De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

2 minuten leestijd

Ons onderwijzend personeel.

Voor eene goede uitvoering van de nieuwe Onderwijswet zal het noodig zijn, dat meer dan tot dusver de aandacht wordt gericht op eene behoorlijke aanvulling van het onderwijzend personeel. Zooals het op het oogenblik met deze aanvulling staat, laat het veel te wenschen over.

Er dreigt een tekort aan onderwijskrachten te komen, wat reeds binnen enkele jaren tot heel wat moeilijkheden leiden zal.

Enkele cijfers mogen hier den noodstand duidelijk maken.

In de eerste plaats het aantal candidaten, dat tot het onderwijs werd toegelaten.

In het jaar 1916 slaagden voor het onderwijzersexamen 2627 personen, welk getal na dien terugliep op 2516 voor 1917, 2217 voor 1918 en 2120 voor 1919, terwijl voor 1920 volgens schatting het aantal geslaagde onderwijzers niet meer dan 1950 zal zijn.

In de tweede plaats het aantal leerlingen aan de gezamenlijke Nederlandsche opleidingsinrichtingen.

Volgens de cijfers in de regeeringsverslagen bedroeg dit aantal op 1 April gedurende de jaren van 1914—1917 respectievelijk 13880, 13367, 12597 en 11711 leerhngen. Ook hier dus vermindering.

En ten slotte de toestand bij de rijksnormaalilessen en de rijkskweekscholen.

Bij de rijksnormaallessen bedroeg het aantal kweekelingen in het jaar 1911 nog 1237 leerlingen, in 1916 verminderde het aantal tot 786, terwijl voor dit jaar het aantal niet boven 422 leerlingen kon komen.

Bij een 6-tal kweekscholen daalde het aantal candidaten van 611 in 1911 op 164 in 1920.

Nu meene men intusschen niet, dat het toekomstige tekort aan onderwijzend personeel alleen de openbare school bedreigt.

Volgens een artikel in „De Vragen des Tijds" van den heer T. J. van der Molen, van Amsterdam, zouden naar mededeelingen van de op dit jaar gehouden vergadering van de Unie „Een School met den Bijbel" de christelijke kweekscholen en normaallessen in 1915 hebben afgeleverd 600 onderwijzers, terwijl dit aantal voor 1919 tot op 412 onderwijzers terugliep ; zoo ook daalde het aantal leerlingen aan de inrichtingen van 2877 leeriingen in 1916 op 1861 in 1920.

Wanneer men nu bij dit alles overweegt, dat de stichting van een aantal bijzondere scholen in de eerstkomende jaren, maar vooral ook de invoering van een 7de leerjaar heel wat leerkrachten zullen vragen, dan zal moeten worden toegegeven, dat er binnenkort op dit punt een ware noodstand zal komen te heerschen.

Nu reeds is het moeilijk de noodige onderwijzers voor de .scholen te verkrijgen, maar hoe zal het dan staan over een paar jaar ?

Hier is voorzeker periculum in mora.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's