Staat en Maatschappij.
Opheldering gewenscht.
Het artikel in ons blad van 5 November „het Regeeringsbeleid" geeft „De Nederlander" van 18 November aanleiding tot het maken van een paar opmerkingen.
Het Chr. Hist, orgaan vangt aan met er op te wijzen dat in verslag en pers wordt opgemerkt, dat de verhouding tusschen Regeering en Kamer ietwat verflauwd is en dat dit met name geldt van de partijen in de Kamer, waarop de Regeering vooral steunt en moet kunnen steunen.
Van het haperen aan de goede verstandhouding — zoo meent het blad — moet tot iederen prijs de oorzaak worden opgezocht en moet zoo mogelijk de misstand worden genezen.
De Nederlander is nu van oordeel, dat helderder en beknopter, dan de redactie het elders vond. De Waarheidsvriend het onderwerp bespreekt dat zoo aller aandacht trekt
En dat laat het blad het slot van ons artikel afdrukken, luidende ;
Wat hier gevraagd wordt, lijkt ons niet alleen gerechtvaardigd, maar ook is de inwilliging van het verzoek alleszins noodzakeiijk, wil eene goede samenwerking bij de rechterzijde verzekerd zijn.
Er zijn van die beginselzaken, die de Anti-revolutionaire partij .nimmer kan prijsgeven.
Zoo komen zoo aanstonds aan de orde 't wetsontwerp betreffende de lijkverbranding, het ontwerp-Zondagswet, het Leerplichtontwerp, enz.
Stelt de regeering er nu prijs op, dat de Anti-revolutionairen hunne medewerking aan 't Kabinet blijven verleenen, dan zal meer dan tot nog toe het geval was, met de beginselen waaruit die partij leeft, behooren te worden rekening gehouden.
Gebeurt dit niet, dan zal verwijdering van de op één na sterkste groep aan de rechterzijde het gevolg zijn, wat niet anders dan tot groote moeilijkheden voor het Kabinet lelden kan.
Met dezen gedachtengang verklaart De Nederlander het niet eens te zijn.
In het voorbijgaan moge er even op gewezen worden, dat het jammer is, dat de naaste aanleiding, die er ons toe bracht on de hierboven gemaakte opmerking neer te schrijven, niet tevens aan de lezers van da blad is kenbaar gemaakt.
Wij mogen eraan herinneren, dat het df grieven waren tegen het beleid van der Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, n.l. ten aanzien van het toekennen van subsidie ten behoeve van de Nederlandsche Opera, zelfs zonder het verbod te stellen, dat op Zondag zou gespeeld worden en terzake van het afwijzen van de amendementen bij de Lager Onderwijswet van Anti-rev. zijde voorgesteld, die ons de woorden in de pen gaven.
Doch dit daargelaten.
Tegenover onze beschouwing meent de redactie van De Nederlander de hare te moeten geven :
Gaat men in deze lijn verder, dan zou een regeering dus achtereenvolgens met eenige speciaal-Roomsche, speciaal-Anti revolutionaire en speciaal-Christelijk-Historische wenschen of beginslen moeten rekenen. Aldus ontstaat een toestand die nu hier, dan ginds tijdelijk bevrediging schenkt. Maar een groote politieke lijn, een forsche greep, éénheid van beginsel komt zoodoende al meer te ontbreken.
Tot schade van waarde en aanzien van de politiek.
Wij moeten verklaren, deze beschouwing niet te begrijpen. Ook niet, nadat wij kennis hebben genomen van de opmerking, dat , het gemeenscliappelijke in het principe en de praktijk, de grondslag en het uitgangspunt moet zijn voor het samenwerken der partijen.
Wij zouden willen vragen :
Ie. Of het principe en de praktijk in het regeeringsibeleid niet moet uitkomen in de daden van het Kabinet en of juist niet in de daden uitkomt, het beginsel, dat het Ministerie belijdt ?
2e. Of onze eisch te hoog is gesteld, als wij van de regeering vragen, ons standpunt te eerbiedigen ten aanzien van de lijkverbranding, de Zondagswet en den leerplicht
Aan deze twee vragen zouden wij een derde willen toevoegen, n.l. deze : 1 hooren de R.Katholieken en ook de Christelijk-Historischen met betrekking tot genoemde drie punten niet aan onze zijde te staan ?
