De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

23 minuten leestijd

Met Mormonisme.

II.

Zoo was „de waarheid uit de aarde gesproten." (Ps. 85 : 12). Moroni de Godsgezant had dit aan Jozef Smith bekend gemaakt. En nu deze de gouden platen met de hemelsche bril gevonden had op den heuvel Cumorah, was hij de groote man geworden. Penrose schrijft van Jozef Smith : „geen profeet, die ooit op aarde geleefd heeft, uitgezonderd de Zoon van God Zelf, heeft een grooter werk volbracht, meer waarheid voortgebracht of grooter openbaringe'h uit de hoogte ontvangen, dan hij."

Het loont de moeite eigenlijk niet om het Boek van Mormon geheel te lezen. Het is zóó vervelend geschreven, zóó uitgemeten en lang gerekt door allerlei nagemaakte Bijbelsche geschiedenissen en Bijbelsche na naf^n, dat we al lezende telkens neiging hadden het knoeiwerk, dat ons in 15 boeken de geschiedenis der Nephieten, Lamanieten en Jaredieten — de oudste bewoners van Amerika — geeft, op zij te werpen.

Wat een onzin bij elkaar !

Schijngeleerdheid, met de dwaasheid gemengd. allergrootste dwaasheid gemengd.

En het komt ons dan ook niet onwaarschijnlijk, voor, dat de verwaande dweper Smith prul-copij van een ex-predikant Spaulding, die op een drukkerij geweigerd was vanwege de enorme armelijkheid van het geschrijf, als een kostelijke vondst zich heeft toegeëigend en die copij toen gebruikt heeft als z.g.n. uit den hemel hem geopenbaard !

De wereld wil immers bedrogen zijn !

Heel druk gebruiken de Mormonen hun Bijbel niet. Ze vinden hem zelf waarschijnlijk ook te saai en te onbelangrijk en te onbegrijpelijk. Ze doen het maar af met handige boekjes, waarin alleriei teksten staan en waarin de echt-Mormoonsche onderwerpen op Mormoonsche wijze worden voorgesteld, waarbij dan tal van plaatsen uit den Bijbel ^— natuurlijk eenzijdig en verkeerd — ten bewijs worden aangehaald. Althans zóó hebben wij tot nu toe de Mormonen leeren kennen.

Toch willen we over dien Mormoonschen Bijbel iets zeggen.

Er bestaat een Hollandsche uitgave, in 1909 te Rotterdam bezorgd, welke in handig formaat is igesohied en den indruk maakt een gewoon bijbeltje te zijn.

Op het titelblad vindt men het volgende :

Het Boek van Mormon

Het Boek van Mormon een verslag geschreven door de hand van Mormon op platen genomen van de platen van Nephi.

Verder staat er dan :

Dit is een uittreksel van het verslag van het volk van Nephi en van de Lamanieten ; geschreven aan de Lamanieten, die een over blijfsel zijn van het huis Israels ; en eveneens aan de joden en de heidenen : geschreven op bevel en door den geest der profetie en openbaring. Geschreven en verzegeld tot den Heere verborgen, opdat het niet vernietigd zoude worden, om voort te komen en vertaald te worden door de gave en macht Gods ; verzegeld door de hand van Moroni en tot den Heere verborgen, om in zijnen tijd door middel der heidenen voortgebracht en vertaald te worden door de gave Gods.

Eveneens een uittreksel, genomen uit het Boek van Ether, hetwelk een verslag is van het volk van jared, dat verspreid was ten tijde dat de Heere de taal van het volk verwarde, toen zij eenen toren bouwden om tot den hemel te komen ; welk verslag gegeven is, om aan het overblijfsel van het huis Israels te toonen, welke groote dingen de Heere voor hunne vaderen gedaan heelt ; en opdat zij de verbonden des Heeren mogen weten, dat zij niet voor eeuwig verstooten zijn en eveneens tot de overtuignig van Jood en heiden, dat Jezus de Christus is, de e e u w i ge God, die Zich aan alle natiën openbaart.

Indien er fouten zijn, het zijn fouten van menschen. Veroordeel daarom niet de dingen Gods, opdat gij vlekkeloos moogt bevonden worden voor den rechterstoel van Christus.

Vertaa1d door Jozeph Smith Jr.

