Staat en Maatschappij.
Het nieuwe tijdvak.
Wanneer ons blad verschijnt zal de afkondiging van de Wet op het Lager Onderwijs plaats hebben gehad.
Naar de bladen berichten zal dit heuchelijk feit op Dinsdag 26 October geschieden. Met deze afkondiging staat een tijdperk in de historie van ons volk te worden afgesloten en wordt over de school een nieuw tijdvak ingeluid.
Na een langen en bangen strijd van bijna een eeuw is de zegepraal in de worsteling om de school bevochten.
Terecht spreekt een onzer christelijke bladen van : , God doet recht", er daarbij op wijzende, dat God ons christenvolk in den schoolstrijd gezegend heeft. Wat heeft Hij het geroep van de zwakken en ellendigen gehoord ! Ja, wij zien, zoo vervolgt het blad, in deze dagen de heerlijke vervulling van de geloofsverwachting : Zal de Rechter der gansohe aarde geen recht doen !
„God doet altijd recht.'
Tegenover dit heerlijk getuigenis, waarop al ons gereformeerd volk Ja en Amen zegt, staat de klaagzang van hen, die aan de openbare school hun liefde hebben verpand. Van dezen kant heet het, dat gelijktijdig met de afkondiging van de nieuwe schoolwet, de doodsklok luidde over het openbaar onderwijs.
De , Schoolwereld', het orgaan van de hoofden van scholen schrijft; „Wij weten niet, of het H.M. de Koningin bewust is geweest, dat zij bij het plaatsen van haar handteekening onder de nieuwe wet, feitelijk het doodvonnis onderteekende over een instelling, die duizenden en duizenden Harer onderdanen lief en dierbaar was, die deze talrijke jaren hebben gekoesterd en verpleegd en waaraan zij haar beste krachten hebben gewijd.
Maar niettemin is het zoo.
De openbare school als de school heeft opgehouden te bestaan. Van heden af zal ze verschrompelen en er zal weinig meer van over blijven dan een rudiment, treurig teeken van vervlogen grootheid."
Deze voorspelling van wat in de toekomst de openbare school staat te wachten is voor hare voorstanders niet bemoedigend.
En toch zegt men dat, terwijl de openbare school in de nieuwe onderwijswet altijd nog een voorsprong geniet.
Intusschen hoe dit wezen mag, de Heere schonk ons in den schoolstrijd, die thans achter ons ligt, ruimte. Dit is het feit van beteekenis, waarvan de dag van 26 October gewaagt.
Zij er nu maar bij ons volk in het nieuwe tijdvak, dat wordt binnengetreden, getrouw held om den arbeid, die zoo kloek begonnen werd, voort te zetten.
Er zullen nog heel wat moeilijkheden te overwinnen zijn ; ook die van financiëelen aard.
Maar bovenal blijve de volle aandacht gevestigd op hetgeen onze scholen behoeven om zich in geestelijken zin te ontwikkelen.
Het eerste station werd bereikt : de financiëele gelijkstelling van de bijzondere school met de openbare, het tweede station moet ons in de verte wenken : de vrije school voor heel de natie.
Moge het nieuwe tijdvak ons de verdere ontwikkeling van het christelijk onderwijs brengen in de richting van de vrije school.
Zondagsdienst.
De poststaking heeft het duidelijk aangetoond, hoe verkeerd de Overheid handelde, door de dienstvoorwaarden voor het personeel in hare bedrijven niet zoo te regelen, dat ook mannen van christelijken huize zich voor den arbeid in die bedrijven kunnen geven.
Reeds keer op keer is er op gewezen, dat de slagboom, die velen er van weerhoudt om bij de openbare diensten In het werk te gaan, gelegen is in de omstandigheid van het verplicht zijn van het verrichten van arbeid op Zondag.
Gaat de regeering er; niet toe over hier ingrijpende veranderingen aan te brengen, dan zal dit er toe leiden, dat de revolutionaire gezindheid bij het personeel in de Overheidsbedrijven — en dit geldt ook voor die van de gemeenten en van geconcessloneerde lichamen als de spoorwegen — wordt versterkt, wat in ernstige mate gevaar zal opleveren voor de veiligheid van het land.
De heer Rutgers heeft in de Tweede Kamer bij de behandeling van de interpellatie van den heer Van den Tempel goed gedaan op een en ander nog eens duidelijk de aandacht te vestigen.
Er zijn, zoo zeide hij, verscheidene takken van dienst, waarin Zondagsarbeid in ruime mate voorkomt.
Daardoor is er bij een groot deel der bevolking weinig neiging, in die dienstvakken werkzaam te zijn. Om een voorbeeld te noemen worden bij de posterijen naar verhouding weinigen gevonden, die uit overtuiging op Zondagsheiliging prijs stellen. Ik behoef niet te zeggen, dat, wanneer de regeering tegen revolutionaire woelingen bij hare ambtenaren steun zoekt, zij juist bij deze groepen in de eerste plaats moet zijn. Het is de plicht van den Staat, en een verstandige politiek, om den Zondagsdienst zooveel mo gelijk te beperken en daardoor eiken tak van dienst in zoo ruim mogelijke mate toegankelijk te doen zijn voor hen, die den Zondag, als door God ingesteld, willen eerbiedigen, en die ook voor het gezag der Overheid, als van Godswege ingesteld, zich buigen.
Wij zijn het met mr. Rutgers volkomen eens, dat de Zondagsarbeid in menig Overheidsbedrijf nog heel wat kan ingekrompen worden. Voorts spreken we de hoop uit, dat de regeering, hetgeen de antirevolutionaire afgevaardigde hier in het midden bracht, met ernst zal overwegen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's