De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

6 minuten leestijd

IDEALISME EN REALISME BIJ HET ZENDINGSWERK.

Ds. Landwehr schrijft in de Rotterdamsche „Geref. Kerkbode" :

Het is ongetwijfeld een verblijdend en moedgevend verschijnsel, dat in de laatste jaren de ijver voor het werk der Zending in onze Gerf. Kerken, ik zeg niet ontwaakt, maar merkbaar toegenomen is. Wanneer wij, wat door verschillende vereenigingen en gezindheden uitgegeven wordt voor het werk der Zending, vergelijken, met wat er in onze Geref. Kerken geofferd wordt, dan staan wij door Gods goedheid mede boven aan. Wij zeggen dat niet om te roemen, maar om de genade Gods te loven, die onzer Kerken zulk een liefde en ijver schonk.

Nu lis bij den arbeid voor de Zending altoos tweeërlei standpunt op te merken geweest, en dat is heden ten dage nog zoo. We zouden die beide standpunten willen omschrijven met de woorden idealisme en realisme, maar wij gebruiken die woorden dan in een zeer eigenaardigen zin.

Wat verstaan wij onder idealisme op het terrein der Zending ? We willen het u omschrijven. Daar zijn tal van uitnemende belijders, die u toevoegen : wanneer ge over de Zending spreekt, en dat werk wilt helpen bevorderen, dan moet ge u niet voorstellen, om enkele zielen te winnen voor Gods Koninkrijk. Neen ge moet hooger mikken en verder zien. Denkt slechts aan de Javanen. Het moet uw doel niet zijn om enkele Javanen te brengen tot Christus. Gij moet het Javaansche leven aangrijpen. Ge moet dat leven trachten om te zetten. Ge moet mede arbeiden aan de kerstening van Indië. Alles moet doortrokken worden van den geest des Christendoms.

Dat standpunt moet ge innemen. En waar om zoudt ge dat niet doen ? Jezus Christus, de verheerlijkte Koning zijner Kerk heeft ook de heidenen gekocht met Zijn dierbaar bloed Niet Satan, maar Christus heeft recht om als Koning te heerschen. En eens zullen de volken voor Hem knielen en de natiën zich voor Hem nederbuigen.

Dit idealisme is niet weinig toegenomen sinds de wereldconferentie voor de Zending te Edinburg gehouden is. Daar heeft men als het vvare een program van actie opgesteld, om aan het Evangelie den triumph te bezorgen. Men moet de godsdiensten der heidenen bestudeeren. Men moet uit het Woord Gods de wapenen met juistheid kiezen, om die godsdiensten te bestrijden. Voornamelijk Mohammeds' leer moet bestreden. En dat kan I De Muzelmannen zijn ontevreden over hun eigen godsdienst. Ze wachten op wat anders. Het dwaallicht van de halve maan moet plaats maken voor het heldere licht van de Zon der Gerechtigheid. En dan zal straks de kennis des Heeren de aarde bedekken, gelijk de wateren den bodem der zee.

Tegenover dit idealistisch standpunt, dat heden ten dage door honderden wordt ingenomen, staat het realistisch standpunt. Wij bedoelen daarmede het standpunt, dat vooral met de werkelijkheid rekent en alleen een oog voor de werkelijkheid heeft. Die op dit standpunt staan, spreken ongeveer aldus.

Wij moeten den arbeid der Zending ter harte nemen. Dat is de dure roepih^ der Kerk, want Christus gaf haar het 'Vvoord, maar om het uit te dragen onder de volken, doch wij moeten niet te hooge verwachtingen hebben.

Vraag maar aan de missionaire dienaren, hoe het hun gaat. En dan hoort ge het antwoord : Wij zaaien, maar de vrucht is gering. En, als men dan een Javaan meent gewonnen te hebben, of als men denkt een Mohammedaan te hebben overtuigd, dan blijkt straks, dat de godsdienst geen wortel geschoten had in zijn hart, want hij vervalt zoo licht weer in zijn oude zonde. Men vergadert op de meeste Zendingsposten met 15 of 20 menschen, groot en klein, en, die tot de meest besliste geteld worden, hebben ook nog zooveel gebreken. Zelfs de inlandsche helpers zijn dikwerf niet te vertrouwen.

O zeker, wij moeten in de Zending arbeiden. Dat is plicht, heilige plicht. Wij moeten van het onze daarvoor afzonderen, en wij doen het gaarne, maar laat ons toch niet te hooge verwachtingen koesteren. Al dat spreken over de kerstening van Indië is een utopie. Christus zal daar ook de Zijnen wel vergaderen, maar laat men toch niet overdrijven. De werkelijkheid zegt, dat wij bescheiden moeten zijn met onze uitspraken. Zietdaar het idealisme en het realisme met; korte trekken geteekend. Beide standpunten hebben iets waars, maar beide leiden tot groote eenzijdigheid. Het idealisme loopt gevaar, om oppervlakkig te worden, om altoos veel te doen, veel vergaderingen te houden, hooggestemde redevoeringen te houden, den blik altoos gericht te houden op een breed terrein, maar om te weinig aandacht te wijden aan den arbeid onder de enkelen, die toch toegebracht moeten worden. Men zou deze idealisten eenigszins kun nen vergelijken bij predikanten, die altoos de groote belangen van het koninkrijk Gods voorstaan, maar die in hun eigen gemeente weinig arbeiden. Ze werken voor huisgezin en school, voor maatschappij en staat, maar zij vergeten het ellendige. Niet met opzet, maar omdat de blik op het ruime veld van het koninkrijk Gods zoo dikwerf doet vergeten den werkelijken aard in naaste omgeving.

Maar ook het realisme brengt gevaren mede. De realist loopt gevaar om moedeloos en straks werkeloos te worden. Wij mogen ons niet laten leiden alleen door wat wij hooren en zien. De Heere onze God laat ons dikwerf zeer weinig zien en dan is Hij toch bezig een zeer groot werk te werken. Onze maatstaf is de maatstaf van het heiligdom niet. Wanneer wij soms meenen dat het werk niet vordert, dan is de Heere bezig, om groote dingen te doen. Wij moeten de gangen Gods niet beoordeelen. Het is een ander die zaait, en een ander die maait, maar opdat in den grooten dag des oogstes zich verblijden zouden en hij, die gezaaTd, en hij, die gemaaid heeft.

Daarom kiezen wij geen van de twee standpunten, u beschreven. We moeten idealist en realist tegelijk zijn. Dat leert ons Gods dierbaar Woord..Dat heilige en heerlijke Woord is nooit eenzijdig. Omdat het goddelijk van oorsprong is, beziet het de dingen in hun wezen, maar ook in hun toekomst.

Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn. Deze moet ik ook toebrengen en zij zulen mijne stem hooren en het zal worden één kudde en één Herder.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1920

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1920

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's