Ingezonden.
Ingezonden. Zondagsdienst bij de Posterijen.
Bovenstaand artikel las ik in „De Waarheidsvriend" van 29 Oct. j.l. en niet zonder verwondering. Dit stuk vangt aan met deze regeering te beschuldigen dat zij verkeerd heeft gehandeld door de dienstvoorwaarden voor 't personeel en haar bedrijven niet zoo te regelen dat ook mannen van christelijken huize zich voor dien arbeid, kunnen geven.
Reeds meermalen is er op gewezen, dat de slagboom die velen er van weerhouden zich bij openbare diensten in het werk te gaan, gelegen is in de omstandigheid van het verplicht zijn van het verrichten van arbeid op Zondag.
De heer Rutgers, - lid der Tweede Kamer, heeft bij de interpellatie van den heer Van den Tempel goed gedaan op een en ander nog eens de aandacht te vestigen.
Er worden — zoo zeide spr. — bij de posterijen naar verhouding weinigen gevonden die uit overtuiging op Zondagsheiliging prijs stellen.
Nu neemt ondergeteekende de vrijheid den heer Rutgers de vraag te stellen : weet U niet dat er een Ned. Bond van Chr. Prot. Post-, Telegraaf-en Telefoon-ambtenaren „Door Plicht tot Recht" bestaat? welke als grondslag de Bijbel als Gods Woord erkent en als punt 1 op haar program van actie heeft staan : Opheffing van den geheelen Zondagsdienst, door Zondagsrust tot Zondagsheiliging.
Er zijn meer christelijke postmannen die van harte begeeren dat hun wensch eens vervuld zal worden, aangaande de opheffing van den Zondagsdienst, als de heer Rutgers vermoedt, vermoedt.
Door bovengenoemden Bond is al jarenlang actie gevoerd, doch ik zou de vraag willen stellen : wat hebben de Kerkgenootschappen gedaan om onzen Bond en zijn strijd te steunen ? Niets, evenmin als de christelijke Kamerleden. Zou de tijd niet reeds lang daar zijn, dat bedoelde Kamerleden en Kerkgenootschappen zich aan onze zijde scharen ? Ook is Handelingen 4 vers 19b, volgens mijn bescheiden meening van toepassing op genoemde menschen.
Ik weet wel, wij zullen persoonlijk ons voor den Heere hebben te verantwoorden voor onze daden ; doch ook wij hebben volgens onze christelijke leer de Overheid te gehoorzamen die het ons gelast den Dag des Heeren te ontheiligen, zoodat onze christelijke regeering niet vrijuit gaat.
Grondige bezwaren tegen opheffing van Zondagsdienst kunnen volgens mijn beschei den meening niet worden aangevoerd. De Banken en Handelskantoren hebben 's Zaterdags beursvacantie, zoodat de handel geen schade daardoor zou ondervinden.
Reeds jaren terug waren er 's Zondags twee bestellingen. Ze zijn gelukkig opgeheven. Ook het afhalen der corresp. aan de kantoren is opgeheven en als nu de postkantoren geheel op Zondag gesloten zijn, zal het publiek of de burgerij zich ook spoedig aanpassen bij de tijdsomstandigheden.
Nu moeten helaas vele post-, telegraafen telefoon-ambtenaren den Dag des^Heeren ontheiligen, voor beroepsvoetballers, enz., enz.
Mijnheer de Redacteur 1 Moge dit schrijven er toe bijdragen ons schoone doel te bereiken en de heeren Kamerleden aansporen mèt ons te strijden, de Kerkgenootschap pen er toe te brengen de handen aan den ploeg te slaan en te doen wat hunne hand vindt om te doen, opdat alles nog moge uitloopen tot eer en verheerlijking van des Heeren nooit genoeg volprezen Naam.
U, mijnheer de Redacteur, dankend voor de opname, heb ik de eer te zijn een abonné van „De Waarheidsvriend."
A. M. VAN DE VEN, ^
Voorz. der afd. 'sGravenhage „Door Plicht tot Recht"
Ruijsdaelstraat 146.
Onderschrift van de Redactie.
De heer Van de Ven doet goed met in het bovenstaande stuk nog eens den vollen nadruk te leggen op de noodzakelijkheid om toch zoo eenigszins mogelijk het geheele postbedrijf op Zondag stop te zetten.
Dat de A.R. Kamerclub echter in gebreke zou zijn te stellen van niet genoegzamen drang op de regeering uit te oefenen om den Zondagsdienst bij de post in te perken, kunnen wij niet toegeven. Nog ten vorigen jare heeft de heer Smeenk bij de postbegrooting met klem van redenen gepleit voor hetgeen de voorzitter van de Haagsche afdeeling „Door Plicht tot Recht" thans in zijn schrijven vraagt.
Ook is het niet juist, waar inzender in den aanhef van zijn schrijven spreekt van een beschuldiging, welke wij aan het adres van de regeering zouden gericht hebben. Bij aandachtige nalezing van hetgeen wij schreven zal de heer.Van de Ven dit moeten toegeven.
Intusschen geven wij gaarne toe — en dit wilden wij ook in ons artikel van 29 Oct. doen uitkomen — dat heel wat mannen van onze beginselen met lust bij de posterijen zouden willen in dienst treden, zoo er maar geen Zondagsarbeid in dat bedrijf behoefde te worden verricht.
Door deze indirecte uitsluiting van vele betrouwbare elementen uit de verscheidene openbare bedrijven wordt aan 's lands dienst schade toegebracht.
En dit komt zich thans wreken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's