De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

13 minuten leestijd

Alie begin is moeilijk.

Nu het Reglement op de predikantstractementen is aangenomen is er dus een regeling gekomen van de predikantstractementen, waarbij een minimum-tractement is vastgesteld, waarvoor de gemeente nu zal hebben te zorgen en waarop de predikant  recht heeft. Dat minimumtractement is gesteld op 2500 gulden voor de kleine gemeenten, benevens vrije pastorie.

De grootere gemeenten (die met 1500 tot 3000 leden) moeten ƒ 3000 geven, benevens vrije woning of vergoeding daarvoor.

De grootste gemeenten moeten ƒ3500 als minimum tractement uitkeeren, met vrije woning of vergoeding daarvoor.

Moeten alle kleine gemeenten het volledig minimum-tractement geven ; er zijn van die miniatuur gemeenten ; ook gemeenten, die geen bezittingen of belangrijke inkomsten hebben ? 

Daarom is in het Reglement opgenomen art. 2, waarin aan de kleine gemeenten met minder dan 100 leden vrijstelling gegeven kan worden. Daar zal dus de predikant als 't niet anders kan, met minder dan 2500, benevens vrije woning, moeten leven met z'n gezin. Of — men zal moeten trachten twee gemeenten te combineeren, om zoo aan het predikantsgezin een behoorlijk inkomen te kunnen verzekeren (zie art 22).

Hier zal men naar z'n beste weten moeten handelen, want anders blijven zulke gemeenten vacant, of als ze een dominé hebben is dat predikantsgezin, zonder twijfel, tot armoe gedoemd. En vacant te zijn of een predikantsgezin te hebben, dat armoe lijdt, is een kwaad ding, waarop we hebben acht te geven, om 't te voorkomen of 't te verhelpen.

Zooals men weet is bij combinatie van twee gemeenten het Rijkstractement van beide gemeenten wel verzekerd. Daarvoor  behoeft men combinatie niet te laten. Als nu de plaatselijke gevoeligheden maar een beetje buiten spel kunnen blijven, is hier nog wel wat te bereiken. „

Die predikanten die niet aan hun minimum-tractement komen en dus beneden ƒ 2500 blijven, zullen wél uit de Algemeene Kas de kindergelden en de twaalf tweejaarlijksche verhoogingen van ƒ 160 ontvangen. Maar dan moet het ook duidelijk zijn gebleken dat de gemeente niet bij machte is het minimum-salaris uit te keeren.

Zooals we reeds boven zeiden, zal aan alle predikanten in kleine en groote gemeenten boven het tractement, dat de Gemeente geeft (met inbegrip van het Rijkstractement) uit de Algemeene Kas worden uitbetaald : voor elke twee dienstjaren (waar ook doorgebracht) de som van ƒ 160. Iemand met 10 dienstjaren ontvangt dus 5 X ƒ 160 = 800 gulden boven het salaris. Twaalf van zulke tweejaarlijksche verhoogingen van ƒ 160 zullen worden uitbetaald.

Daarbij komen de kindergelden.

Die zijn als volgt geregeld : voor kinderen tot 6 jaar wordt ƒ 25 betaald ; voor die van 6 tot 12 jaar ƒ50; voor die van 12 tot hunne meerderjarigheid ƒ 100.

In gezinnen met meer dan 3 kinderen worden de kindergelden met 50 % verhoogd voor het aantal kinderen boven de drie ; dus gerekend vanaf het 4de kind.

De uitkeeringen uit de Algemeene Kas geschieden door tusschenkomst van Kerkvoogden ; per 3 maanden. De kindergelden worden betaald aan rechthebbenden.

Waar de bepalingen voor een minimum-i tractement ingaan 15 Januari 1921, daar zullen de uitkeeringen, verhoogingen en kindergelden pas een aanvang nemen in 1922 ; omdat er Januari 1921'nog geen cent in de Algemeene Kas zal zijn.

Hoe die Algemeene Kas gevuld moet worden ? 

Hierover een enkel woord.

Er is nu een Raad van Beheer, bestaande uit 7 personen ; voorzitter is ds. Eilerts de Haan en secretaris de heer van Voorst van Beest wonende Huize „Herteveld" te Maarssen.

Deze Raad van Beheer is begonnen een directeur op te roepen tegen een salaris van ƒ 8000.

Art. 13 van het Regl. zegt daarvan : „Als hoofdambtenaar benoemt de Raad van Beheer een directeur. Zijne instructie en bezoldiging worden vastgesteld door den Raad van Beheer."

