De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

15 minuten leestijd

De Gereformeerden en de Ethischen.

XII.

Dat door prof. Obbink „Gods openbaring in Christus" gelijkgesteld wordt met „de Heilige Schrift, als de oorkonde van Gods openbaring", is, voor wie „op de lessen der historie let", wel een beetje begrijpelijk.

De ethische houdt er hier een eigen beschouwing op na, en die geeft den sleutel tot verklaring wel.

De ethische redeneert zóó : Aan de Bijbel schrijvers heeft God zich in Christus geopenbaard, onder de Oude Bedeeling in profetie en onder het Nieuwe Testament in Christus' verschijning.

En, door de verlichting des H. Geestes hebben zij van hun ervaringen gesproken.

De openbaring in Christus is dus het groote feit.

Daar gaat hef om.

En daar hebben de geloovigen getuigenis van gegeven, welke getuigenissen we terug vinden in den Bijbel.

Maar de inspiratie is dan niets afzonderlijks.

Het is niet door een bizondere bedeeling des Geestes geweest, dat de mannen Gods hebben gesproken en geschreven. Dat hebben ze als van zelf, als geloovigen, door Gods Geest bezield, gedaan. In en door eene „bezieling" dus, zooals eigenlijk alle ware christenen, die de religie als iets eigens, als een geestelijk bezit kennen, min of meer doen. Hierin is David niet van Da Costa onderscheiden, aJ kan de mate des Geestes verschillen. Een Chantepie de la Saussaye is in wezen evengoed een Godsman als Jesaja en Gunning evengoed als Ezechiël. En men verwijst dan naar Rom. 8 vers 14.

Daarom mag en moet alles ook op menschelijke wijze door den geloovige beoordeeld worden wat in de Schrift staat.

Hef Woord Gods waait ons uit de Schrift tegen.

Gods openbaring, geconcentreerd in Zijn openbaring in en door Christus, hebben we daarin. En wat er nu als openbaring Gods in de Schrift voorkomt, daf heeft waarde voor ons en dat moeten we hebben, maar wat er verder in staat, als menschelijk voort brengsel, kan men vrij verwerpen of aannemen, al naardat men op redelijke gronden bewijzen kan. En het verwerpen van die dingen verandert dan niets aan den Bijbel, als oorkonde van Gods openbaring ; het schaadt niets aan ons geloof — zegt men.

Er loopt dus een lijn der Godsopenbaring door de Schrift, door Oud en Nieuw Testament. En die Godsopenbaring is om Chrisrtus openbaar te maken, onder de Oude Bedeeling in profetie, onder de Nieuwe Bedeeling in de vervulling van hetgeen was beloofd.

Om die lijn der Godsopenbaring in Christus, welke de Heilige Schrift ons fe zien geeft, moet het ons — aldus de ethische — te doen zijn.

Daf is het wat wij noodig hebben.

Dat is hef Woord Gods, dat in den Bijbel ons gegeven is ; waarom hef te doen is. En dat moeten we nu in de Heilige Schrift opzoeken ; uit de Heilige Schrift moeten we dat ons leeren toeëigenen en dan zal dót Woord Gods, daf openbaring Gods in Christus is, overeenstemmen met hetgeen onze ziele noodig heeft en bij ervaring kent.

Wij zullen dan ook zelf moeten oordeelen waf nu in den Bijbel Gods Woord is, daf noodig is tot zaligheid èn waf in dien Bijbel als iets „bijkomstigs" moet worden beschouwd. Het ééne is eeuwig, het andere is voorbijgaand. Het ééne iieeft autoriteit voor ons, het andere is zonder gezag.

Hier moet men dus aan 't schiften.

En wel naar den maatstaf van eigen ziels ervaren. Zoodat het inwendig getuigenis, het inwendig woord bij den ethische, — die immers door den H. Geest in de ziele ontvangt wat noodig is te weten, — het hoogste gezag krijgt; en dat moet als maatstaf en keursteen dan gebruikt worden, bij het uitzoeken en beslissen wat in den Bijbel nu eigenlijk Gods Woord is en wat in dien Bijbel als tot de middelmatige of bijkomstige dingen moet worden gerekend; ja, wat uit dien Bijbel moet worden aangenomen en wat moet worden verworpen.