Na deze breede, dwaze, verwarde omschrijving, waarin maar dadelijk door den schrijver zelf gewezen wordt op fouten die er wel in kunnen voorkomen(!), volgt dan

De Getuigenis van Drie Getuigen, die luidt als volgt :

„Zij 'het bekend aan alle natiën, geslachten, talen en volken, tot wie dit werk zal komen, dat wij door de genade van God den Vader en onzen Heer Jezus Christus, de platen hebben gezien, welke dit verslag bevatten, hetwelk een verslag is van het volk van Nephi, eveneens van de Lamanieten, hunne broeders en van het volk van Jared, dat van den toren kwam van welken is gesproken geworden. En wij weten ook, dat het vertaald is door de gave en macht Gods, vvant Zijne stem heeft het ons bekend gemaakt. Daardoor weten wij zeker, dat het werk waarheid is. Wij getuigen eveneens, dat wij het graveerwerk, hetwelk op de platen is, gezien hebben ; dat het ons getoond is geworden door de macht Gods en niet door die van den mensch. Wij maken met nederige woorden bekend, dat een engel Gods uit den hemel nederdaalde en de platen voor ons bracht, zoodat wij ze zagen en net graveerwerk op dezelve.

Wij weten dat het door de genade van God den Vader en onzen Heer Jezus Christus is, dat wij ze aanschouwden, en geven getuigenis, dat deze dingen waarachtig zijn en het is wonderlijk in onze oogen. Niettemin, de stem des Heeren gebood ons, dat wij hiervan getuigenis zouden geven. Om gehoorzaam te zijn aan de geboden van God, geven wij getuigenis van deze dingen. Wij weten dat, indien wij getrouw zijn in Christus, wij onze kleederen zullen reinigen van het bloed aller menschen, vlekkeloos zullen bevonden worden voor den rechterstoel van Christus en eeuwig met hem zullen wonen in den hemel. En de eere zij den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest, welke zijn één God. Amen."

Volgen dan de namen van : Oliver Cowdery, David Whitmer en Martin Harris — van welken laatsten persoon met name bekend is, dat hij later heeft getuigd nooit de gouden platen met het wondere letterschrift gezien te hebben, maar door Joseph Smith voor geld te zijn omgekocht, om dit maar te verklaren, zonder dat het waar was.

Dat hier bedrog in 't spel is, blijkt wel uit het feit, dat Smith aan één getuigenis niet genoeg had. Er moest nog een tweede getuigenis bijgemaakt worden en daarvoor werden twee families in den arm genomen : z'n eigen familie en de familie Whitmer, die ook al voor het eerste getuigenis gebruikt was.

Dat tweede getuigenis werd door acht namen (allen familieleden) onderteekend en luidde :

„Zij het bekend aan alle natiën, geslachten, talen en volken, tot wie dit werk zal komen, dat Joseph Smith Jr., de vertaler van dit werk, ons de platen getoond heeft, waar van gesproken is geworden, die er als goud uitzien. En wij hebben alle bladen, die genoemde Joseph Smith vertaald heeft, in onze handen gehad. Wij hebben eveneens het graveerwerk daarop gezien, dat van eene buitengewone bewerking is en er uitziet als werk van ouderen tijd. Wij getuigen met nederige woorden, dat genoemde Smith ons dit alles ; getoond heeft, dat wij dit hebben gezien en betast en wij daardoor met zekerheid weten, dat genoemde Smith de platen heeft, waarvan wij gesproken hebben.

Wij geven onze namen aan de wereld, om aan de geheele wereld te getuigen, wat wij gezien hebben en liegen niet. God zijnde onze medegetuige."

Volgen de namen van Christian, Jacob, Peter en John Whitmer, Hyrum Page en Joseph, Hyrum en Samuel Smith.

Wat nederig gesteld !

Om nederig dus te verklaren, dat Joseph Smith toch vooral geen bedrieger is

Het Boek van Mormon, aldus aan ons voorgesteld, bestaat uit 15 boeken en wel : het 1ste boek Nephi met 22 hoofdst., het 2de boek Nephi met 33 hoofdst, het boek Jacob met 7 hoofdst., het boek Enos met 1 hoofdst., het boek Jarom met 1 hoofdst., het boek Omri met 1 hoofdst.. De Woorden van Mormon met 1 hoofdst., het boek Mosiah met 29 hoofdst., het boek Alma met 63 hoofdst., het boek Helaman met 16 hoofdst., het 3de boek Nephi met 30 hoofdst, het 4de boek Nephi met 1 hoofdst., het boek Mormon met 9 hoofdst., het boek Ether met 15 hoofdst. en het boek Moroni met 10 hoofdst.

