De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat, en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat, en Maatschappij.

6 minuten leestijd

Een nieuw geluid.

De Vrijzinnig-Democratische Bond zal binnenkort eene gewijzigde beginselverklaring en een veranderd werkprogram vaststellen.

Op een tweetal punten trekt nu reeds het gewijzigde concept de aandacht.

In de eerste plaats lezen wij in de beginselverklaring deze aanvulling op de bestaande uitspraak : „Het geestelijk leven van het volk verdient de belangstelling en den steun der Overheid."

Deze toevoeging aan hetgeen de Bond tot op heden als zijn beginsel verklaarde, lijkt ons van ongemeen groote beteekenis, want daaruit spreekt, dat de Bond voortaan — althans wanneer de vergadering zich met de ontwerpers van het concept homogeen verklaart — niet alleen de ontwikkeling van ons volk in het bevorderen van zijne stoffelijke belangen, maar ook in den opbloei van zijn geestelijk leven, zal zoeken.

Daarnaast staat in de tweede plaats de wijziging in het werkprogram van den Bond ten aanzien van de verhouding van den Staat tot de Kerk.

De bestaande paragraaf bevatte op dit stuk de korte mededeeling : „Ter volledige toepassing van het beginsel van scheiding van Kerk en Staat verlangt de Bond : losmaking van de geldelijke banden tusschen den Staat en de Kerkgenootschappen.

In dit verlangen werd met geen woord gerept over eenige geldelijke uitkeering van den Staat aan de Kerk,

Thans wordt de Bond heel wat welwillender. Het nieuwe artikel luidt : „Losmaking van de financiëele banden tusschen Staat en Kerkgenootschappen, na overleg met die genootschappen en met eerbiediging van verkregen rechten. (De cursiveering is van ons).

Zelfs gaat het artikel nog een eind verder door aan hetgeen wij reeds neerschreven, toe te voegen : , In afwachting daarvan, d.i. de losmaking van de financiëele banden, onbekrompen toepassing van art. 171 der Grondwet met inachtneming van eene billijke verhouding tusschen de verschillende geloofsovertuigingen ! !

En voorts : „Herziening van art. 170 der Grondwet in vrijzinnigen geest."

Aangezien aan 't gewijzigd concept geen toelichting is toegevoegd, verkeeren wij in het onzekere, hoe de Bond de verschillende verhoudingen tusschen de verschillende geloofsovertuigingen wenscht te zien in acht genomen en ook voor wat betreft: de herziening in vrijzinnigen geest van art. 170 der Grondwet.

Doch dit daargelaten. Voorshands verheugen wij ons over den stap, die hier door de Vrijzinnig-Democraten in de goede richting zal worden gedaan.

Wordt het concept aangenomen, dan zullen zij, die losmaking der zilveren koorde willen, met eerbiediging van verkregen rech ten, voortaan ook de Vrijzinnig-Democraten aan hunne zijde bevinden.

Laten we hopen, dat dit ook bij de andere vrijzinnige partijen het geval zal zijn.

Voor het oogenblik is daarvan nog niet veel te zeggen, nu het ontwerp-fusie-program van de vrijzinnigen nog niet veel anders doet dan op dit punt „de kat uit den boom kijken, "

Zeker, het program spreekt van „waarschuwing' tegen iedere aanranding van de volledige geestelijke en godsdienstige vrijheden en „erkenning van de waarde van het geestelijk en van het godsdienstig leven maatschappij en Staat."

Maar verder komt het program niet. Er blijft altijd nog een verschil op te merken tusschen de Vrijzinnig-Democraten en overige groepen der liberalen.

de laatsten houden nog o zoo gaarne slag om den arm. Dat is zoo volgens de traditie.

De nieuwe Schoolwet.

Een belangrijke wijziging brengt de nieuwe-Schoolwet, welke 1 januari 1921 in werking treedt, in het aantal kinderen, dat den onderwijzer mag worden toevertrouwd. or de gewone lagere School geldt dit

tot 25 kinderen 1 leerkracht.

tot 60 kinderen 2 leerkrachten.

tot 90 kinderen 3 leerkrachten.

tot 135 kinderen 4 leerkrachten.

enz. voor elk 45-tal 1 leerkracht meer.