Een héél andere Bijbelbeschouwing dus dan 'de gereformeerden hebben !

Die laten geenszins den christen — ook niet den ethische — toe, dat hij boven de Schrift zal gaan staan en met den keursteen van eigen zielewetenschap zal uitmaken, wat in dien Bijbel kostbaar goud is en wat minderwaardig of verwerpelijk is ; wat echte waarheid en wat fantasie is.

Zelfs laten ze dat niet toe aan een engel uit den hemel ! Want als die kwam, om een ander Evangelie te brengen, dan ons in Gods Woord is geopenbaard, dan moest die eenvoudig buiten de deur gezet worden en niet worden geloofd.

Dat is nu wel heel jammer voor een ethische, zelfs voor een engel, maar we heboen de Heilige Schrift en daar zal een ieder afblijven ! Het Woord zullen ze laten staan ! Handen thuis, óók de vrome handen !

Zooals de Heiland de boeken des Ouden Testaments beschouwde en aannam en gebruikte, waar deze Schriften voor Hem met Goddelijk gezag waren bekleed, zóó zullen wij de boeken des Ouden en die des Nieuwen Testaments moeten aanvaarden als het Woord Gods, dat met autoriteit bekleed, tot ons en tot onze kinderen komt; blijvende met autoriteit bekleed voor alle tijden en alle geslachten en alle omstandigheden en alle terreinen des levens.

Hier staan altijd twee soorten van menschen tegenover.

Allereerst de menschen van de rede of het verstand. (De modernen en ongeloovigen). En dan de menschen van het gemoed of de zelfervaring, (de ethischen). Die kunnen in dat gereformeerd gareel niet loöpen, die kunnen zich aan die autoriteit niet onderwerpen. De menschen van de rede (rationalisten) hebben spoedig uitgemaakt, dat de Bijbel eigenlijk onzin is. Wat hun verstand hen leert, dat heeft zin. Maar wat de Bijbel leert is on-zin.

Daarom moet de Bijbel ontmaskerd worden, naakt uitgekleed en ten 'toon gesteld voor alle wèl-denkenden als een verzameling van onredelijke dingen. Verbeeld u, die schepping, die zondvloed, die geschiedenis van Egypte, die ezel van Bileam, die visch van Jona, die Daniël in den kuil der leeuwen, enz. enz. Wat een verzameling van onzin ! Hoe krijgen de menschen het bij elkaar!

En dat er nog menschen zijn, die dat alles nu maar voor zoete koek aannemen ! 't Is om te lachen

Van ouds is die scherpe critiek geoefend op de Heilige Schrift.

Gnostieken en Manicheën knoopten het Nieuwe Testament van zijn band met het Oude los en schreven dit aan een lager soort god als auteur toe.

In de eerste jaren van de N. Testamentische gemeente achtten Marcion en Apelles het Oude Testament onzedelijk en zij wilden van geen toornend God weten, terwijl uit het Nieuwe Testament alleen de geschriften van Lucas en Paulus genade konden vinden.

Celsus, een heidensch wijsgeer ontkende, hoofdzakelijk op dogmatische gronden, dat de eerste 5 boeken des Bijbels Mozaïsch waren ; hij bestreed met groote scherpzinnigheid de Schriftuurlijke berichten aangaande de Schepping, de paradijsgeschiedenis, den zondvloed, de ark, alsook b.v. het boek Daniël ; en Jezus met zijn apostelen beschuldigde hij van bedrog. Evenzoo schreef Porphyrins.

Of om een naam te noemen van lateren datum, meer uit onzen tegenwoordigen tijd : dr. David Friedrich Strauss (gestorven in 1874). Deze Duitsche geleerde toog aan 't werk om' in 1835 in zijn bekend boek „Leven van Jezus" den bovennatuurlijken glans, waarmede de Evangelisten (die bedriegers !) den man van Nazareth omhangen hebben, af te rukken. Hij wilde „hem uitbeelden als een heel gewoon mensch en hem de prachtgewaden afrukken waarmede de bijbel hem aankleedde om hem de lompen weer om te werpen, waarmede hij eenmaal in Galilea wandelde."

