglement de kerkvoogdijen zich laten dwingen om voor andere gemeenten te zorgen ? En als dan de lidmaten bedanken ? Kan de uitvoering niet geschieden door Beheerscolleges ? Hij vindt de instelling van den Raad van Beheer zéér bezwarend.
De heer Veenman meent in aansluiting aan ds. De Haan, dat de uitvoering zal meevallen. Ds. Van Druten wil de richtingskwestie-uitschakelen en verwacht, dat de oppositie overwonnen zal worden. De nood dringt. Van een mislukking moet de schuld vallen op de onwilligen.
De heer Sneep vereenigt zich met het gevoelen van den heer Bakhuizen. De nood in de pastorieën is te groot, dan dat de poging niet zou moeten worden gedaan. Intusschen stelt hij de vraag, of wegens een door de commissie voorgestelde wijziging in het Reglement op de Vacaturen, de Kerk niet opnieuw zal moeten worden gehoord.
Dr. Weyland is van gevoelen, dat het Reglement niet mag worden vastgesteld, alvorens de kosten zijn gevonden. Wat de bezuinigingen betreft, deelt hij de bezwaren van ds. Picard, en wijst hij bepaaldelijk-op het treurig lot, dat het rapport beschikt aan die predikanten, wier gemeenten onwillig zullen zijn. Dat zij zullen moeten omzien naar een andere gemeente, zooals het rapport wil, acht hij een raad, dien de Synode niet mag geven.
De rapporteur, ds. Eilerts de Haan, merkt op, dat de commissie rekening had te houden met de voorgestelde wijzigingen, om een aannemelijk en uitvoerbaar reglement te krijgen. De moeilijkheden, welke aan de invoering verbonden zijn, zijn inderdaad zeer groot. Aan elke centrale regeling zal in de Ned. Herv. Kerk groote moeilijkheid verbonden blijven. Zulk 'n regeling is noodzakelijk voor de onwillige gemeenten en voor de zwakke. Dat is door niemand betwist in de vergadering, welke de commissie heeft gehouden met de Colleges van Toezicht en van Beheer. Het bezwaar, dat de rechtsgrond zou ontbreken, is grootendeels in dit nieuwe reglement weggenomen, nu de hoofdelijke omslag, te heffen van de leden der gemeente, is vervallen. De voorgestelde dwangmaatregelen zullen streng moeten worden gehandhaafd. Daardoor zullen soms de predikanten zelven worden getroffen, doch dit kan in het nieuwe systeem niet worden voorkomen. Men vreest, dat van de medewerking van kerkvoogden niet veel is te verwachten. Maar de Vereeniging van Kerkvoogden (uit ± 500 kerkvoogden bestaande) is de vertegenwoordigster van vele kerkvoogdijen die niet hebben geantwoord. Die vereeniging verwacht krachtige medewerking. Een groot bezwaar is de Raad van Beheer en de administratie. Wil men een regeling, de geheele kerk omvattende, welke over millioenen gaat, dan moet er een groote administratie zijn. Daaraan ontkomt ook het voorstel-Slotemaker de Bruine niet. Het zal zeker even veel kosten dan de regeling van het ontworpen reglement.
De bezuinigingen in de uitkeering zijn te betreuren, maar noodzakelijkheid dwingt. De gemeente moet bijdragen naar draagkracht. De pastoralia mogen bij de berekening der draagkracht niet worden buitengesloten.
De vraag van de kosten aan de invoering van het reglement verbonden, heeft de aandacht der commissie gevestigd op verschillende middelen om daarin te voorzien.
De richtingen zullen tot elkander worden gebracht, als het reglement wordt ingevoerd. In het reglement zelf mag over de richting niet worden gehandeld. Het reglement op de Filiaal-gemeenten dient naast het reglement behandeld en aangenomen, opdat de zaak der predikantstractementen te beter moge slagen.
Er is geen bezwaar tegen 't onderwerpen van het reglement aan de hoofdelijke stemming. De grondbeginselen zijn niet veranderd.