Als straks zoo'n directeur gevonden is en naast hem nog andere ambtenaren zijn benoemd, zal de Raad van Beheer al de gemeenten, naar draagkracht, gaan aanslaan. Hierbij wordt rekening gehouden met de inkomsten uit kerkegoederen, pastoriegoederen, enz,

Uit die bijdragen van de gemeenten moet de Algemeene Kas worden gevoed ; en dan zal uit die Algemeene Kas kunnen worden uitbetaald aan de predikanten, waarop zij krachtens hun dienstjaren en het kinderaantal recht hebben.

Natuurlijk zal daar langen tijd voor noodig zijn, om de omslagen voor de gemeenten vast te stellen en daarna binnen te krijgen. En dus zullen er in 1921 groote uitgaven komen, zonder inkomsten ; en ook begin 1922, wanneer de inning van de bijdragen begint, zal er geen geld zijn, althans niet voldoende om aan de predikanten het eerste kwartaal van de verhoogingen uit te betalen.

Hoe moet dat dan gaan ?

In het Rapport over het Reglement, indertijd uitgebracht in de Synode, is een gedeelte gewijd aan deze zaak, om een weg aan te wijzen.

Daar lezen we :

„Wij hebben ook zeer ernstig nagedacht over de financiëele moeilijkheden, aan de invoering van het reglement verbonden. Reeds terstond in 1921 moet de Raad van Beheer zijn arbeid beginnen ; de directeur moet worden benoemd, een Centraal Bureau ingericht. En hiervoor is geld noodig, waartegenover nog geen inkomsten staan. Ook is het de vraag, of in de eerste kwartalen van 1922 genoeg inkomt om de uitkeeringen uit de kas te doen. Wij meenen, dat het hiervoor benoodigde kapitaal te vinden is door overleg met de Vereeniging „Aanpakken." Indien deze Vereeniging haar kapitaal geheel of gedeeltelijk voor ons doel beschikbaar wilde stellen, al was het tegen behoorlijke rente, dan had de Kerk het noodige bedrijfskapitaal om de regeling der predikantstractementen uit te voeren, en dan had de Vereeniging „Aanpakken" de eer en de voldoening om haar doel, de verbetering der predikantstractementen, beter te bereiken dan zij ooit heeft kunnen denken Zij zou toch niet alleen een aantal kleine tractementen verhoogen, maar den financiéelen grondslag voor het op peil brengen van alle."

Hierover zal nu wel spoedig een en ander worden meegedeeld.

Intusschen zien we wel, dat het ook hier geldt, dat alle begin moeilijk is.

Er zal nu veel afhangen van den goeden wil van kerkeraden en kerkvoogdijen.

Waar Bestuur en Beheer in onze Hérv. Kerk gescheiden is, kunnen de kwesties natuurlijk vele worden.

Maar waar der tijden nood zoo groot is, en de dagen zoo ernstig, hopen we zeer, dat de kwesties tot een minimum zullen worden teruggebracht, vooral ook om de minimumlijders en die minder dan het minimum hebben te helpen — en door den geestelijken arbeid in het midden van onze Kerk de zaak van Gods Koninkrijk te dienen.

We moeten door dezen crisis-tijd heen.

En dat kan alleen met 's Heeren hulp en inspanning van alle krachten.

Om moedeloos te worden.

Er sprak nog zooveel moed uit hetgeen dr. Niemeyer schreef in het Vrijz. Hervormd Weekblad van 9 Dec. j.l. over de toen aan de orde zijnde verkiezing van gemachtigden te Amsterdam. Als een dartel paard stelde hij zich aan ; misschien beter gezegd als 'n jolige bok, die z'n stoothorens in beweging bracht. Wacht maar, jullie Amsterdammers, we zullen jullie van Evenredige Vertegenwoordiging wel eens even onder den voet loopen !

Zóó was de stemming 9 December.

Wilt ge bewijs ? om daaruit tegelijk te zien hoe we komen aan de, op zichzelf genomen oneerbiedige, vergelijking van dr. Niemeyer met een joligen bok met stoothorens ?

In het no. van 9 Dec. staat letterlijk, als antwoord op een verkiezingsmanifest der „Vriendenkringen", waarin ook de woorden „De vijand rukt vast aan !" stonden :

„Wel wis en drie, drommelsche snuiters, de vijand rukt vast aan, de vrijzinnige vijand. Hij rukt aan, om u te beletten, nog langer voort te gaan met uw heilloos werk, waardoor gij de gemeente ten gronde richt, de godsdienstige behoeften van duizenden miskent en de Kerk bij talloos velen in discrediet brengt.