Strauss gaat uit van het standpunt, dat een wonder nu eenmaal onmogelijk is en daarom moet ook het wonder den Bijbel uit! Strauss neemt aan, dat er in het leven der bijbelsche personen niets bovennatuurlijks kan gebeurd zijn, en dus moet ook al het bovennatuurlijke, ons in de Schrift verteld, er uit verwijderd worden met-het scherpste ontleedmes van den ongeloovigen verstandscriticus ; en de bijbelsche personen — óók Jezus — moeten tot gewone menschen worden gemaakt; omdat er nu eenmaal niets bestaat dan de dingen die voor oogen zijn. Al het andere, waarvan melding gemaakt wordt, is fantasie en vroom bedrog, en moet weggecritiseerd.

Men voelt, hier wordt het de weg van het geloof of van het ongeloof.

Dat is niet het geval, als we het hebben over de Ethischen en 'hun Schriftbeschouwing. De tegenstelling tusschen de gereformeerde en de ethische bijbelbeschouwing is niet die van geloof en ongeloof. Maar wat we wél bij de Ethischen aantreffen is : dat bij hen hun eigen ervaring, hun eigen geloofsbezit, hun eigen zielegesteldheid zal uitmaken, wat in den Bijbel Gods Woord is, noodig tot zaligheid — en wat in den Bijbel als iets bijkomstigs of als voorbijgegaan zijnde moet worden beschouwd. Er moet dus scheiding gemaakt worden tusschen het goddelijke en het menschelijke in den Bijbel.

Met de ongeloovige rationalisten hebben ze dus gemeen : dat de Bijbel becritiseerd moet worden ; de Bijbel moet onder het menschelijk keur vallen ; niet de Bijbel is Gods Woord, maar in den Bijbel hebben we uit te zoeken, wat waar en wat niet waar is, wat uit God is en wat van de menschen is.

En nu is het waar, dat de ethische het vroom 'doet; met een vroom gemoed ; met gebed ; met eerbied.

Maar juist omdat de ethische scheiding gaat maken tusschen hetgeen goddelijk en hetgeen menschelijk is in de Schrift, heeft hij ook weer geen medelijden, 't Wordt hem een heilige hartstocht om uit te zoeken, uit te zuiveren, af te breken ook. Zooals een echte kunstkenner met heiligen hartstocht zich zet 'om een oud huis, dat bedorven is, weer in z'n oorspronkelijke stijl te restaureeren. Breek weg, sla stuk, verwijder toch wat er niet bijhoort bij die 14de of 15de of 16e eeuwsche stijl — zoo roept de artistieke architect, 't Is afschuwelijk leelijk dit, wat er later is bijgevoegd ; 't bederft alles dat, wat er later ingemetseld is. Breek uit, werp weg dat alles. En straks, gij zult het zien, straks staat het huis schooner en heerlijker daar weer, geheel in stijl, zoo als het behoort !

Zóó de ethische met den Bijbel.

We hebben het zelf meegemaakt, dat prof. Valeton te Utrecht, met heiligen hartstocht aan 't werk was, om uit te zuiveren, af te breken, wég te doen wat niet in het kader paste, zooals hij het zich dacht. En waar het in de dagen was, dat de Schriftcritiek a la Graf — Kuenen--Wellhausen hoogtij vierde, daar zag^n we de vijf boeken van Mozes in verschillende stukken als een mozaïek voor ons liggen, als een legkaart met vijf verschillende kleuren, welke kleuren aangeduid werden met de letters J, E, D, P en H. En zoo kwam heel het Oude Testament in stukjes en brokjes voor ons te liggen, in echte en onechte stukjes, waarbij het typisch zou wezen om een Bijbel te zien, die met verschillende inktsoorten gedrukt is (een regenboog-editie). Een echte lappendeken !