Met op één na algemeene stemmen wordt de eerste conclusie van het rapport: het reglement met de daarbij gevoegde wijzigingen in andere reglementen vast te stellen en aan de hoofdelijke stemming van de leden der Prov. Kerkbesturen te onderwerpen, aangenomen. Prof. Slotemaker de Bruine houdt zich buiten stemming. De vice-president, ds. Zoete, van De Lemmer, stemt tegen
Aangenomen wordt zonder hoofdelijke stemming de tweede conclusie : om het ontworpen reglement op het Pensioenfonds opnieuw te stellen in handen van de Commissie ad hoc.
Bij de artikelsgewijze behandeling wordt een voorstel van den heer Sneep om inplaats van 12 tweejaarlijksche verhoogingen van ƒ 160 in art. 1 te lezen : 10 tweejaarlijksche verhoogingen van ƒ 100 en alzoo door de uitkeeringen te verlagen de kans van slagen te verhoogen, verworpen, evenals een voorstel van den .hr. Bom, om in art. 3 den Raad van Beheer te vervangen door de Provinciale Colleges van Toezicht en de Prov. Kerkbesturen. De artikelsgewijze behandeling wordt voortgezet.
25ste zitting (Woensdag 18 Aug.)
De artikelsgewijze behandeling van het Reglement op de Predikantstractementen wordt voortgezet. Op voorstel van prof. Slotemaker de Bruine wordt in art. 21 als aanvulling de bevoegdheid aan den Raad van. Beheer gegeven om aan een predikant tegemoetkoming te verstrekken, voor de schade, die hij zou lijden door den onwil zijner gemeente om het reglement na te leven.
Aan art. 21 wordt als 3de. alinea daarom toegevoegd :
„Aan den Raad van Beheer blijft de bevoegdheid om naar door hem te stellen regelen de volgens de 2e alinea gestorte bijdragen geheel of gedeeltelijk te doen ten: goede komen aan predikanten voor wie krachtens alinea 1 geen uitkeeringen zijn gedaan."
Bij art. 27 doet de secretaris het volgende voorstel : a. aan de commissie voor de consideratiën over het reglement op de predikantstractementen aan welke zij in den aanvang verzocht heeft overleg .te plegen met beheerscoUeges enz. te verzoeken : in overleg met dezelfde colleges middelen te beramen om Ie. te voorzien in de noodzakelijke kosten verbonden aan de invoering van het reglement op de predikantstractementen en 2e. zich te vergewissen van de mogelijkheid tot aanstelling van een directeur en tot instelling van den Raad van Beheer ; 3e. daarvan verslag te doen vóór 15 Oct. a.8. aan de Algemeene Synodale Commissie ; b. aan de Algemeene Synodale Commissie op te dragen kennis te geven aan de Provinciale Kerkbesturen, met het oog op de eindstemming van het resultaat;
c. Mocht het resultaat ongunstig zijn, aan de Algemeene Synodale Commissie op te dragen het in werking treden van het reglement op een later en datum dan 15 Jan. 1921 te stellen.
Dit voorstel om dus nader overleg te plegen met afgevaardigden van beheerscollege» omtrent de uitvoering van het Reglement, wordt aangenomen.
Een paar noodig geworden wijzigingen in het Reglement op de Vacaturen, voortvloeiende uit het Reglement op de tractementen, worden goedgekeurd.
Het gewijzigd reglement op de predikantstractementen wordt hierna met algemeene stemmen en adviezen aangenomen met dank aan de commissie en inzonderheid aan den rapporteur voor den hoogst belangrijken arbeid, waarvan het reglement de vrucht is. Ook aan dr. Hohverda zal dank worden gebracht voor zijn medewerking daaraan verleend.
We laten hier enkele bepalingen uit het reglement volgen :
Art. 1.
Het minimum-predikantstractement bedraagt :
a. een aanvangstractement van ƒ 2500 voor gemeenten met minder dan 1500 leden per predikantsplaats ; ƒ 3000 voor gemeenten met 1500 tot 3000 leden per predikantsplaats ; ƒ 3500 voor gemeenten met meer dan 3000 leden per predikantsplaats.
b. vrije woning of vergoeding daarvoor.
c. twaalf tweejaarlijksche verhoogingen van ƒ 160.
d. kindergeld voor kinderen tot 6 jaar ƒ25 ; voor die van 6 tot 12 jaar ƒ 50 ; voor die van 12 tot hunne meerderjarigheid naar de burgerlijke wet ƒ 100 per kind.