En zijn het speciaal Anti-revolution wenschen, die wij verlangen ingewilligd te zien ? Zoo ja, laat De Nederlander dan duidelijk uiteenzetten, hoe de Christelijk Historischen' denken over de lijkverbranding, het voorstel Zondagswet en de gestelde verscherping van den leerplicht.
Wij zien met belangstelling de uiteenzetting tegemoet.
De Openbare School en het God onderwijs.
Tot in nauwkeurigheden wordt in a. i 26 van de nieuwe Lager Onderwijswet ge geld, dat bij het opmaken van het leerplan voor de Openbare School rekening gehouden moet worden met het Godsdienstonderwijs.
We lezen in art. 26 : „Bij de regeling schooltijden wordt door het vrij geven uitdrukkelijk in de regeling genoemde uren gezorgd, dat de schoolgaande kinderen de schoollokalen of elders Godsdienstonderwijs van de Godsdienstleeraren kunnen genieten. De voor het Godsdienstonderwijs bestemde uren vallen binnen de schooltijd en, worden voor elke school vastgesteld in overeenstemming met den door de kerkelijke gemeente of de plaatselijke kerk die school aangewezen Godsdienst'' of met die kerkelijke gemeente of plaatselijke kerk zelve, welke den Godsdienst aar voor dit doel aanwijst.
Onder voorwaarden, door B. en W overleg met den inspecteur te bepalen, worden de schoollokalen, zoo noodig verwarmd en verlicht, kosteloos voor dit Godsdienstonderwijs beschikbaar gesteld.
Voor de toepassing van dat artikel worden met kerkelijke gemeenten gelijkgesteld Vereenigingen, welke zich met het geven van Godsdienstonderwijs aan schoolgaande kinderen belasten, en dit ter kennis van het gemeentebestuur hebben gebracht, mits deze vereenigingen voldoen aan bij algemeenen maatregel van bestuur te stellen eischen.
We kunnen hierbij voegen, dat volgens verklaring van Minister De Visser het Rijk geen vergoeding geeft aan Godsdienstleeraars die op de openbare scholen godsdienst onderwijs geven. De kerken blijven hier financieel geheel aansprakelijk.
Alleen voor het Godsdienstonderwijs dat op de Rijks Kweekscholen voor Onderwijzers wondt gegeven, geeft het Rijk vergoeding.
De School aan de Ouders.
We kunnen van de Openbare School wat gaan leeren. Want de Openbare School krijgt haar Ouder-Commissie. Daar heeft men op aangedrongen op de.volgende wijze
„De Bizondere School toch wordt bestuurd .door een vereeniging van personen, wier gelijkheid in denkbeelden en levensopvatting hen tezamen bracht en deed overgaan tot stichting van een of meer scholen. De besturen bestaan uit mannen en vrouwen, die dezelfde opvattingen zijn toegedaan en meestal in die besturen zijn gekozen, omdat ze kennis hebben van en belangstelling voor onderwijszaken. Het werk van de Bizondere School zal ten gevolge daarvan van hooger hand krachtig worden gesteund ; er zal initiatief worden genomen voor verbeteringen, er zal intens toezicht zijn en, waar 't werk in de school igoed is, ook groote waardeering.
Al deze voor het onderwijs van zoo groote beteekenis zijnde zaken — van welke men vooral de laatste moeilijk overschatten kan - zal de Openbare School missen. Haar bestuurders blijven de gemeentebesturen, wier leden in meerderheid tegenstanders der Openbare School kunnen zijn en die tot hun lidmaatschap zijn verkozen op meestal geheel andere gronden dan hun liefde voor het Openbaar Onderwijs of hun kennis van schoolzaken."
Zoo luidde het in een adres van 't Hoofdbestuur, van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.
Men is dus jaloersch op de belangstelling van de ouders voor onze Bizondere Scholen. Op onze Besturen. Op onze Ouderavonden en houden.
Laat het zoo blijven, dat onze Besturen leven voor de School; dat de ouders belangstellen in de School !
We moeten onze ouder-avonden hebben en houden.
Zóó zullen onze Christelijke bloeien. Scholen
Zóó moeten we en kunnen we vooruit ; steeds vooruit; excelsior !
En anders Scholen kwijnen. gaan onze Christelijke
Dan gaan ze dood.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's