De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

5 minuten leestijd

Mogen wij de Herv. Kerk verlaten?

Een antwoord op deze vraag gegeven door ds. A. VAN VEELO, destijds ± 1868 Ned. Herv. predikant te Waarder, later (1887 tot 1910) predikant bij de Geref. Kerk te Rotterdam.

5)

De sluwe en booze Jerobeam wist om staatkundige redenen de snoode kalverdlenst in Iraël in te voeren, in de plaats van de bepaalde dienst des Heeren in den tempel te Jeruzalem. En de koningen van Juda maakten het waarlijk niet veel beter. AI werd zelfs door eenen enkelen koning in Juda, zooals b.v. door Asa, de afval des volks weereenigszins hersteld, — door weer andere goddelooze vorsten, zooals b.v. Joram, werd de afgoderij met alle kracht ingevoerd, Negen-en-zestig jaren hinkte het volk op twee gedachten, ofschoon de Baals-dienst altijd de overhand behield.

In zulk een toestand, voorwaar! had de Kerk zich nog nimmer bevonden. Alle zichtbare sporen waren daarvan ten eenenmale geweken, toen Achab het bewind over Israël voerde, en eene booze Izébel de profeten des Heeren met alle macht uitroeide. Slechts één profeet was nog in Israël, maar ook deze was uit zijn vaderland gebannen, en moest in den vreemde eene wijkplaats zoeken. Aan de bediening der bondzegelen werd volstrekt niet, maar wèl aan het rooken van afgoden gedacht. En toch, in welk een zwarten nacht de gemeente van Israël ook verkeerde, zij bleef wat zij immer geweest was : de ware Kerk des Heeren. En waar een Elia vreesde, dat hij maar alleen was overgebleven en zijnen nood aan den God van Israël klaagde, daar ontvangt hij van Hem het koninklijke antwoord : „Ik heb mijzelven nog zevenduizend mannen overgelaten, die de knie voor Baal niet hebben gebogen" ; terwijl hij tevens de verzekering ontvangt dat de Heere van Zijne regeering over en bestuur van Israël geenszins had afgezien. (Zie 1 Kon. 19 vers 18).

Dat bleek vooral in de regeering van Amazia en Uzzia, koningen van Juda, die, gelijk Joram, de dienst van Jehova herstelden en het heil van Zion ter harte namen. — Na hen zien wij weer een goddeloozen Achaz optreden, die zich niet ontzag om den tem­pel des Heeren te sluiten, na vooraf daaruit de heilige vaten gehaald en aan stukken geslagen te hebben, terwijl hij zich geheel aan de afgoderij der Assyriërs overgaf. Daarenboven werd de afgodsdienst algemeen ingevoerd door het bouwen van hoogten in elke stad van Juda ; en dat het pascha volstrekt niet gehouden werd, lezen we in 2 Kron. 30 vers 5 en 26. — Wèl herstelde Hiskia, de vrome koning, de offer-en tempeldienst van Jehova, en scheen er voor Israël weer een gulden tijd voorhanden te zijn, maar — een goddelooze Manasse brak weer af wat zijn vader gebouwd had, ja, maakte het erger dan één der koningen vóór hem, daar hij altaren voor de afgoden in liet huis des Heeren liet oprichten en zijne zonen den Moloch offerde. — Hoe diep was toen de Kerk gezonken. Geen enkele lichtstraal was ergens te zien, want niet alleen de koning was zoo goddeloos, maar het volk scheen hem daarin nog te willen overtreffen, hetgeen bleek toen Manasse door God vernederd en bekeerd te zijn, weer als koning naar Jeruzalem terugkeerde en herstelde wat hij vroeger bedorven had, waarbij hij allen tegenstand bij het volk ontmoette, dat steeds in hunne afgoderij volhardde. (2 Kron. 33 vers 13—17). — Maar ook in dezen donkeren nacht brak toch een enkele lichtstraal door, toen de ijverige en godvruchtige koning Josia den troon van Juda beklom, die immers alle afgoden niet alleen in Jeruzalem, maar in geheel het rijk van Juda vernietigde en het huis des Heeren herstelde. — Doch ook deze toestand was wederom niet van zeer langen duur. — Neen, dikke en zwarte wolken van ongeloof en bijgeloof vertoonden zich allerwege aan den gezichtseinder. Vorsten als Joahaz, Jojakim, Jojachim en Zedekia kenmerkten zich door verregaande goddeloosheid en gruwelen, hetgeen natuurlijk niet zonder schadelijken invloed op het volk bleef. Eindelijk was de maat der gruwelen zóó vol, dat zelfs de voortreffelijkste stam, die van Juda, gevankelijk naar Babel werd weggevoerd, stad en tempel verwoest en alle heilige vaten des Heeren verontreinigd werden. Daar zaten zij nu aan de waterstroomen van Babel, weenende over al haar gemis, en moedeloos de harpen aan de wilgen hangende. Welk een verschil bij hunnen vroegeren luister, dien-zij bij het betrachten van 's Heeren heilige wetten zoo ruimschoots hadden mogen genieten ! Welke afwisselende toestanden van licht en donker, van voorspoed en - tegenspoed, van zegeningen en oordeelen had deze Kerk van Israël doorworsteld, en nu scheen zij eindelijk voor goed opgelost en vernietigd te wezen. Maar neen, de Heere had nog een overblijfsel naar de verkiezing der genade, een arm en ellendig volk ; ja, maar dat nog op 's Heeren naam en Zijne onveranderlijke verbondsbelofte hunne hoop en vertrouwen stelde. Dat volk maakte nog de kern uit van Israels gemeente, en hoewel door het vleeschelijk Israël bespot en veracht, verbraken zij toch de kerkgemeenschap met hen niet Integendeel bleven zij voortgaan en volhouden, om met hen de oordeelen Gods te dragen, zichzelven als medeschuldig te erkennen, en zich voor het aangezicht des Heeren te verootmoedigen, om opheffing van Zijne rechtvaardig verdiende oordeelen, ontheffing van de schuld en straf, en herstelling  Zijne gunst en zalige gemeenschap.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's