Dat is dus de Mormoonsohe bijbel, die ons dan zal vertellen het wedervaren van drie verschillende volksstammen welke in de oudheid van Azië verhuisd zijn naar Amerika en daar ongeveer 2500 jaren hebben gewoond —een geschiedenis, die klaarblijkelijk door een of ander duister persoon uit den duim is gezogen en in onsmakelijke, nagebootste Bijbeltaal is opgesteld.

Iemand die Nephi heet, begint 't eerst te vertellen ; en geeft dan een verslag van Lehi, zijne vrouw Sariah en hunne vier zonen Laman, Lemuel, Sam en Nephi. Lehi moet op 's Heeren bevel het land van Jeruzalem verlaten, daar men hem van het leven wilde berooven, omdat hij het volk hunne gruwelen openbaarde. Hij reist met zijn gezin drie dagen in de wildernis. Nephi neemt zijn broeders met zich, om terug te keeren naar het land van Jeruzalem, teneinde de jaarboeken der Joden te verkrijgen, wat hun veel lijden bezorgt Zij huwen met de dochters van Ismaël en begeven zich met hunne familiën op weg naar de wildernis. Ze komen aan de groote wateren. De broeders van Nephi staan tegen hem op. Hij bouwt een sohip ; geven het land den naam Overvloed ; trekken over de groote wateren en komen in het beloofde land (Amerika). Van die zeereis, zooals deze beschreven wordt in 1 Nephi 18 nemen we hier iets op. 't Is de moeite waard om te zien hoe hier de dingen onnoozel door elkaar gehaspeld zijn.

We lezen dan :

1. „Het geschiedde dat zij den Heere aanbaden en met mij voortgingen ; en wij werk ten timmerhout van buitengewoon werk. En de Heere toonde mij van tijd tot tijd op welke wijze ik het houtwerk van het schip zoude bewerken.

2. Nu, ik, Nephi, bewerkte het hout niet op de wijze als geleerd werd door de menschen ; noch bouwde ik het schip volgens de menschelijke wijze, maar ik bouwde het op de wijze, die de Heere mij toonde ; waar door het niet was volgens de wijze der menschen.

3. En ik, Nephi, ging dikwijls op den berg en bad dikwijls tot den Heere ; daarom toonde hij mij groote dingen.

. Het geschiedde nadat ik het schip voltooid had volgens het woord des Heeren, dat mijne broeders zagen, dat het goed was en dat de bewerking er van zeer fijn was ; daarom vernederden zij zich wederom voor den Heere.

5. En het geschiedde dat de stem des Heeren tot mijnen vader kwam, dat wij zouden opstaan en afdalen in het schip.

6. Het geschiedde in den morgen, nadat wij alle dingen bereid hadden, veel vruchten en vleesch uit de wildernis en honig in overvloed, en andere behoeften volgens hetgeen de Heere ons bevolen had, dat wij nedergingen in het schip, met geheel onze lading en onze zaden, en alles wat wij met ons gebracht hadden, een iegelijk volgens zijnen ouderdom ; aldus gingen wij allen neder in het schip met onze vrouwen en kinderen.

7. Nu, mijn vader had twee zonen verkregen in de wildernis ; de oudste was genaamd Jacob en de jongste Jozef.

8. En het geschiedde, nadat wij allen in het schip waren gegaan en oraze behoeften hadden mede genomen, welke ons geboden waren, dat wij voortgingen in de zee en voor den wind afdreven naar het beloofde land.

9. En nadat wij voor den wind afgedreven waren gedurende vele dagen, ziet, mijne broeders en de zonen Ismaëls, en eveneens hunne vrouwen begonnen zich zoo vroolijk te maken, dat zij begonnen te dansen en te zingen en met ruwheid te spreken ; zoodat zij-begonnen te vergeten door welke kracht zij zoover gebracht waren ; ja, zij werden zeer ruw en onbeschaafd.

1.0. En ik, Nephi, begon zeer te vreezen, dat de Heere toornig op ons zoude worden en ons zoude slaan, omreden onze ongerechtigheid, dat wij verslonden zouiden wor­ den in de diepten der zee ; waarom ik, Nephi, tot hen begon te spreken in eenvoudigheid ; maar ziet, zij werden toornig op mij, zeggende : Wij willen niet , dat onze jongere broeder heerscher over ons zal zijn.

