Zieleklanken.
Bij 't vallen der bladeren.
Weer zie ik ze vallen. De 'blad'ren, die allen Schier pas nog gewekt Tot leven, ontplooiden. En sierlijk zioh tooiden. Met schoonheid bedekt.
Thans zie 'k hen weer kwijnen. Hun schoonheid verdwijnen. Zijn z' allen verdord; Niets is meer gebleven. En 't zegt mij dat 't leven Zoo broos is, zoo kort.
Dat doet mijnen lippen De bede ontglippen: Laat m' immer bereid, Bij dagen en nachten, Mijn einde verwachten, Verheugd en verblijd.
Bereid om te sterven. Verheugd om te erven Het zaligste lot; Verblijd U t' ontmoeten, En, Heere, begroeten Als Koning en God.
Zoo immer te leven. Daar altoos naar streven, Daardoor slechts bekoord; Laat dat alle dagen, Mijn zoeken en vragen Toch zijn, ongestoord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's