Op het Graf van Gods volk.
O, hoe rijk zijn toch Gods kind'ren, Als hun stervensure naakt, Daar geen doodsangst hun kan hind'ren, Wetend dat hun Koning waakt.
Die Zichzelven heeft gegeven, aan 't gevloekte kruishout stierf, en het eeuwig zalig leven. voor Zijn volk daardoor verwierf.
O hoe rijk, wanneer zij spreken van de vreugde, die hen wenkt, als de ure aan zal breken, die hen tot hun Koning brengt.
O hoe rijk wanneer zij sterven, Met een glimlach op 't gelaat, Wetende dat zij beërven, 't Eeuwig heil, dat nooit vergaat.
O, hoe rijk hen na te staren. Als zij dalen in het, graf. Wetend dat zij reeds ervaren, 't Heil wat hen hun Koning gaf.
O, hoe rijk te mogen zingen rond den kuil, die 't stof bewaart, dat hun ziel met d' hemellingen, rond Gods troon reeds is geschaard.
Waar zij eeuwig, eeuwig prijzen, hunnen Koning, God en Heer', En zij eeuwig Hem bewijzen dank, aanbidding lof en eer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's