11. Het geschiedde dat Laman en Lemuel mij namen en met koorden bonden, en mij met veel hardheid behandelden, niettemin de Heere liet het toe, dat hij zijne kracht mocht toonen tot vervulling zijner woorden, welke hij gesproken heeft aangaande de goddeloozen.

12. En het geschiedde nadat zij mij gebonden hadden, zoodat ik mij niet konde bewegen, dat het kompas, hetwelk door den Heere bereid was, ophield te werkem

13. Daarom wisten zij niet op welken weg zij het schip zouden sturen en daar er een hevige wind opzette, een groote en verschrikkelijke storm, en wij werden gedurende drie dagen op de wateren teruggeslagen, zoo dat mijne broeders zeer verschrikt begonnen te zijn, dat zij in de zee zouden verdrinken ; niettemin maakten zij mij niet los.

14. En op den vierden dag, waarop wij teruggedreven werden, begon de storm zeer vreeselijk te worden.

15. Het geschiedde, dat wij bijna door de zee verzwolgen werden. En nadat wij gedurende vier dagen teruggedreven waren, begonnen mijn broeders de oordeelen Gods te gevoelen, welke op hen uitgestort werden, en zij moeste nomkomen, tenzij zij zich zouden bekeeren van hunne boosheden ; daarom kwamen zij tot mij en maakten de banden welke om mijne polsen waren, los ; en ziet, mijn polsen waren zeer gezwollen, evenals mijne enkels, en hevig waren de pijnen.

16. Niettemin zag ik op tot mijnen God en loofde hem den geheelen dag door en murmureerde niet tegen mijnen God omreden mijne smarten.

17. Nu, mijn vader Lehi had vele dingen tot hen gezegd evenals tot de zonen van Ismaël ; maar ziet, zij bedreigden ernstig iemand die voor mij sprak ; en ziet, mijne ouders, oud geworden zijnde en veel zorg geleden hebbende omreden hunne kinderen, waren aan het ziekbed gekluisterd.

18. Omreden hun verdriet en veel droefheid en de boosheid mijner broeders, waren zij bijna zoover gekomen, om uit dit leven tot hunnen God over te gaan ; ja, hunne grijze haren zouden haast nedergelegd worden in het stof; ja, zij waren op het punt om in het watergraf nedergelegd te worden.

19. En Jacob en eveneens Jozef, jong zijnde en veel zorg behoevende, waren droevig omreden den kommer hunner moeder ; even eens mijne vrouw met hare tranen en gebeden, en eveneens mijne kinderen konden de harten mijner 'broeders niet verzachten, dat zij mij los zouden maken.

20. En daar was niets, dan alleen de kracht Gods, die hen dreigde met verwoesting, waardoor hunne harten konden verzacht worden ; daarom, toen zij zagen, dat zij bijna verzwolgen zouden worden in de diepten der zee, bekeerden zij zich van de dingen, welke zij gedaan hadden, zoodat zij mij losmaakten".

21. Het geschiedde, nadat zij mij losgemaakt hadden, dat ik het kompas nam ; en ziet, het werkte weer goed, zooals ik het verlangde. En het geschiedde, dat ik tot den Heere bad ; en nadat ik tot den Heere gebeden had, hielden de stormen op en de wind bedaarde en er was eene groote stilte.

22. Het geschiedde dat ik, Nephi, het schip stuurde, zoodat wij w^ederom naar het beloofde land zeilden.

23. En het geschiedde nadat wij gedurende vele dagen gezeild hadden, dat wij aan het beloofde land kwamen ; en wij gingen voort op het land en wij sloegen onze tenten op en noemden het het beloofde land.

24. En wij begonnen de aarde te bewerken en zaad te zaaien ; ja. Wij plantten al onze zaden, welke wij uit het land van Jeruzalem medegebracht hadden. En het geschiedde, dat zij zeer goed groeiden, waardoor wij in overvloed gezegend werden.

25. En als wij op het land der belofte in de wildernis reisden, vonden wij allerlei soorten van beesten in de bosschen ; zoowel koeien als stiei'en ; ezels als paarden, geiten en wilde geiten en alle soorten van wilde beesten, welke voor het gebruik van den mensch waren. En wij vonden alle soorten van erts, zoowel goud als zilver als koper".