(Wordt vervolgd.)

Evenredige vertegenwoordiging en nog wat.

Wij zijn principiëele tegenstanders van „evenredige vertegeinwoordiging" in de Kerk Dat is een liberalistiscn beginsel, dat wij niet gebruiken kunnen. Immers wordt dan heel het 'begrip kerk vermoord. Dan wordt het een vereeniging waar ieder even veel — of even weinig — recht heeft. Een onmogelijk ding natuurlijk. Zooals al de liberalistische stelsels tegen de natuur der dingen ingaan en ten slotte de dingen vermoorden. Neem b.v. de Openbare School.

Daar hangt ze nu, als natuurlijk gevolg van het onmogelijk neutraliteitsbeginsel. Men mag ook niet spotten met hetgeen op 't diepst in de volksconsciëntie leeft. En zoo ook zou het evenredigheidsstelsel den dood over de Kerk brengen. Dan is de Kerk geen Kerk meer. Het steekt den Christus naar de kroon en dat zal uitloopen op een 'groote, jammerlijke mislukking. Laat men toch niet spotten met den aard, het karakter, het wezen van de Kerk van Christus. Elk ding tiert alleen als 't naar zijn aard behandeld wordt. Ook de Kerk kan alleen als Kerk leven, onder haar Hoofd, Jezus Christus, die voor haar vernederd is geworden en nu verhoogd is, zittende aan Gods rechterhand.

Maar niet alleen, dat we tegen het stelsel van evenredige vertegenwoordiging in de Kerk zijn, omdat Christus méér is dan de mensch en omdat het in de Kerk gaat om Gods Woord en de heerschappij van Slons Koning — er komt nog bij, dat zij die zeggen vóór het stelsel van evenredige vertegenwoordiging te zijn, er telkens zoo gruwelijk mee spotten.

We kennen een gemeente, waar de ethische partij lang aan het woord is geweest, 't Is alles ethisch wat de klok slaat. Dominé's, kerkeraadsleden, notabelen, kerkvoogden, kiescollege, 't is alles ethisch. Tot voor korten tijd de confessioneelen en de gereformeerden in bond een paar maal de overwinning bij de stembus behaalden. Intusschen is het beginsel van evenredige vertegenwoordiging ook in de pastorie gekomen en de dominé is er voorstander van. „Het is billijk, dat ieder wat krijgt", wordt nu gezegd ; terwijl men zich altijd bediend heeft van de spijzen, alsof er geen andere menschen aan tafel zaten 1 Maar nu is het dan billijk, dat ieder wót krijgt ! ! Evenwel — waar in den kerkeraad een gereformeerd ouderling gekomen is, een zachtmoedig en bescheiden man, dien wij kennen al sinds jaren, is de dominé, die vóór evenredige vertegenwoordiging is, zóó mededèelzaam. dat hij den gereformeerden ambtsdrager nauwelijks wil aankijken en als hij de gereformeerden en confessioneelen een sneer kan geven, laat hij het niet ; liefst het dan doende, waar de gereformeerde ouderling bij is.

Dat is óók een beginsel.

En nog wel van een „ethisch" man, die de dingen uit den aard veel fijner voelt en veel ernstiger neemt dan een veruitwendigd confessioneel of gereformeerde.

In Leeuwarden schijnen ook wat rare dingen ibij de mannen van evenredige vertegenwoordiging in voorbereiding te zijn. Ds. Groot Enzerink, van Leeuwarden, de éénige rechtzinnige (confess.) predikant die daar is, houdt ten minste in het Herv. Zondagsblad stembusoverpeinzingen, die daar wel op doelen zullen. We willen het stukske van zijn hand hier overnemen, 't Is de overdenking waard.

Ds. Groot Enzerink schrijft dan :

„Dit maal was de verkiezing van gemach tigden voor het kiescollege der Leeuwarder gemeente van bijzondere beteekenis, omdat er een predikantsvacature is, waarin door het nieuwe kiescollege een predikant zal moeten gekozen worden in het midden van 't volgende jaar ongeveer.

