De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Financiën.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Financiën.

4 minuten leestijd

Op den laatst gehouden Zendingsdag stond ik met iemand te praten en passeerde ons een goede bekende.

Pas op ! zei hij tot den andere. Pas op ! die penningmeester, want al wat je tegen hem zegt, zet hij in de courant. Ik wil dien goeden vriend niet tot een leugenaar maken en daarom vertel ik het dan ook nu. Er wordt mij echter veel verteld dat het eene oor in en het andere weer uit gaat, want als ik het alles in de courant zou zetten, dan had ik veel meer ruimte noodig, als ik al gebruik en of ik de lezers daar een dienst mee zou doen, mag zeer wel betwijfeld worden.

Niet alleen wordt mij veel verteld, maar er wordt mij als penningmeester veel geschreven, waar ik geen verdere notitie van kan nemen. Zoo kreeg ik laatst een brief van iemand, die bedankte als abonné van „De Waarheidsvriend", want, zei hij, in die courant wordt geschreven dat een dominé minstens ƒ 3000.— tractement noodig heeft om behoorlijk te kunnen leven en ik met mijn medearbeiders doen hun best om een weekgeld te krijgen van ƒ 30.— en we krijgen het niet. Waarom moeten nu de dominé's ƒ 3000.— hebben en ik maar ƒ 1500.— ?

Daar zou ik dan in de courant op moeten antwoorden ?

Ik denk er natuurlijk geen.oogenblik over. Och, ik zou zoo'n man óók wel graag ƒ 3000.— gunnen, waarom niet, maar ik ben bang dat hij dan weer naar den een of anderen .leeraar of hoogleeraar zal zien die misschien ƒ 6000.— verdient, dat hij dan zegt, waarom heeft die nu zooveel meer dan ik ? Ik moet den geheelen dag hard werken in het zweet (? ) mijns aanschijns en zoo'n leeraar zit den geheelen dag maar op z'n stoel, zoo'n beetje in boeken te bladeren zonder zich in het minst te vermoeien en toch heeft hij dubbel zooveel als ik.

„Het paard van ontevredenheid wordt door velen graag berijdt",

las ik op 'n bordje van oud-Delftsch aardewerk. Ik vond het wel geen mooi rijmpje, maar het is zeker nu even waar als 200 jaar geleden, toen dat geschreven werd.

Of ik een brief, dien ik ontvang, in de courant durf te zetten of niet, maakt bij mij dikwijls een ernstig punt van overweging uit. Daar sta ik dikwijls over in twijfel. Het is echter mijn vaste gewoonte, als ik er aan twijfel, dan doe ik het.

Zoo ging het mij ook met de briefkaart die ik vanmorgen ontving van onzen voorzitter. Hij luidde :

„Amice. Hierbij heb ik het genoegen u ƒ 10 van N.N. te Kralingen en ƒ 25 van N.N. te Rotterdam toe te zenden voor het Studiefonds. Ik hoop hartelijk, dat dit goede voorbeeld tot navolging mag opwekken. Het komt mij voor, dat wanneer men beter wist, wat onze Geref. Bond bedoelt, ook met haar fondsen er hier in Rotterdam wel meerderen zouden zijn, die gaarne iets voor dit goede doel over hebben, vooral na deze verrassingen. En daarom zullen wij maar goeden moed houden.

Met vr. groeten,

t.t. M. van Grieken."

Ik geloof het ook. En daar onze voorzitter tegenwoordig midden in de Rotterdammers verblijf houdt en dagelijks onder hen verkeert, is niemand zoo goed in de gelegenheid als Z.Eerw. om hun van een en ander op de hoogte te brengen en verwacht ik daar bepaald ook heel veel van.

En mij dunkt, het wordt al merkbaar, want niet alleen het bovenstaande, maar ik ontving ook deze week uit

Rotterdam van N.N. ƒ 10 voor het Studiefonds. Zoo zullen er, hoop ik, nog vele Rotterdamsche N.N.'s volgen.

Rotterdam, door ds. S. van Dorp van Z.Z. ƒ 2.— voor den Geref. Bond.

Oud-Beierland, van N.N. ƒ 5. „Hopende dat dit bedrag nog tot zegen mag strekken tot uitbreiding van Gods Koninkrijk."

Met hartelijke groete.

Schoonhoven. „WelEd. heer. Laatstleden Dinsdag met onze jongens in Arnhem geweest, maar geen tijd gehad om u dit bedrag van ƒ 12 te geven. Vriendelijk dank namens de Knapenvereeniging voor het samenstellen van ons reisje. Veel genoegen gehad, veel gezien, enz. enz. Het geld is de opbrengst van het busje. Verder des Heeren zegen op uw arbeid.

Gr., J. V. d. Pauw."

Elburg, van N.N. ƒ 5 „als dankoffer" voor het Studiefonds.

Leiden, door ds. G. H. Beekenkamp ƒ 6.40 als opbrengst van de collecte van een spreek beurt en ƒ 2.50 voor het Leerstoelfonds uit dankbaarheid voor genoten gratificatie.

Den Haag, van mej. M. v. B../ 1.50 voor de fondsen.

Hartelijk dank voor al deze gaven. Moge de Heere er Zijnen zegen over gebieden.

De Penningmeester,

J. C. FLIEHE. Arnhem, Pels Rijckenstraat 28.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Financiën.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's