Voelt men niet aanstonds, als men zooiets leest, dat allerlei geschiedenissen van Noach, Mozes, Paulus enz. door elkaar gehaspeld zijn en dat het onzin is om 590 jaar vóór Christus te spreken van een kompas ?

't Is bombast.

Over kwesties als het draaien van de aarde om de zon, de kinderdoop, de circulatie van het bloed enz. wordt gesproken in het boek van Mormon alsof men in de 19de eeuw is.

De zotste, zinnelijkste wonderen geschieden als in de fabelleer, of als bij Robinson Crusoe of bij baron Münchhausen.

Maar voor 't oogenblik genoeg.

Volgende week geven we nog een en ander uit den Mormoonschen bijbel, o.a. den brief van Mormon over den kinderdoop.

(Wordt vervolgd).

Een mooie gelegenheid laten voorbijgaan.
De couranten hebben ons bericht, dat B. en W. van Amsterdam den Gemeenteraad voorstellen als gewoon hoogleeraar in de rechten te benoemen aan de Gemeente-Universiteit mr. L. J. van Apeldoorn, advocaat te Leeuwarden.

Deze mr. van Apeldoorn, een broer van ds. Van Apeldoorn, die pas van Hoogeveen verhuisd is naar Voorthuizen, is voor de lezers van „De Waarheidsvriend" geen onbekende, daar hij op uitnoodiging van ons Bestuur te Utrecht gesproken heeft over de financiëele verhouding van Kerk en Staat, waarover later nog al eens is geschreven ook in ons Bondsblad.

Ieder weet, dat mr. van Apeldoorn een Hervormd man is, die bizonderlijk in de kwesties van de kerkelijke goederen goed thuis is en overigens een goed jurist, jong en wèl onderlegd.

Wat was het nu een mooie gelegenheid voor de Vrije Universiteit geweest, om dezen mr. Van Apeldoorn daar als hoogleeraar te benoemen, b.v. in de plaats van prof. Fabius, die nu op hoogen leeftijd is gekomen en bovendien tot een hoog Staatsambt is gepromoveerd, waardoor zijn domicilie van Amsterdam naar Den Haag verlegd.

Dan was er óók eindelijk eens een Hervormd man aan de Vrije Universiteit opgetreden, en wel een Hervormd man die zoo uitermate goed thuis is op een terrein dat èn de Vrije Universiteit èn de Herv. Kerk èn de Geref. Kerken zoo bizonder interesseert

Men had een prachtgelegenheid ; vooral waar het aantal hoogleeraren in de.rechten toch moest worden uitgebreid.

Maar men heeft deze gelegenheid laten voorbijgaan.

Wat om allerlei oorzaak ten zeerste te bejammeren is.

Hoe graag zouden we toch eens weten, wat men in de kringen van de Vrije Universiteit wil.

Wil men de Vrije Universiteit hebben en houden geheel binnen den kring der Geref. Kerken van 1892 ?

Zoo ja, laat men het dan eerlijk zeggen.

Zoo neen, laat men het dan toonen.

Wat we temeer vragen, daar bij „het Miljoenplan" der Anti-Rev. Staatspartij ook gesproken wordt over de Vrije Universiteit.

En in Schoolkringen hoort men er ook van, in verband met het oprichten van een Bijz. Leerstoel voor paedagogiek. (Mannen als Wirtz enz., uit den kring van Geref. Schoolverband begonnen er over, maar ook in de kringen van Christ. Nationaal is er al meer dan eens over gehandeld.)

Wij, Hervormden, willen dan wel eens weten, wat men in de kringen van de Vrije Universiteit, in ' de kringen van de Anti-Rev. partij, in de Schoolkringen eigenlijk wil

En dan niet met woorden, maar met de daad.-

Kerkeraad of Kiescoilege ?
Kerkeraad of Kiescoilege ? 't Is weer tien jaren geleden, dat we voor diezelfde vraag werden geplaatst: wat moet het wezen, kerkeraad of kiescollege ?

En juist omdat het tien jaren geleden is, staan we er nu wéér vlak voor.