Het is te hopen dat hij u zulk een flinken stoot tegen de ribben geeft, dat gij er van omvalt en vooreerst te duizelig bent om weer op te staan."

En wat is nu het resultaat geweest van dien „flinken stoot tegen de ribben ? "

Dat Evenredige Vertegenwoordiging zoo ongeveer 900 a 1000 stemmen minder heeft gehaald dan verleden jaar.

De toon in de volgende nos. van het Vrijz. Herv. Weekblad is dan ook niet bepaald opgewekt en stoutmoedig.

't Is meer het leegloopen van een gescheurden fietsband nu.

En bij dr. Niemeyer èn bij Amsterdamsche correspondenten.

Men moest het nu ook maar opgeven met die beweging voor Evenredige Vertegenwoordiging. Daar komt toch niets van. Dat is een moderne vlieger, die niet opgaat. En het is maar tijd en geld verknoeien om daar voor te ijveren. Zelfs al is dr. Engelberts nu openlijk naar de Vrijz. Hervormden overgegaan, zoo zal het toch misère blijven.

Intusschen hopen we, dat in Amsterdam allen die op den èodem van Schrift en Belijdenis staan elkander hoe langs hoe meer mogen vinden, om saam, met biddend opzien tot God, aan Wiens zegen alles gelegen is, moedig voort te gaan.

„En onze Koning, is van Isrels God gegeven !"

Ook dien kant uit?

Te Doetinchem stonden twee rechtzinnige predikanten, ds. Briët en ds. Smelt. De eerste ontpopte zich niet zoo heel lang geleden als een orthodox predikant, die vóór Evenredige Vertegenwoordiging, de modernen ingesloten, was. Dat gaf nog al wat ontstemming in de gemeente, terwijl ook z'n collega Smelt er lang niet mee ingenomen was.

Natuurlijk dat de vrijzinnigen begonnen te juichen en tegelijk maar vast begonnen te vragen om 'n modern dominé toen ds. Briët een beroep ontving naar Enschede (waar ze een orthodox predikant, voorstander van Evenredige Vertegenwoordiging noodig had den) ontving en aannam. Want je moet maar vragen, zeggen de modernen. Dan krijg je allicht wét.

Nu willen we het daarover niet verder hebben.

Maar in het Doetinchemsch Weekblad lazen we een min of meer officieel verslag van het afscheid van ds. Briët — een verslag waarvan niet precies te zeggen valt of het door J. V. (ds. J. Visser van Ruimzicht) of door J. G. (ds. J. Groeneweg, directeur-predikant der Doet. inrichtingen) geschreven is — waarin dan deze zin voorkomt : „Wij hopen ook, dat de kerkeraad voldoen zal aan het verzoek dat ds. B. openlijk bij zijn afscheid uitsprak n.l. om in de vacature een geestverwant van hem te beroepen. Dan zullen de beide voorgangers elkander opnieuw kunnen aanvullen, wat de gemeente zeker ten goede komt."

Hieruit lezen we zoo ongeveer dit: ds. Smelt is nog al stevig rechtzinnig en staat nog al op z'n stuk als 't de Bijbelsche waarheid betreft, vertolkt in onze Confessie. Ds. Briët was minder positief in belijdenis en kerkrechtelijk een man met moderne tendenzen. Het is nu maar te hopen, dat de kerkeraad een predikant beroepen zal, die niet is zooals ds. Smelt, maar zooals ds. Briët — een rechtzinnig man, die voor Evenredige Vertegenwoordiging is, de modernen ingesloten.

Als er dat mee bedoeld wordt, vinden we het in-treurig, dat de directeuren van de Doetinchemsche inrichtingen zich zóó in het openbaar uitspreken.

Maar misschien vergissen we ons. Dat hopen we.

Een beetje kleinzielig.

Er is in de kringen van de Gereformeerde Kerken nog al wat te doen op het oogenblik. Elke week komt er wéér wat bij. Nu weer de aanklacht van dr. Geelkerken en dr. Brussaard tegen ds. Meier, die hen, naar ze zeggen, valsch beschuldigt van Netelenbossiaansche tendenzen.

Ds. Netelenbos en ds. Wisse worden nu nog al eens genoemd.

En de Geref. Kerken gaan over de tong.

Zoo krijgt ieder z'n beurt.

Men is nu zooveel jaren bezig geweest, om week aan week de Hervormde Kerk af te kammen en maar te zeggen en te schrijven, wat voor den mond kwam. Nu schijnt de wind uit 'n anderen hoek te gaan waaien, waarbij de Geref. Kerken het moeten ontgelden.

