Financiën.
Zooals de lezers wel weten, en bizonder zij, die tevens lid van den Bond zijn. eindigt mijn boekjaar niet op 31 December maar op 30 November.
Dat is dus nog ongeveer een maand en dan sluit ik mijn boeken weer af. Voor en aleer dat plaats heeft, moet er nog heel wat gebeuren. Daarom verzoek ik een oogenblik uw aandacht.
In de eerste plaats hebben nog niet alle penningmeesters van onze afdeelingen mij hun afrekening gezonden. Dit moet vóór 1 December plaats hebben. Alle gelden, ook die, welke verzameld zijn voor Leerstoelen Studiefonds, alsmede de ontvangen contributies moeten vóór 1 December bij mij ingezonden worden. In het Reglement staat wel : vóór 15 Februari, maar dat is later bij besluit van de Algemeene Vergadering veranderd in 1 December.
Verder zijn er vrienden die om der wille van de goede zaak en misschien ook wel, als ik het durf zeggen, om den penningmeester het verdriet te sparen, te moeten sluiten met een saldo, kleiner als het vorig jaar, die misschien vóór 1 December nog eens in den zak willen tasten en mij verrassen met een flink bedrag.
Het vorig jaar heeft men dat ook gedaan en de maand November was zóó productief, en er kwam zóó verbazend veel binnen, van alle kanten, aan groote en kleine giften, dat de dreigende achteruitgang in onze totale ontvangsten uitliep op een aardigen vooruitgang.
En wat zal het nu ?
Als ik zoo terloops het zaakje optel, dan ben ik nog een heel eind ten achter bij het vorig jaar. Geen wonder ! Wij zijn eenige jaren verwend door een paar vriendelijke heeren in Leiden, die ons op ongekende wijze hebben gesteund, maar van wie wij dit jaar niets vernamen, hoewel wij toch het verzoek, dat zij ons hebben gedaan, tot in de puntjes hebben uitgevoerd. Een verzoek, waarvan zij ten onrechte meenden dat wij er igeen acht op geslagen hadden. Ik breng dit bij deze gelegenheid nog eens onder hun aandacht en wenschen zij de fondsen niet meer te steunen, dan hebben wij niets te zeggen. Integendeel, niets als dank voor 't geen zij reeds hebben gedaan. Maar dan mag dat niet ter oorzake, dat wij hun verzoek niet zouden hebben geacht, want dat hebben wij wèl gedaan.
Evenwel, hoewel er behalve deze vrienden niet vele edelen en niet veel rijken oner ons zijn, er zijn er toch, en ik hoop vóór het einde van November gewaar te worden, dat ze óók voor onze fondsen nog wel wat missen kunnen. Als ze met het groote en heerlijke doel dat wij beoogen, instemmen en er op letten wat door het Studiefonds reeds wordt gedaan en dat de uitgaven daarvoor ieder jaar stijgen, dan zien zij toch ook niet gaarne dat ik met een achteruitgaand saldo zal moeten sluiten. Dat zou dan voor het eerst zijn sedert mijn penningmeesterschap. Dat behoeft toch niet ? Is 't wel ?
Neen, dat behoeft zeker niet, zal deze of gene zeggen. Als die of die rijke baas den penningmeester één of twee lapjes van duizend zendt, dan is hij er ineens boven op.
Jawel, heel goed. Maar dan ben je royaal voor een ander en houdt zelf de hand op den zak. Je voelt wel, dat kan en dat mag niet. Er zijn er wel, maar toch niet zooveel die zoo'n lapje ongehinderd kunnen geven. Och, ik ben niet zoo veeleischend en zou met één al erg in mijn schik zijn. Daarom, als ge het zélf doen kunt, moet ge 'niet op een ander zien en denken laat die het maar doen, die zit er nog beter bij als ik. Maar dan doet ge het en ziet niet op wat een ander laat. Zoo is het met groote giften en zoo is het ook met kleine giften. Als groot en klein mij deze maand nog eens flink helpen willen, dan heb ik geen vrees of wij komen aan het gewenschte resultaat. En dat zal, nietwaar ? Wij willen geen van allen een achteruitgang in de ontvangsten van onze fondsen. Het behoeft niet. Het kan nog voorkomen worden.
Wij gaan thans eens zien wat de post ons gebracht heeft.
Rotterdam, van den heer J. P. Bertram, penningm. der af deeling f 48.37 voor contributie 1920, na aftrek der .25% en f6.—, geïnd aan jaarlijksche bijdragen voor het Leerstoelfonds.
Vlissingen, van den heer A. Marinussen, penningm. der afdeeling, aan contributie 1920 f 17.—.
Delft, van J. A. Hordijk, penningmeester der afdeeling, f 10.— van die leden, welke per maand betalen ; f 1.— voor het Leerstoelfonds van mej. V. en f 15.— voor de Bondskas, tezamen f 16.—.
Rotterdam, door ds. M. van Grieken, f6.— van N.N. uit Kralingen voor Leerstoel-en Studiefonds.
X van N.N. f 12.50 als belasting ter gelegenheid van zijn 1214-jarig huwelijksfeest ; van denzelfde f5.— als jaarlijksche bijdrage aan het Studiefonds.
Wychen, door ds. Van Grieken van N.N. f 1.— voor het Leerstoel-en f 1.— voor het Studiefonds.
Rotterdam, door ds. S. van Dorp, f5.— voor Leerstoel-en Studiefonds van den heer B. als „dankoffer."
Delft, van G. Th. Vollebrecht f 1.80 aU opbrengst van busje no. 190 uit de fietsenbergplaats.
Doom, van mej. W. v. d. P. uit busje na. 18 f5.— voor het Studiefonds.
Waarmede wij aan het eind zijn van onze ontvangsten van deze week en zullen maar weer afwachten wat ons de komende dagen zullen brengen.
De Penningmeester,
Arnhem, Pels Rijckenstraat 28.
Correspondentie. Postwissel uit Kampen te laat voor dit nummer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 november 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 november 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's