Op den eersten dag des jaars.
'k Leg alles voor U neder, O Heere, nu ik weder Op dezen eersten dag Van 't jaar dat Gij wilt geven. Dat Gij mij doet beleven. Voor U mij buigen mag.
Niets is voor U verborgen. Gij kent mijn vele zorgen. Mijn droefheid en gemis ; Gij kent mijn angst voor 't sterven, Mijn vrees dan U te derven, In d' eeuw'ge duisternis.
Maar ook kunt Gij die nooden Vervullen, als 'k gevloden Daarmee kom aan den voet Des troons, waarop Gij immer Gezeten zijnde, nimmer Wie tot U roept verdoet.
En daarom is mijn vragen, O Heere, dat de dagen Van 't jaar dat 'k in mag gaan. Toch allen wezen mogen, Wijl 'k telkens weer mijn oogen, Alleen, op U mag slaan.
Op U alleen maar bouwen. Op U alleen vertrouwen. Met mijn geheele hart, 't Zij dat mijn weg zal wezen, In blijdschap of in vreezen, In vreugde of in smart
Om dan steeds weer te mogen Ervaren, dat Uw oogen Mij altoos gadeslaan. Dat G' alles mij wilt schenken, In gunst mij steeds gedenken. Mij daag'lijks bij wilt staan.
Met U dit jaar beginnen. Uw dienst alleen beminnen, Dan, Heere, zal 't vergaan. Wijl Gij mij komt betoonen. Ook in mijn hart te wonen. Steeds aan mijn zij te staan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 december 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 december 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's