Ook die comedie-geschiedenis van de studenten der Vrije Universiteit is in het debat. Daar zucht het vrome volk onder — schreef „de Wachter." Heel de kerkelijke wereld schijnt in rep en roer. Wat moet er zóó van de Geref. Kerken worden, als de studenten, onder leiding staande van Geref. professoren, zóó 't gaan aanleggen ?

Kampen geeft daarbij Amsterdam een steek onder water.

Amsterdam geeft nu Kampen weer een stoot in de ribben terug.

Hoort maar wat „de Heraut" schrijft:

„Te zonderlinger doet deze klopjacht op de studenten der Vrije Universiteit aan, waar het een bekend feit is, dat ook de studenten aan de Theologische School in zulk een liefhebberij-comedie geen het minste kwaad zien. Bij het laatste lustrum van het studentencorps aan de Theol. School werd een stuk van Frederik van Eeden opgevoerd „De student thuis", dat in zedelijke waarde zeker niet boven het thans zoo beruchte „Tante Charley" staat.

Niet alleen de studenten woonden die opvoering bij, maar ook de hoogleeraren der Theologische School. Van eenige critiek die hierop gevallen is, vernamen we niet. „De Bazuin", die mededoet aan de veroordeeling van de studenten der Vrije Universiteit en onze houding slap noemde zweeg toen, enz"

Daar staat het dus in het volle licht : de studenten te Kampen en de studenten tè Amsterdam, de Gereformeerde studenten en de Gereformeerde professoren, zijn aan het comedie spelen, dat het een lust is !

En over „de zedelijke waarde" van het stuk te Kampen valt niet te roemen. Daarom moet Kampen maar over Amsterdam zwijgen !

Maakt deze affaire geen slechten indruk op het volk, denkt men ?

Maar nu komt er nog iets 'bij.

En dat vinden we nu kleinzielig en laf.

Ook ds. Lindeboom in het Noord-Holl. Kerkblad schrijft noodgedwongen over deze onverkwikkelijke geschiedenis van comedie spelen.

En die weet er zich heerlijk uit te redden.

De studenten die aan de Vrije Universiteit het comedie-spelen eigenlijk hebben gebracht, zijn studenten die niet tot de Gereformeerde Kerken behooren.

Heerlijke vondst!

Nu gaan de Gereformeerde Kerken vrijuit. Daar is men zoo slecht niet, dat men comedie speelt.

Dat doen alleen studenten die niet tot de Gereformeerde Kerken behooren.

Mogen we aan ds. Lindeboom eens vragen of ook in Kampen de comedie-spelende studenten van de Theol. School niet tot de Gereformeerde Kerken behooren ?

En als ze in Amsterdam en in Kampen niet tot de Gereformeerde Kerken behooren, uit welke kerkelijke kringen komen ze dan wèl?

 Zijn het ook misschien Hervormden­ dan ?

Wat ging Amsterdam en Kampen dan heerlijk vrijuit.

Een legende minder.

Op pag. 138 der uitgave van het „Kort Begrip" door ds. G. Elzinga met een voorrede van prof. Biesterveld, Kampen 1915 — aldus lezen we onder „leestafel" van de hand van prof. Geesink in „de Heraut" van 19 Nov. j.l. — komt een onjuiste voorlichting voor ; en wel deze :

„De Synode der Ned. Herv. Kerk heeft de Doopsformule van Matth. 28 niet verplichtend durven stellen, ja, ook den Doop zelven niet! Men kan daar tot het Avondmaal toegelaten worden zonder gedoopt te zijn".

Dat is een onjuiste voorlichting.

Onjuist omdat art. 38 al. 5 van 't Reglement op het Godsdienstonderwijs luidt : „dan heeft de aanneming voortgang, wanneer de aannemelingen zich bereid verklaren, , voor zoover ze niet gedoopt te zijn, den Doop te ontvangen.

Onjuist, omdat in 1896 door de Synode een circulaire aan de Kerken is gericht om toe te zien, dat bij de doopsbediening de woorden ontleend aan Matth. 28 : 19 w.jrden uitgesproken."

We zijn heel blij, dat dit in „de Heraut" is uitgesproken.

Een legende minder in de wereld ten opzichte van die booze Herv. Kerk.

Kunnen we er nog niet méér opruimen samen ?

En als ze opgeruimd zijn, wil men ze dan ook voor goed weglaten s.v.p. ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 december 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 december 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's