Voor 't uitgebreid lager onderwijs wordt

tot 17 kinderen 1 leerkracht,

tot 23 kinderen 2 leerkrachten.

 tot 40 kinderen 3 leerkrachten,

tot 71 kinderen 4 leerkrachten,

enz. voor elk 30-tal 1 leerkracht meer.

art. 28.)

Grondslag is het gemiddeld getal leerlingen berekend naar het aantal, dat op 16 Maart, 16 Juni, 16 September en 16 December van het vorige jaar ter school ging.

Daarbij zij nog vermeld, dat het onderwijs in de laatste twee leerjaren eener school voor gewoon lager onderwijs, of aan scholen met twee leerkrachten, in de laagste leerjaren, opgedragen moet worden, eenigszins mogelijk, aan onderwijzers, die in het bezit zijn van de akte van bekwaamheid bedoeld in art. 135, de zooaamde A-akte.

Dit is een in deze wet gebrachte nieuwe onderwijsbevoegdheid.

Deze A-acte is alleen verkrijgbaar voor vrouwen, en geeft alleen bevoegdheid tot geven van onderwijs in de twee (drie) ; laagste klassen der gewone lagere school; verder geeft ze bevoegdheid tot het geven van huisonderwijs in de vakken genoemd in art. 2 onder a tot en met j en r. Hiernaast staat de B-acte, verkrijgbaar voor vrouwen en mannen. Dit is de eigene onderwijzersacte en schenkt bevoegdheid tot het geven van gewoon lager en volg-onderwijs in de vakken van a tot en j ; L tot en met o, q en r ; ook tot het geven van uitgebreid lager onderwijs in de vakken a tot en met j, o, q en r ; en huisonderwijs in de vakken a tot en met j, L tot met o, q en r.

Zij die de B-acte bezitten kunnen afzonderlijke acten voor Fransch, Duitsch, Engelsch, Handelskennis, Landbouwkunde en Tuinbouwkunde halen. De opleiding tot onderwijzeres A geschiedt voortaan aan opleidingsscholen ; de opleiding tot de acte (voor onderwijzer èn onderwijzeres B) geschiedt aan kweekscholen.

De eischen van toelating tot de kweek en opleidingsschool zijn gelijk. De candidaten moeten met gunstig gevolg, een U.L..O.-school (d.i. dus de tegenwoordige U.L.O.-school) hebben afgeloopen óf een H.B.S. met 3-jarigen cursus of de drie eerjaren van een H.B.S. 5-jarigen cursus, 1 gymnasium of lyceum. Ook kan door 1 toelatingsexamen blijken, dat ze, afgezien van welken studiegang ze hebben gevolgd, afdoende kennis bezitten,

Het onderwijs aan de kweekscholen wordt verdeeld over een 5-jarigen cursus ; gedurende de eerste drie leerjaren in hoofdzaak de theorie van het onderwijs, in de laatste twee leerjaren in hoofdzaak óp de practijk van het lesgeven gericht.

De kweekeling, die op grond van het met gunstig gevolg afleggen van een schriftelijk mondeling overgangs-examen tot het 4e leerjaar wordt toegelaten, krijgt den titel van aspirant-onderwijzer. Deze aspirantder onderwijzer(es) geniet uit 's Rijks kas een toelage van minstens 500 gulden, zoolang (zij) de kweekschool bezoekt.

De practische vorming (4e en 5e jaar) schiedt aan daarvoor aangewezen lagere scholen.

Het examen tot het verkrijgen van de onderwijzersacte B (onderwijzers en onderijzeressen B) wordt afgenomen door dicteur en leeraren der kweekschool onder toezicht van drie gecommitteerden, door den minister jaarlijks aan te wijzen.

Aan de kweekscholen wordt aan het einde van het 4e leerjaar gelegenheid gegeven om op grond van het met gunstig gevolg afleggen van een mondeling en schriftelijk examen de acte A als onderwijzeres (niet als voor onderwijzer) te verkrijgen.

De opleidingsscholen voor acte A heben een 4-jarigen cursus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat, en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's