In gezinnen met meer dan 3 kinderen wor den de kindergelden met 50% verhoogd voor het aantal kinderen, waarmee het drietal wordt overtroffen van de vierde af gerekend ; voor kinderen, die tot den gevestigden stand zijn gekomen wordt geen kindergeld meer genoten. Onder gevestigden stand wordt verstaan het hebben van een inkomen van op zijn minst ƒ 800.
Art. 2.
De bepaling van art. 1 a geldt niet van gemeenten met minder dan 100 leden.
Art. 3.
De klassificatie van de gemeenten, bedoeld in art. 1 a wordt om de vijf jaar herzien door den Raad van Beheer.
Art. 4.
Ter verkrijging van tweejaarlijksche verlioogingen wordt in rekening gebracht de geheele diensttijd van den predikant.
De jaren, die een predikant als hulpprediker heeft gediend, tellen mede bij de berekening van zijn recht op verhooging.
Art. 6.
De gemeenten verstrekken het minimumaanvangstractement met vrije woning of ver goeding daarvoor, bedoeld in art. 1 a en b. Zij vinden dit door het rijkstractement, de inkomsten uit pastoriegoederen en andere bezittingen en rechten, bepaaldelijk bestemd voor het predikantstractement, de inkomsten uit de kerkegoederen en verder door die middelen, die zij zelf het meest verkieselijk achten.
Eerst wanneer eene gemeente niet bij machte is ihet minimum-aanvangstractement inet vrije woning of vergoeding daarvoor bijeen te brengen, kan eene toelage worden verkregen uit de kas voor de predikantstractementen.
Art. 7.
Uit de kas voor de predikantstractementen worden de verhoogingen en de kindergelden genoemd in art Ic en d. betaald.
De kas voor de predikantstractementen.
Art. 8.
De kas voor de predikantstractementen wordt gevormd door :
a. bijdragen van de gemeenten ;
b. andere middelen.
Art. 9.
De bijdragen der gemeenten worden bepaald naar hare draagkracht. Hierbij wordt rekening gehouden met de inkomsten uit kerkegoederen en pastoriegoederen, en de inkomsten van de leden der gemeente, maar ook met hetgeen de gemeeenteleden voor de behoeften van de eigen gemeente moeten opbrengen.
Gemeenten, die bezwaar hebben tegen de van haar geëischte bijdrage, kunnen zich beroepen op den Raad van Beroep.
Art. 10.
De vaststelling en de inning van de bijdfagen voor de kas van de predikantstractementen wordt geregeld in een afzonderlijk reglement, door den Raad van Beheer te on werpen en 'door de Synode goed te keuren.
Art. 11.
Er bestaat een Raad van Beheer. Hem is ogedragen :
a. het beheer van de kas voor de predikantstractementen ;
b. de vaststelling van de bijdragen door tie gemeenten te betalen ;
c. de bepaling van de uitkeering uit de kas volgens art. 6 al. 2.
De Raad van Beheer is rekenplichtig aan de Synode.
Art. 12.
De Raad van 'Beheer bestaat uit 7 personen. Zij worden benoemd door de Synode, 3 naar vrije keuze, 2 uit een voordracht van net Alg. College van Toezicht, en 2 uit een voordracht van de Vereeniging van Kerkvoogdijen.
De leden van den raad hebben 7 jaar zitting. Ieder jaar treedt een hunner af volgens een op te maken rooster. Zij zijn herkiesbaar
De zittingstijd der leden, die volgens den rooster moeten aftreden in de eerste 6 jaar, wordt dienovereenkomstig verkort.
Art. 13.
Als hoofdambtenaar benoemt de Raad van, Beheer een directeur. Zijne instructie en bezoldiging worden vastgesteld door den Raad van Beheer.
Art. 18.