Spoedig zullen alle stemgerechtigde mans lidmaten overal worden opgeroepen ter stembus, en dan moet het bij meerderheid van stemmen uitgemaakt worden, of aan den kerkeraad het beroepingswerk — en óók het benoemen van ouderlingen en diakenen — zal worden opgedragen, of dat dit het werk van het kiescollege zal zijn.

In onderscheidene gemeenten zal het weinig verschil maken of het kerkeraad of kiescollege is. In onze kleinere gemeenten bedoelen we nu. Want als de verhouding goed is en de Geref. richting is daar zoowat één en al — welnu, dan loopt alles wel.

Maar in de wat grootere gemeenten, waar ook de dogmatische schakeeringen méér voorkomen dan in onze landelijke dorpen, wordt de zaak wat ingewikkelder.

Wat moet het daar wezen : kerkeraad of kiescollege ?

Als het ergens kerkeraad is, is zeer zeker het bezwaar, dat héél de gemeente dan tien jaar lang overal buiten gehouden wordt. De broeders die in het ambt van ouderling en in het ambt van diaken staan bedisselen dan alles onder elkaar ; en de gemeente zelve wordt overal buiten gehouden !

Wie moet er als predikant beroepen worden, als er een vacature is ?

De kerkeraad maakt het uit.

Wie moet er als ouderling, wie als diaken gekozen worden ?

De kerkeraad vult zichzelf aan.

Bijbelsch gebruik is anders,

In het Nieuwe Testament is óók sprake van de gemeente, die opgeroepen wordt en gekend wordt in de keuze van ambtsdragers En zoo behoort het ook. Het ambt moet de leiding hebben, maar de gemeente moet erkend en in de gelegenheid gesteld worden om aan de ambtsdragers haar wensch kenbaar te maken, 't Welk kan geschieden door opgeven van candidaten, waaruit de kerkeraad dan te kiezen heeft Of ook wel zóó. dat de kerkeraad een dubbeltal stelt en de gemeenteleden dan een keuze doen uit zoo'n tweetal.

Zoo is er een gezonde samenwerking tusschen kerkeraad en gemeente, waarbij het ambt geëerd wordt en waarbij de gemeente niet wordt uitgeschakeld.

Maar die regeling hebben we in onze Herv. Kerk niet.

Er is wel dikwijls om gevraagd, maar 't is altijd nul op 't request geweest.

Van dien Bijbelschen weg, met goede samenwerking tusschen kerkeraad en gemeente, wil men niet weten.

Bij ons moet het zijn : óf kerkeraad alles of kiescollege alles.

En kerkeraad alles — vinden we niet goed, daar heel de gemeente dan eigenlijk tien jaren buiten de deur gezet wordt In niets wordt zij gekend dan. In niets kan zij haar stem laten hooren.

Maar als we kiescollege - krijgen, zijn we er óók niet Bij lange na niet En dat maakt het nu zoo moeilijk om een antwoord te geven op de vraag : wat moeten we hebben, kerkeraad of kiescollege ?

Twee kwade dingen zijn het

Want wat is het kiescollege ?

Het kiescollege is de gemeente niet Het kiescollege is een stel mannen, die door verschillende kiesvereenigingen naar voren geschoven worden, niet zelden met veel stembus-lawaai en allerlei verkiezingspraktijken, waarna dan die mannen van het kiescollege heel de gemeente buiten de deur zetten en ook het ambt bij het beroepings-en benoemingswerk buiten werking stellen.

De leden van het kiescollege treden dan op als z.g.n. gemachtigden voar de gemeente.

De gemeente heeft dan niets te zeggen, maar stuurt haar gemachtigden.

Waarbij dan ééne partij boven drijven. komt

De helft plus één, om dan dikwijls met weinig verantwoordelijkheidsbesef eigen wil door te drijven, tot in de zotste consequenties. Natuurlijk met de schoonste leuzen getooid en gedekt

Van de Bijbelsche praktijken blijft in dezen weg niets over.

Want als er b.v. een dominé moet beroepen worden, komt niet de gemeente saam, maar het kiescollege. Dan vergadert niet de kerkeraad, maar het kiescollege. En ja, als dan eindelijk met veel goede en kwade prak tijken een dominé door het kiescollege is gekozen, mag de kerkeraad voor de leus in wettige vergadering saamkomen om den beroepsbrief te schrijven en te teekenen.

