De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

4 minuten leestijd

Mogen wij de Herv. Kerk verlaten?

Een antwoord op deze vraag gegeven door ds. A. VAN VEELO, destijds =!= 1868 Ned. Herv. predikant te Waarder, later (1887 tot 1910) predikant bij de Geref. Kerk te Rotterdam.

11) Ook wekte in dien tijd Hosea hen op, zeggende : „Komt, laat ons wederkeeren tot den Heere ; want Hij heeft ons verscheurd en Hij zal ons genezen ; Hij heeft geslagen, en Hij zal ons verbinden." De reeds genoemde profeet wekt Israël, mede op, als hij in Naam des Heeren zegt: „Twist tegen ulieder moeder; twist, omdat zij mijne vrouw niet is, en Ik haar man niet ben, en laat zij hare hoererijen van voor haar aangezicht, en hare overspelerijen van tusschen hare borsten wegdoen." Vermaant de profeet nu Israël om tegen hunne moeder te twisten, omdat zij zich in zulk eenen diep gezonken toestand bevond, zoodat de Heere haar om hare hoererijen Zijne vrouw niet meer noemt, noch Zichzelven haren man, zoo zegt Hij toch niet, dat Israël haar verlate, daar zij, ondanks hare hoererijen, nochtans hunne moeder geheeten wordt.

Gaan wij den profeet Jesaja na, dan zien wij dat hij in last kreeg : „Roep uit de keel, houd niet in, verhef uwe stem als eene bazuin en verkondig mijn volk hunne overtredingen, en het huis Jakobs hunne zonden." Hij moest dus tegen hen getuigen, en dat wel met den meest mogelijken ernst. Daardoor is hij ons ten voorbeeld gesteld, om niet door separatie ons aan de kerk te onttrekken, maar tegen haar te getuigen met allen ernst, en aan haar heil te arbeiden

Vestigen wij onzen blik op den godvruchtigen Koning Josia, als hij in het huis des Heeren door den priester Hilkia het wetboek gevonden had, dan zien wij hoe hij zich vernederde, en zich voor het aange­ zicht des Heeren verootmoedigde, waarvan het gevolg was, dat hij van 's Heeren gunst werd verzekerd, waarna hij er zijn werk van maakte om 's Heeren huis te herstellen. Voorwaar een uitmuntend voorbeeld voor ons, omtrent onze roeping in de tegenwoordige kerkelijke ellende.

Ook zien wij den profeet Daniël aan het einde der zeventig-jarige ballingschap zijn aangezicht stellen voor den Heere, om Hem te zoeken met gebed, met smeekingen en met vasten, rouw bedrijvende in zak en asch. Wij hooren hem zijn God gerechtigheid toekennen in de straffen over hem en zijn volk gebracht, en belijdenis doen van zijne overtredingen, en die van zijn volk en zijne vaderen, pleitende op Gods verbond en onveranderlijke trouw, de redding en verlossing van het rechtvaardig oordeel over hen gebracht, aan den Heere overlatende, terwijl het volk aan Babels rivierstroomen zat, weenende over Sions breuke en Jeremia op de vervallen puinhoopen van Jeru­zalem treurde. Wij zien dus in die allen levende proeven van den Gode behagelijken weg, die tot verlossing van de oordeelen Gods, om onzer en onzer vaderen overtredingen over ons gebracht, leiden kunnen, en wel door den Heere gerechtigheid toe te kennen, onze ongerechtigheden te belijden, te betreuren, te beweenen en te verlaten, de verlossing niet door onze eigene wegen te bewerken, maar deze alleen van den Heere te verwachten.

En ook de apostel Paulus, wel verre van het separatisme te rechtvaardigen of te ondersteunen, vermaant integendeel om alle scheuring te vermijden, en waar zij reeds was ontstaan, haar weder te heelen. En wanneer hij Timotheüs voorzegt, dat er een tijd zou komen, dat zij de gezonde leer niet zouden kunnen verdragen, maar ketelachtig zijnde van gehoor, zichzelven leeraars zouden vergaderen, naar hunne eigene begeerlijkheden, hun gehoor van de waarheid afwenden en zich keeren tot de fabelen. Is hier dan eenig spoor aan te wijzen, om zich alsdan van de kerk af te scheiden ? Wij meenen het tegendeel. Hoort wat de apostel verder zegt : „Predik het Woord ; houd aan tijdig en ontijdig ; wederleg, bestraf, vermaan in alle langmoedigheid en leer." En wat nu ook de zelf gekozen valsche leeraars mochten verkondigen, de apostel gaat voort met zijne vermaning aan Timotheüs: „Maar gij, wees wakker in alles, lijd verdrukkingen, doe het werk van een Evangelist, maak dat men van uw dienst ten volle verzekerd zij."

Men zou nog vele voorbeelden kunnen aanvoeren, doch bij deze wenschen wij het voor ditmaal te laten, omdat het o.i. genoeg is om ons te overtuigen, dat het onze roeping niet is, ons van de kerk te scheiden, maar veeleer om tegen hare breuke te getuigen, en haar benevens onze ongerechtigheden, als de oorzaken hiervan, te beweenen en te betreuren.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's