Financiën.
Laat ik eerst maar beginnen om allen die mij met het nieuwe jaar hun gelukwenschen toezonden hartelijk te danken en hun weder keerig alle geestelijke en stoffelijke zegeningen van harte toe te wenschen.
Die wenschen golden niet alleen mijn persoon, maar ook niet minder den arbeid van den Bond in het algemeen en in het bjjzonder het welvaren onzer fondsen, m.a.w. penningmeester, dat ge dit jaar maar weer veel moogt ontvangen !
Nu, dat is een wensch van mijn hart, waar ik niet alleen geheel mede instem, maar waarover ik mij verblijdde omdat er zoo uit blijkt, dat de lezers belangstellen en medeleven.
Dit wordt door mij zeer gewaardeerd en daarom wil ik ze gaarne een vertrouwelijke mededeeling doen, die ze nu maar niet verder moeten vertellen want een ander heeft er niets mee te maken, 't Is alleen voor mijn lezers, mijn vrienden en voor hen die mij in het afgeloopen jaar zoo gesteund hebben in mijn zorgen voor onze fondsen.
Zooals u weet, gingen we sedert een aantal jaren met onze inkomsten steeds vooruit. Het eene jaar wat meer dan het andere, maar toch was het totaal ieder jaar hooger. Ik was brandend nieuwsgierig hoe het nu in het afgeloopen jaar zou zijn en ben dan ook na 1 December aan het cijferen gegaan. Nu ben ik nog wel niet geheel klaar, maar ik weet toch al wel dat de inkomsten van het Leerstoelfonds en het Studiefonds ruim duizend gulden meer bedragen hebben dan het jaar 1919. Dus ook ditmaal weer geen achteruitgang, maar een groote sprong vooruit!
Wat heerlijk ! Ik ben er heel blij mee , dat ik het niet kon bewaren tot de jaarvergadering. Ik dacht, dat moeten mijn vrienden en belangstellende lezers maar dadelijk weten. Een goede tijding komt nooit te vroeg. Als ik wat te klagen heb dan houd ik het ook niet onder me en nu ik wat te roemen heb zwijg ik ook niet. Dat is recht. Ik kon eigenlijk mijn oogen niet gelooven, toen ik de cijfers voor me had. Waar is het toch vandaan gekomen ! Ik wil u wel zeggen, ik werd er klein onder. En nu zei onze dominé laatst op den preekstoel : (en ik ver beeldde mij dat hij naar mij keek) succes is nog geen zegen ! Jawel, dacht ik. Dat is zoo. Dat weet ik ook wel. Maar succes is toch ook niet het tegenovergestelde van zegen, want geen succes, is toch zeker geen blijk van zegen. En een kennelijken zegen mogen wij toch wel zien en het feit, dat er door deze toenemende inkomsten blijkt dat er in onze, door velen verachte en gesmade Herv. Kerk, toch een kern is, die toont de Gereformeerde Waarheid lief te hebben en voor de verbreiding daarvan ook wat over heeft. Dit valt niet te ontkennen.
Met onverflauwde liefde en met de geringe krachten waarmede ik ben toegerust wensch ik dan ook in het nieuwe jaar voort te gaan om belangstelling te trachten te wekken en te onderhouden in alles wat tot bevordering kan dienen van de zuivere prediking • des Woords op onze Hervormde kansels en een niet gering onderdeel acht ik daarvan ons Leerstoel-en ons Studiefotids.
Lezer. Ik had nog over tal van zaken willen spreken. Over nieuwe leden, over de 100 abonné's die er deze maand bij moeten komen, over een brief uit Middelburg, en Amersfoort, over Giro, enz., maar ik heb mijn ruimte reeds gebruikt en ga het nu hebben over onze inkomsten van de eerste week van 1921 en die zijn reusachtig.
Zie maar eens.
Delft, December 1920.
Waarde penningmeester, Hierbij heb ik voor de vijfde maal het genoegen u
Twee honderd gulden
te zenden, waarvan f 100.— voor het Leerstoelfonds en f 100.— voor het Studiefonds.
Het is van denzelfden gever die ook nu weder f 100.— voor den Geref. Zendingsbond schonk. Met vr. groete,
Ds. G. Benes.