Wij leven hier in onze gemeente onder het régime van een kiescollege en een kerkeraad, die uitgaan van de gedachte van evenredige vertegenwoordiging. Als men aan alle richtingen in de kerkelijke rechten wil verzekeren, is dit de meest billijke regeling, die men zich natuurlijk kan indenken. Al naar een bepaalde groep zich openbaart in getalsterkte en in beJangstelling voor het godsdienstig en kerkelijk leven der gemeente, worden dan de voorgangers aan gewezen.

Sinds jaar en dag bestaat in de Leeuwarder gemeente het gebruik, dat men 4 Evangelische voorgangers heeft, 2 moderne en 1 orthodoxe. Ieder zal natuurlijk begrijpen, dat dit niet stationnair blijft, maar dat deze getallen voor wijziging vatbaar zijn.

Als 't gebeuren mocht, dat het orthodoxe deel almeer inkromp en zich hoe langer hoe meer van de gemeente afwendde, door b.v. te gaan doleeren of anderszins, dan lag het toch voor de hand, dat de kerkeraad op zekeren tijd tot 't besluit zou komen, om bij 'n eventueele vacature die plaats niet langer door een orthodox, maar door een evangelisch of modern voorganger te doen innemen. En daartegen zou, ook van orthodoxe zijde, niets gezegd kunnen worden. Men zou voor dit feit moeten bukken.

Stel, dat de 'modernen in aantal toenamen zoodat twee predikanten voor hen te weinig waren en dat tegelijkertijd de evangelischen aan invloed en aantal verspeelden, wat zou de kerkeraad dan anders kunnen doen dan zeggen : : bij eventueele vacature van een evangelisch voorganger komt er in zijn plaats een derde moderne predikant. Een ieder zou er vrede mee hebben. Men zou, hoe verdrietig ook voor de afnemende partij, voor de noodzakelijke consequentie uit billijkheidsoverwegingen 't hoofd buigen

Hoe staat het er dan nu bij ?

Laat ons eerst zeggen, dat ons de saamwerking van evangelischen en modernen uit evenredige vertegenwoordigings-standpunt gezien, niet begrijpelijk is. Hoe toch kan men nu de verhouding juist afmeten en ieder zijn evenredig portie geven ?

Maar goed ! 't is nu eenmaal zoo.

De evangelischen en modernen brachten ditmaal, (hoe ijverig ook gewerkt werd en hoevelen ook voor hun partij aan de stembus kwamen, die nooit een voet in eenig kerkgebouw zetten), samen uit 739 stemmen, terwijl de orthodoxen alleen het brachten tot 404.

Welnu ! nu ga men maar eens rekenen ! Zou het billijk zijn, als nu 6 predikanten werden aangewezen voor een kring, die door 739 stemmers wordt vertegenwoordigd en slechts 1 voor een kring met 404 stemmers ?

Dan zou alle evenredigheid zoek, alle billijkheid teloor zijn. Als we ieder der twee partijen de helft geven, dan krijgen we dus modernen 369, evangelischen 370, orthodoxen 404. Maar nu raak ik heelemaal den tel kwijt. Immers 2 voorgangers voor 369, 4 voor 370 en 1 voor 404! Ik heet vvel „Groot", .maar toch - kan ik me niet in tweeën, nog minder in vieren verdeelen.

Daarom ! wij hebben goeden moed met het oog op de straks te vervullen vacature. God geve wijsheid aan de nieuw gekozen gemachtigden en doe, wat goed is voor de gemeente voor haar opbouw en bloei!"

Ook in Leeuwarden dus, wat men overal hoort : de modernen behalen hun kerkelijke overwinningen voor een groot deel door middel van menschen, die anders nooit een voet in het kerkgebouw zetten. En in Leeuwarden zijn dan toch moderne dominé's genoeg !

Voelen de modernen niet dat hun overwinningen daardoor reeds krachteloos en waardeloos zijn ! Waarvan de , gevolgen niet kunnen uitblijven !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's