Art. 18. Uit de kas voor de predikantstractementen worden de volgende uitkeeringen gedaan : 3' de toelagen bedoeld in art. 6, al. 2 ; b. de tweejaarlijksche verhoogingen, bedoeld in art. Ic ;
c. de kindergelden, bedoeld in art. ld.
Art. 19.
Kerkvoogden van gemeenten, die in aanmerking komen voor het ontvangen van eene toelage, bedoeld in art. 18a, wenden zich met een verzoekschrift tot den Raad van Beheer. Zij verstrekkenhem daartoe alle gewenschte bescheiden en inlichtingen.
Geen toelagen worden verleend, indien de gemeenten zich niet verbinden de bepalingen van dit Reglement na te komen.
Art. 20.
Gemeenten met minder dan 100 leden ont vangen geen toelagen, bedoeld in art. 18a.
Art. 21.
De uitkeeringen, bedoeld in art. 18a, b en c, worden niet gedaan voor predikantsplaatsen en gemeenten, die de bepalingen van dit Reglement niet nakomen.
Gemeenten, die het recht op uitkeering niet terstond hebben verkregen, of tijdelijk hebben verloren omdat zij niet voldaan hebben aan hare verplichtingen, kunnen in het genot daarvan worden gesteld of hersteld, indien zij het totaalbedrag der achterstallige bijdragen aan de kas voor de predikantstractementen, vermeerderd met eene rente van 4 pet. in de kas storten.
In bijzondere gevallen kan hiervan geheel of gedeeltelijk dispensatie worden gegeven door den Raad van Beheer.
Art. 22.
Ook worden geen uitkeeringen, bedoeld in art. 18a b en c gedaan voor predikantsplaatsen in gemeenten, die naar het oordeel der Synode met eene andere gemeente behooren gecombineerd te worden, en voor predikantsplaatsen, die naar het oordeel der Synode kunnen worden opgeheven.
In beide gevallen wint de Synode het oordeel der betrokken kerkeraden, Classicale Besturen en Provinciale Kerkbesturen in.
Art. 23.
Voor nieuwe predikantsplaatsen in bestaande of in nieuwe gemeenten, gesticht na de invoering van dit Reglement, wordt eerst het recht op de uitkeeringen, bedoeld in art. 18 a b en c verkregen, indien de Synode dit goedkeurt, na den raaid van beheer te hebben gehoord.
Art. 24.
Aan predikanten van zoogenaamde gestichtsgemeenten worden geen uitkeeringen uit de kas voor de predikantstractementen gedaan.
Predikanten voor de vervulling van bijzon dere werkzaamheden komen voor de uitkeeringen alleen in aanmerking met goedkeuring van de Synode.
Art. 25.
De uitkeeringen uit de kas voor de predikantstractementen geschieden door tusschenkomst vah kerkvoogden.
De betaling geschiedt per drie maanden. Kindergelden volgens art. 5 worden betaald aan rechthebbenden.
Art. 26.
Heeft een gemeente het tractement van een bij de invoering van dit reglement dienst doenden predikant vóór 1 Juli 1920 gebracht boven het in dit reglement voorgeschreven minimum-aanvangs-tractement, genoemd in art. 1 a met vrije woning, genoemd in art. 1 b, door middelen, verkregen uit hoofdelijken omslag, vrijwillige bijdragen, collecten en huur van zitplaatsen, dan kan van het surplus worden afgetrokken, dat bedrag, hetwelk de predikant aan vethoogingen en kindergelden ontvangt, maar niet meer dan de bijdrage aan de kas bedraagt.
Art. 27.
Dit Reglement treedt in werking 15 Januari 1921, met dien verstande, dat de betaling van de bijdragen aan de kas voor de predikantstractementen en de uitkeeringen daaruit beginnen in 1922.
Gemeenten, die niet bij machte zijn in 1921 te voldoen aan de bepaling van art. 1 a. kunnen daarvan dispensatie verkrijgen van den raad van beheer.
Indien de stand der kas niet toelaat alle uitkeeringen, bedoeld in art. 18 b en c volledig te doen, geschieden zij voor allen ponds-ponds gewijs.