Den milden onbekenden gever zij hartelijk dank gezegd voor deze volhardende milddadigheid. Onze ds. Benes is nu uit Delft weg en daarmede is er een vriend van onzen Bond minder in onze geboorteplaats. Dit spijt ons, want er zijn nu twee predikanten beroepen, wier namen, hoewel onder de Gereformeerden gerekend, op onze ledenlijst ontbreken. Gelukkig hebben wij in Delft een flinke afdeeling en onder hen een lid, die nu al vijf achtereenvolgende jaren tot 't geven van zulk 'n groote som bereid was. Ik hoop, dat, al is ds. Benes daar nu niet meer, dat dit geen beletsel zal zijn en de milde gever wel een anderen weg zal weten om, als het zoo wezen mag, zijn gift naar Arnhem te transporteeren. Onder de beide beroepen dominé's in Delft is er een die jaren in Lunteren heeft gestaan en ook daar niets voor den Bond heeft gevoeld en gedaan. Toch blijkt het dat de gemeente dat gevoelen niet heeft gedeeld, want nauwelijks is ds. Kievit daar aangekomen, die veel voor den Bond gevoelt, en een spreekbeurt heeft doen houden door ds. Klomp, van Oldebroek, of uit de opbrengst van de collecte blijkt al spoedig, dat de gemeente aldaar er niet afkeerig van is om aan onze fondsen iets te offeren. Althans de collecte van deze eerste spreekbeurt te Lunteren bracht op de som van
Honderd elf gulden en vijftig ets.
Hartelijk dank hiervoor. Wij hopen dat ds. Kievit er evenzoo in zal slagen ons ledental aldaar uit te breiden en dat ik weldra een groote Iijst zal krijgen van namen voor proefnummers van „De Waarheidsvriend." Er is daar nog een rijk, ruim veld voor den Bond en onze fondsen.
Ook de gemeente te
Groot-Ammers heeft zich uitstekend gehouden. Zie maar:
Geachte penningmeester. Hierbij ontvangt u
Honderd gulden
voor het Studiefonds, zijnde de opbrengst der collecte met een paar nagiften, gehouden bij een spreekbeurt voor den Bond door ds. Jongebreur, van Veenendaal. Groot-Ammers houdt zich goed. De collecten voor dit doel zijn hier den laatsten tijd verdunbeld. Vette letters ! penningmeester I
Met vr. groete en heilbede.
ds. H. J. van Schuppen.
Prachtig ! Dat is driemaal vette letters van deze week, en nu volgt er nog een aantal die bij elkaar ook nog een groot bedrag vormen.
Amersfoort, door ds. B. Batelaan f8.— van mej. N.N. voor het Studiefonds van den Bond.
Genemuiden, door ds. H. van Eist. f 1.— Nagift op de rede van ds. Holland, met bijschrift : voor het Studiefonds, omdat ik des avonds niet kon opgaan naar Gods buis."
IJselstein, afgezonden door ds. IJ. Doornveld f57.—, opbrengst van de collecte op Kerstdag voor het Leerstoelfonds.
Postmerk Schoonhoven, van N.N. f 10.—.
Gouda, van J. f 5.20 gecollecteerd bij gelegenheid van het huwelijk van een familielid. „Het bedrag is wel niet groot, schrijft deze, nochtans hopen we dat de Heere er Zijn zegen over gebieden mag. dan worden vanzelf kleine gaven groot, want dan werkt 't mee tot uitbreiding van Gods Koninkrijk".
Zegveld, van C. Bardelmeijer f4.14 opbrengst van de maand December van busje no. 20.
Kampen, f 1.— als gecollecteerd Zondagavond 26 December onder het gehoor van ds. Holland, voor het Studiefonds..
Feijenoord, door Jb. Bot f2.50 als gevonden in de collecte op 19 December in „Maranatha", met bijschrift: „voor het Studiefonds, uit dankbaarheid."
Rijnsaterwoude, f4.— gevonden in de kerkcollecte bij een door ds. Leenmans vervulde beurt.
Bodegraven, van den heer C. Muller f 6.— zijnde de helft uit het busje van de Bjijbelles.
Difksland, door ds. K. van As f2.50 Oude jaarsavondgift van een zuster der gemeente voor het Leerstoelfonds.
Den Haag, van mej. M. v .B. f 1.— voor het Studiefonds.
Postmerk Schoonhoven van N.N. f5.—.
Lunteren, voor 1920. van K. f2.— als contributie
Geweldig ! Wat een lange lijst. Dat zullen we eens even optellen. Laat ik eens zien, dat is bij elkander
f 515, 14.
Voor al deze gaven, groote zoowel als kleine, hartelijk dank. Moge de Heere er Zijn zegen over gebieden.
De Penningmeester, J. C. FLIEHE.
Arnhem, Pels Rijckenstraat 28.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's