De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

6 minuten leestijd

Geachte Redactie,

Namens de onderteekenaars van het navolgend verzoekschrift aan de Generale Synode te Leeuwarden, te houden 23 Aug. v.v., heb ik de eer, U een afschrift daarvan te zenden, met beleefd verzoek, het in 't eerst volgend nummer van Uw blad op te nemen.

Hoogachtend, Uw dw., L. LINDEBOOM.

Kampen, Aug. '20.

L. S.

Ter begeleiding van een kleine verzameling Nieuw-Testamentische Kerkliederen wordt aan de komende Generale Synode van „De Gereformeerde Kerken in Nederland" het na volgende verzoekschrift gezonden, door de heeren Mr. A. J. L. van Beeck Calkoen te 's Hage ; ds. H. C. van den Brink te Zandvoort; ds. S. Huismans te Doetinchem ; dr, j. G. Geelkerken te Amsterdam (Zuid); prof L. Lindeboom te Kampen; Joh. van den Berg C. Besselaar, H. Robijn en H. j. ToUig te Rotterdam ; dr. B. Wielenga te Amsterdam en mevr. wed. J. C. Brummelkamp—Esser, allen behoorende tot den Kring van Belangstellenden ter verrijking van Ons Kerkgezang.

Afschrift.

Aan de Generale Synode van „De Gereformeerde Kerken in Nederland", vergaderd te Leeuwarden, 23 Aug. v.v. 1920.

Eerwaarde vergadering,

Ondergeteekenden, allen belijdende leden van de Gereformeerde Kerken in Nederland, nemen de vrijheid, U aan te bieden 'n kleine verzameling van Nieuw - Testamentische Kerkliederen, met het bescheiden en dringend verzoek, deze aan te bevelen voor gebruik, nevens de Psalmen en „Eenige Gezangen", in de onderlinge bijeenkomst der gemeente, indien en voor zoover ze door onderzoek van Uwentwege zullen bevonden zijn zuiver Gereformeerd en door inhoud en vorm, desnoodig gewijzigd, vermeerderd of verminderd, voor Kerkgezang geschikt te wezen.

Na al wat in den boezem onzer Kerken over de behoefte aan het Nieuw-Testamentische Kerklied is gesproken en geschreven, moet, onzes inziens, nu wel de tijd geacht worden gekomen te zijn, dat de Synode maatregelen berame om de Kerken, die dit begeeren, in staat te stellen, meer dan tot dusver, de vervulling van de beloften, profetieën en schaduwen van het Oude Testament, „het Nieuwe Testament in Mijn bloed", te bezingen, in de nieuwe taal der bedeeling des Heiligen Geestes, die door den verheerlijkten Zaligmaker is uitgestort en inwoont in de gemeente. Van dien Geest heeft Jezus getuigd: „Die zal Mij verheerlijken" en aan de apostelen beloofd : „Hij zal u in al de waarheid leiden." Door dien Geest heeft Hij ons de boeken des Nieuwen Testaments gegeven; door dien Geest werkt Hij het geloof, vergadert Hij Zijne gemeente en bezorgt Hij voortdurend de voor haar leven en arbeid onmisbare krachten, gaven en ambten in haar. Zouden nu de Kerken verantwoord kunnen zijn voor God en Zijnen Christus, wanneer zij de gemeente niet meer en meer opwekken tot en leiden en sterken in de verheerlijking van haren gekruisten en gekroonden Borg en Middelaar, Verlosser en Koning, zoowel in het gezang als in de prediking en de gebeden ?