De raad van beheer kan hiertoe besluiten na goedkeuring van de Synode.
Door 2 leden der commissie is voorgesteld in verband met het reglement op de predikantstractementen, nu het reglement op de filiaal-gemeenten ingediend door de Vereeniging van Vrijzinnig-Hervormden, voorloopig aan te nemen. Prof. Knappert zegt, dat het tot zijn spijt, daarvoor te laat is. Prof. Slotemaker de Bruine acht het bovendien minder urgent, nu de richtings-kwestie in 't Reglement op de predikantstractementen op den achtergrond is geraakt, wijl de heffing van de gemeenteleden op de gemeenten is gelegd. Ds. Eilerts de Haan acht het in behandeling nemen gewenscht. Met 12 tegen 7 stemmen wordt besloten het thans niet te behandelen.
Een waardeerend schrijven aan de Commissie van Bijstand voor de Weduwen-en Weezenhulpbeurs, gesteld door ds. Eilerts de Haan, wordt goedgekeurd.
Een verzoek van den kerkeraad van Hoogebeintum, dat de kerkeraden ook getuigenissen van zedelijk gedrag aan niet-Hervormden moeten afgeven, wordt overeenkomstig het rapport van den vice-president voor kennisgeving aangenomen.
Tot secundus van den secretaris wordt uit de sollicitanten benoemd ds. G. J. van der Flier te Oostmarsum. Tot lid van het Alg. College van Toezicht wordt herbenoemd de president en tot diens secundus dr. Van der Beke Callenfels. In plaats van den president wordt in de commissie voor de predikantstractementen en pensioenen benoemd ds. A. de Haan.
26ste zitting (Donderdag 19 Aug.) Van deze laatste zitting kan het volgende gemeld :
Aan de orde komt een rapport van Prof. Knappert over een verzoek van den Kerkeraad te Tiel, om te vernemen of predikanten, die het manifest van den Bond van Revolutionaire Intellectueelen hebben onderteekend, ieder individueel van oordeel zijn, dat het wenschelijk is, dat de Kerk verdwijne.
De minderheid der commissie is van oordeel, dat men, met betrekking tot dit verzoek moet overgaan tot de orde van den dag, omdat de zaak niet voldoende is voorbereid.
De meerderheid wil door een schrijven in het Weekblad de aandacht der Besturen op deze zaak vestigen.
De conclusie der meerderheid wordt aangenomen.
De heer Bom rapporteert over een verzoek van het hoofdbestuur van den Bond van Predikanten om aandacht te wijden aan het onttrekken van gelden aan hunne bestemming ad pios usus.
De commissie wenscht een schrijven in het Weekblad, om de aandacht der Besturen daarop te vestigen. Besloten wordt deze zaak op te dragen aan de Algemeene Synodale Commissie.
De heer Bongers rapporteert over een verzoek van het college van diakenen te Delfshaven om in het Algemeen Reglement te bepalen, dat in de Classicale en Provinciale Kerkbesturen alsmede in de Synode ook diakenen zitting zullen hebben omdat ook in die besturen diaconale zaken worden behandeld.
De commissie acht geen termen aanwezig om aan dat verzoek te voldoen, waarmede de vergadering zich vereenigt.
Prof. Slotemaker de Bruine brengt ter tafel de eindredactie van art. 56 al. 1—4 van het Algemeen Reglement en van zijn voorstellen.
Eveneens geeft hij de eindredactie van wijzigingen in de kosten van bestuur, n.l. om de kosten van bestuur te laten bepalen door de Synode of in opdracht van haar door de Algemeene Synodale Commissie, opdat voortaan voor elke verandering in de kerkelijke kosten, niet meer de langdurige weg van wetsverandering behoeft te worden gevolgd.
De heer van Druten, die wegens a.s. .emeritaat niet meer in de Synode zal komen, spreekt een afscheidswoord, waarin hij dank betuigt voor alle hartelijkheid, die hij heeft mogen ervaren.
Na resumptie der notulen van de laatste zitting wordt de vergadering met de gewone plichtplegingen en gebed door den President gesloten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's