Staat en Maatschappij.
Het Kabinet.
Bij het ingaan van het derde levensjaar van het Kabinet is er alle reden om met dankbaarheid terug te zien op hetgeen het Ministerie in samenwerking met de Staten-Generaal reeds tot op heden heeft tot stand gebracht.
Vooral op het terrein van het onderwijs en op dat van de sociale voorzieningen was de arbeid van de regeering van ongemeen groote beteekenis.
De beide ministers, die hier de leiding hadden, hebben zich daarbij niet laten afschrikken door de vele moeilijkheden, die, tengevolge van de tijdsomstandigheden, ook ongetwijfeld op hun weg zich zullen hebben voorgedaan.
Hun werk was verdienstelijk, bijzonder ook hierom, omdat zij, gelijk dit langzamerhand tot gewoonte was geworden, met de indiening van het voornaamste gedeelte van hun wetgevenden arbeid niet tot het tweede gedeelte van de parlementaire periode hebben gewacht, maar er voor gezorgd hebben op de hoofdzaken bijtijds gereed te zijn.
Maar behalve wat de Ministers van Onderwijs en Arbeid presteerden, valt ook het beleid van den Minister van Buitenlandsche Zaken te prijzen. Het kloek, bekwaam en beleidvol optreden van laatstgenoemden bewindsman heeft er niet weinig toe bijgedragen om de positie van ons land in het buitenland te versterken. Dit 'bewijst de eervolle plaats welke bij allerlei conferenties, laatst nog bij de conferentie te Brussel, de Nederlandsche vertegenwoordigers innemen.
Natuurlijk is de sympathie voor alle ministers niet even groot. Dit kan men ook niet verwachten. Daarvoor is de plaats, die elk bewindsman in het kabinet inneemt, te verschillend.
Zoo b.v. de Minister van Financiën, wiens positie onder zijne ambtgenooten zeker niet te benijden valt. Men moge zijn optreden wat vaster wenschen en zijn beleid meer voorzichtig, maar het zou onbillijk zijn om uit het oog te verliezen, dat het steeds beschikbaar hebben van de noodige millioenen om in allerlei behoeften te kunnen voorzien, niet altijd tot de meest gemakkelijke en aangename bezigheden 'behoort.
Niet anders staat het met den Minister van Landbouw, wiens beleid inzake de levensmiddelenpolitiek een goed object levert voor billijke, maar ook voor onbillijke critiek. Tot lof van dien bewindsman mag gezegd worden, dat het uitraken uit verschillende crisisregelen op bevredigende wijze is geschied.
Nemen wij nu het Kabinet in zijn geheel, dan is onder de leiding van den Minister-President in de beide jaren veel goeds voor ons land en volk tot stand gebracht.
Bij dit werk mag niet worden voorbijgezien, dat de moeilijkheden die te overwinnen waren, nog bij den dag toenemen. Allerlei problemen van den meest ingewikkelden aard zijn op te lossen, waarbij die betreffende den financiëelen toestand des lands mede in verband met de prijsstijging der levensmiddelen en de steeds hoogere eischen welke de salarissen van ambtenaren en beambten aan de schatkist stellen, niet tot de meest gemakkelijk oplosbare behooren.
Van den ernst der tijden, waarin wij leven, heeft de poststaking nog zeer onlangs het bewijs geleverd.
Ons volk mag het kabinet dankbaar zijn, dat het ook ditmaal bij het revolutionaire optreden van een deel van het rijkspersoneel zijn verantwoordelijkheid heeft begrepen en de houding heeft aangenomen, waar onder het verzet bijtijds gebroken werd.
Met vertrouwen zien wij dan ook de regeering haar arbeid voortzetten, al mogen we ons niet ontveinzen, dat hier en daar ons de vrees bekruipt, dat ten opzichte der beginselen wel eens meer naar links dan naar rechts wordt gekeken.
Reeds wezen wij bij een vorige gelegenheid op de verscherping van den leerplicht. Binnenkort zal aan de orde komen 't wetsontwerp op de lijkverbranding. Bij de behandeling van de begrooting van Kunsten en Wetenschappen zullen de verdere plannen van den Minister van Onderwijs in zake subsidie voor het tooneel een punt van bespreking uitmaken. En zoo komen er telkens onderwerpen naar voren, die de beginselen van nabij of meer van terzijde raken, doch waarin niet altijd de levensrichting van het Kabinet kan worden onderkend.
Intusschen hoe dit alles zij, naast het oefenen van billijke critiek, behoort ons volk het Kabinet zijn krachtigen steun te verleenen. Alleen dan is het mogelijk dat de regeering haar taak met kracht en opgewektheid vervult.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 oktober 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 oktober 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's