Ongetwijfeld bezitten de Gereformeerde Kerken in haar bundel „Eenige Gezangen" ook reeds enkele Nieuw-Testamentische Kerkliederen en is zoo het beginsel erkend, dat naast de Oud-Testamentische Psalmen ook het Nieuw-Testamentische lied een plaats mag hebben in den Gereformeerden eeredienst. Edoch, feitelijk ontbreekt, gezien het uiterst geringe aantal dezer liederen in den bundel „Eenige Gezangen", het Nieuw-Testamentische Kerklied onzen Gereformeer den Kerken zoo goed als geheel en bestaat er dringende behoefte aan vermeerdering er van uit den rijken schat der Kerk, uit wier ziel immers van de dagen der apostelen af tal van liederen zijn geweld, welke te missen in den eeredienst voor de Gereformeerde Kerken dezer landen geestelijke schade is, welke ie zingen ook voor haar geestelijke winst zou zijn.

Wie acht geeft op de teekenen der tijden, hoort en ziet van jaar tot jaar duidelijker, in ruwe en fijne vormen, het schandelijk en schrikkelijk, veelvuldig werken, woelen en woeden van den anti-Christelijken geest Op elk gebied, van de wetenschap en van het practisch leven, ook in tal van Kerken, wordt, openbaar en bedekt, de strijd gevoerd teegn God en den Heere Jezus Christus. Meer dan ooit te voren stellen vorsten en volken, aanzienlijken en geringen, patroons en knechten, geleerden en onkundigen, in woord en werk zich op tegen den HEERE en Zijnen Gezalfde, zeggend en zingend : „Laat ons hunne banden verscheuren en hunne touwen van ons werpen" ! Zal, mag de Kerk. des Heeren ; zullen, mogen de door den Geest van God uit het diensthuis uitgeleide Gereformeerde Kerken nog langer aarzelen, om tegenover die lasterkreten en lasterliederen de majesteit en heerlijkheid van God en den Heere Jezus : Christus ook in haar lied in volle tonen uit te roepen ? Zullen wij, op wie de einden der eeuwen gekomen zijn, niet luide het nieuwe lied zingen, dat reeds in de Psalmen en profetieën aangekondigd, en al den tijd des Nieuwen Testaments in den hemel gezongen is door de gekochten en verlosten door het bloed des Lams ? Ach, waarom wordt de gemeente, die in de vrijheid is gezet door haar Hoofd en Heere en tot vrijheid geroepen, van geslacht tot geslacht, door allerlei aan misverstand, eigenzinnigheid en vrees ontleende bezwaren bijna geheel verhinderd om, zelfs in de lijdensweken en op de feestdagen, het lied des Lams op de lippen 'te nemen : „Gij hebt ons Gode gekocht met Uw bloed ? " Kan dit geacht worden Gode welbehagelijk te wezen en naar de meening van den Heiligen Geest? Mogen wij niet verwachten, dat een Synode van Gereformeerde Kerken dezen toestand niet langer zal willen bestendigen ?

Eerwaarde en hooggeachte Vaders en Broeders, wij zijn overtuigd, met deze aanbieding van dit bundeltje de tolk te zijn van een groot deel der leden van De Gereformeerde Kerken en van vele Gereformeerden buiten haar, die sedert vele jaren het ontbreken, ja, het verbod van schier elk Nieuw-Testamentisch Kerklied in de onderlinge bijeenkomst der gemeente pijnlijk gevoelen als een schuld tegenover den Heere, een gebrek in de openbare godsdienstoefening, een schade voor hun geestelijk en kerkelijk leven. Het is de bede onzer harten, dat het Gode genadiglijk moge behagen, U door Zijnen Geest te leiden in de overweging dezer hoogstgewichtige zaak. Opdat de slagboomen worden verwijderd en de Kerken eerlang in staat gesteld, om van de bediening der verzoening door en in Jezus Christus, den Gekruiste, den Zoon van God, die Zichzelven voor ons gegeven heeft tot een schuldoffer, niet alleen te hooren, maar ook voluit te zingen. Tot eere van God's nooit volprezen gerechtigheid en barmhartigheid ; tot beschaming van den duivel en alle booze geesten, en tot opwekking en versterking des geloofs van het volk, waarvan God de HEERE getuigt: „Dit volk heb Ik Mij geformeerd ; zij zullen Mijnen lof vertellen" (Jes. 43 : 21).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's