, Waarbij 't moeilijk valt „het beroepingswerk te doen onder aanroeping van 's Heeren Heiligen Naam."

ledere kerkeraad, waar een kiescollege is, heeft dat wel eens gevoeld ; want buiten het ambt gesteld te worden en geen stem meer te hebben in het beroepingswerk, is voor den kerkeraad niet prettig.

't Wordt een wassen neus, wat de kerkeraad doet

Wat natuurlijk niet zoo gevoeld wordt in onze kleinere, landelijke gemeenten, waar de venhoudingen vredig en goed zijn. Maar wat vooral gevoeld wondt als de partijstrijd zoo vreeselijk scherp is.

Dus geen kiescollege ?

Dat zeggen we niet Want juist omdat hier de keus uit twee dingen, die we geen van beide volmondig kunnen aanbevelen, geschieden moet, zouden we willen adviseeren : laat de keus afhangen van plaatselijke omstandigheden.

Sinds 1867 hebben de kiescolleges in tal van onze Herv. gemeenten veel goeds gedaan. Ze hebben de macht uit de handen van enkele dorps-en stadsdespootjes, die meest liberaal gezind waren, uitgenomen en ze hebben meer openbaar gemaakt wat de gemeente zelve begeerde. De behoeften der gemeente zijn meer in het licht gekomen. En door de kiescolleges is menige gemeente in meer orthodoxe richting gekomen. Menige stad is van modern of ethisch in confessioneele of gereformeerde handen gekomen. In zooverre hebben we het goede in de kiescolleges te erkennen. We mogen niet onbillijk zijn. Veel, heel veel hebben we aan onze kiescolleges te danken. Maar dat neemt aan den anderen kant niet weg, dat door de kiescolleges de partijhartstochten meer zijn openbaar geworden. Samenwerking tusschen liberaal gezinden is gekomen. Verdeeldheid tusschen gereformeerd gezinden. Daardoor successen aan de vrijzinnigen en scherpe vijandschap tusschen lieden, die allen op den bodem der Confessie staan .

O ! als Jan en Alleman loskomt Als door eenige voormannen z.g.n. leiding wordt gegeven. Als de stembuspractijken zich uitbreiden en tot het ongelooflijke worden doorgevoerd — ja, dan is de ellende niet te overzien. De hel is als losgebroken. En dat In het midden van 's Heeren Kerk!

Dan honderdmaal liever de kerkeraad : waar de mannen die wettig in het ambt staan, de leiding der gemeente hebben.

Maar — we zeiden het reeds — ook dan is dikwijls zooveel bezwaar te maken. De gemeente wordt niet geraadpleegd, 't Is alsof de gemeente er is om den kerkeraad en niet de kerkeraad om de gemeente. Dat „zichzelf aanvullen" is dikwijls zoo verkeerd. Enz., enz.

Daarom moet men, naar ons oordeel, deze dingen vooral plaatselijk beoordeelen en kan eigenlijk geen algemeene regel gegeven worden.

Voor het ééne dorp zouden we zeggen : geen kiescollege ! Laat het daar kerkeraad blijven of worden.

•Maar voor de andere gemeente zouden we zeggen : geen kerkeraad ! Laat het daar kiescollege worden of blijven.

Hadden we in onze Herv. Kerk maar voor al onze gemeenten één inrichting van het kerkelijk leven naar uitwijzen van Gods Woord en onze Belijdenis I

In goede samenwerking van kerkeraad en gemeente.

Wat zou dat heerlijk zijn.

Maar hier ligt een zoo schrikkelijke breuk de loslating van één en dezelfde Waarheid.

Waarbij de partijstrijd dan niet zelden oplaait met een hartstocht, die ons doet Waarbij, even en sidderen

Als er geen Koning is, doet ieder wat roed is in eigen oogen.

Maar juist in het wederkeeren tot God en Zijn Woord ligt hier de wijsheid.

Dus wat moeten we nu, zoo hooren we deze en gene vragen : kerkeraad of kies­ college?

Wij antwoorden : we weten het niet.

't Hangt er voor ons advies van af, onder welke omstandigheden men verkeert

. Wil men daarom plaatselijk weten, hoe kve er over denken, laat men ons dan maar ichrijven, dan willen we er in ons Bondsblad ïog wel eens op terug komen of in parti- ulieren brief onze meening er over zeggen.

' Wil deze of gene wellicht z'n gedachten ook eens kenbaar maken wat deze kwestie betreft, we houden ons aanbevolen !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's