De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

5 minuten leestijd

Gewijzigd inzicht.

In de onlangs te Groningen .gehouden algemeene vergadering van den Vrijz.-Demooratischen Bond, is het artikel uit het Concept-Werkprogram over de verhouding van Kerk en Staat, en waarvan we eenigen tijd geleden melding maakten, met eene kleine, doch niet geheel onbeteekenisvolle wijziging, aangenomen.

Het artikel luidde bij indiening :

1. Losmaking van de financiëele banden tusschen Staat en Kerkgenootschappen, na overleg met die Genootschappen en met eerbiediging van verkregen recliten. In afwachting daarvan onbekrompen toepassing van artikel 171 der Grondwet met inachtneming van een billijke verhouding tusschen de verschillende geloofsovertuigingen.

2. Herziening van artikel 170 der Grondwet in vrijzinnigen geest.

De afdeeling „Groningen" van den Bond stelde twee amendementen voor : Ie. achter den eersten zin te lezen : „gepaard gaande met een algeheele schadeloosstelling der Kerken" en 2e. het woord „geloofsovertuigingen" aan het slot van het eerste lid te vervangen door : „gezindten."

Blijkens de notulen der vergadering lichtte prof. Kohnstamm het artikel kortelijk toe, waarbij hij deed uitkomen, dat nu door Minister De Vries pogingen in het werk worden gesteld om te komen tot losmaking van de banden tusschen den Staat en de Kerkgenootschappen, de Commissie uit den Vrijzinnig-Democratischen Bond van meening was, dat als er overeenstemming kon worden verkregen, dé uitkeeringen op den duur zullen kunnen verdwijnen.

Tijdens de beraadslagingen werd het eerste amendement Groningen teruggenomen. Op welke gronden dit geschiedde, wordt in de notulen niet nader medegedeeld, Wel blijkt uit de aanteekeningen, dat het tweede voorstel tot eenige gedachtenwisseling aanleiding gaf.

Er gingen stemmen op, die het woord „geloofsovertuiging" wilden gehandhaafd zien op grond van de overweging, dat bij deze redactie ook de groep der Vrijzinnig-Hervormden, die door de Synode der Hervormde Kerk niet wordt vertegenwoordigd, voor eene uitkeering zou kunnen in aanmerking komen, maar anderen meenden, dat dit ten onrechte zou geschieden en het niet aanging allerlei zeer kleine groepen als Kerkgenootschappen in den eigenlijken zin de woords te erkennen.

Na ampele bespreking nam de Commissie het amendement over en werd het artikel zijn geheel zonder hoofdelijke stemming aangenomen.

Het gewijzigd artikel luidt thans :

Ie Losmaking van de financiëele banden tusschen Staat en Kerkgenootschappen, na overleg met die Genootschappen en met eerbiediging van verkregen rechten In afwachting daarvan onbekrompen toepassing van artikel 171 der Grondwet met inachtneming van eene billijke verhouding tusschen de verschillende gezindten.

2e. Herziening van artikel 170 der Grondwet in vrijzinnigen geest.

Zooals wij bij vroegere gelegenheid opmerkten, is het thans aangenomen artikel een groote vooruitgang vergeleken bij

beginselverklaring op dit punt in het bestemde program, luidende :

„Losmaking van de geldelijke banden tusschen den Staat en de Kerkgenootschappen."

Hier wordt met geen woord gerept van „overleg met de Kerkgenootschappen" en nog minder van „eerbiediging van verkregen rechten", om niet te spreken van in afwachting van de losmaking der financiëele banden van „onbekrompen toepassing van artikel 171." 

Smds 7 April 1907, toen het program van 11 Januari 1902, nader herzien op 28 Mei 1904, gewijzigd werd, zijn de meeningen bij de Vrijzinnig-Democraten ten opzichte van het vraagstuk van de verhouding van Kerk en Staat heel wat gewijzigd.

Schoolbouw.

Wij stellen ons voor, dat er nu weldra nog al wat Scholen met den Bijbel zullen gebouwd worden. Waarbij we hopen, dat er in stad en dorp geld beschikbaar zal worden gesteld, waar het hier de geestelijke belangen van ons volk betreft, 't Zou jammer zijn als er nu opeens geen geld was, terwijl men, toen het de stoffelijke nooden betrof, reusachtige credieten heeft verleend.

De plaatselijke schoolvereeniging zal haar Statuten Koninklijk moeten laten goedkeuren ; zal dan grond moeten koopen ergens — voor schoolbouw geschikt natuurlijk — zal dan in een ledenvergadering tot stichting van de school en tot bouwen ervan moeten besluiten, om zich dan te wenden tot den gemeenteraad om geld beschikbaar te willen stellen.

Deze aanvrage gaat vergezeld van de volgende stukken:

a. eene verklaring, waaruit blijkt, dat de school door tenminste 100 leerlingen (voor de steden) zal worden bezocht ;

b. eene verklaring, waarbij de Vereeniging zich verbindt om, vóór dat met den bouw wordt aangevangen, als waarborgsom een bedrag, gelijkstaande met vijftien ten honderd van de stichtingskosten in de gemeentekas te storten ;

c. eene opgave van het getal leerlingen, voor wie het gebouw ruimte biedt, het maximum getal leerlingen, dat per klasse zal worden toegelaten, het getal klassen, zoomede dat de school bestemd zal zijn voor het geven van gewoon lager (of U.L.O.) onderwijs.

De zaak is dan in handen van den gemeenteraad, die binnen drie maanden moet beslissen.

Aannemende dat het gemeentebestuur geen bezwaar maakt, dan treden B. en W. in overleg met het Schoolbestuur. Dat bestuur zendt bij den Inspecteur in : het bestek voor den bouw, de beschrijving van het terrein en een omschrijving van de eerste inrichting.

De Inspecteur zendt binnen een maand zijn advies.

Met dit advies zendt het Schoolbestuur deze stukken, benevens een uitgewerkte raming van kosten bij het gemeentebestuur in. Het is dan in staat een nauwkeurige aanvrage van de benoodigde gelden te doen.

De waarborgsom wordt door het Schoolbestuur gestort; de gemeente keert over die waarborgsom een rente aan het bestuur uit tot zoodanig percentage, als de drie ten honderd rentegevende Nationale Schuld op den eersten Beursdag van het stortingsjaar voor den verkrijger afwierp, vermeerderd met 1/2%, (zijnde nu 61/2%).

Indien ook dit is geregeld, kan met den bouw worden begonnen.

Binnen een maand nadat de bouw is voltooid, zendt het Schoolbestuur een rekening en verantwoording van de gemaakte kosten in bij B. en W. en binnen drie maanden moet het gebouw nu door het Schoolbestuur in gebruik zijn genomen. Het is verplicht het gebouw te onderhouden en te verzekeren en het overeenkomstig zijn bestemming te gebruiken.

Het aantal leerlingen, dat volgens de raming van het Schoolbestuur de school zou bezoeken, kan tegenvallen. Indien dit gedurende drie achtereenvolgende jaren het geval is, vervalt een deel der waarborgsom aan de gemeente.

De eerste zes jaren van het bestaan der school tellen hierbij echter niet mee.

Volgens art. 79 zal de gestorte waarborgsom, als de school 20 jaren een voldoend aantal leerlingen gehad heeft, door de gemeente aan het Schoolbestuur raceten worden terugbetaald.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's