De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

12 minuten leestijd

Kerkeraad of Kiescollege.

De artikelen van onze Redactie en ds. J. J. Knap hebben ons weder gewezen op de belangrijke vraag : „Kerkeraad of Kiescollege", een vraag, die in de meeste gemeenten nog beantwoord móét worden.

Ongetwijfeld zijn veler gedachten met deze strijdvraag vervuld en zal in menige gemeente het ja of neen niet zonder twist en beroering gegeven worden.

De keuze toch is moeilijk.

Wij beamen de bezwaren die genoemd zijn ten opzichte van het Kiescollege, Allereerst omdat het niet in overeenstemming is met wat Gods Woord als richtsnoer ons leert.

En dan, men krijgt slechts warme hoofden en koude harten en de verhouding tusschen de leden onderling, doet veelal pijnlijk aan.

En dat wordt niet alleen in de groote gemeenten, waar deschakeeringen in veel scherper contrasten zich openbaren, gevonden ; óók in de kleinere gemeenten, waar meer eenheid des Geestes heerscht, brengt het Kiescollege verdeeldheid en tweedracht

Wat dan ? Moet dan alles maar in de handen van den Kerkeraad, van een college, dat vooral in de groote gemeenten ieder contact met de leden der gemeente verloren heeft gelaten worden ?

Moet dan de gemeente steeds overal buiten gehouden en als onmondig behandeld worden ?

Deze klachten zijn gegrond en het moet erkend, dat menige Kerkeraad te dien opzichte zijn plicht en roeping tegenover de gemeente verzaakt.

Als men het voorrecht (? )' gehad heeft Kerkeraadslid in een groote gemeente geweest te zijn, en men dus de gelegenheid had achter deschermen te zien, en de intrige's, waarvan men zich in die kringen bedient gade te slaan, dan verstaan wij het, dat de wensch naar een Kiescollege de gedachten gaat vervullen.

En toch een Kiescollege helpt ons niet uit het moeras ; neen, veeleer gelooven wij, dat men met een Kiescollege van den wal in de sloot raakt.

Is er een Kerkeraad, dan blijft de strijd grootendeels binnen d^kringen van de Kerkeraadsleden, maar bij een Kiescollege ontbrandt de strijd over heel de gemeente en worden de hartstochten ontketend, die veelal tot onstichtelijke tooneelen leiden.

En dat niet alleen tusschen hen die van richting-verschillen, neen, ook de kring van - .geestverwanten ontkomt niet aan de onderlinge twisten en krakeelen.

Laten de predikanten uit onze kringen het maar vrijuit zeggen, dat zij, wanneer er een ' Kiescollege is, veel meer hinder en tegenwerking hebben van hen, die één van zin met hen moesten zijn, dan van degenen die met hen van richting verschillen.

Dat stemt zoo droef.

Dat roept ons toe, dat in deze met groote voorzichtigheid, vooral in de groote gemeenten, gehandeld moet worden, en dat men het gevoel van wrevel, dat, door velerlei handelingen van een Kerkeraad, het hart vervullen kan, niet mag laten heerschen over het nuchter verstand.

Het is te betreuren dat de reglementen geen anderen uitweg dan Kerkeraad of Kies college mogelijk maken.

En toch komt het ons voor, dat er wél een weg te bewandelen is, die ons nader brengt tot de mogelijkheid een nauweren band te leggen tusschen Kerkeraad en gemeente.

Een weg, die buiten het reglement omgaat.

Wij willen er echter terstond aan toevoegen, dat gemeenten, waar de richtingen nog al verschillen, wellicht voor toezwaren worden geplaatst, maar toch, als men wil trachten elkander te verstaan, zal ook voor deze gemeenten de toepassing wel kunnen worden gemaakt.

Zooals gezegd, bestaat er volgens de reglementen geen anderen weg, dan Kerkeraad of Kiescollege.

Wij stellen echter de vraag, of het niet mogelijk is, dat een Kerkeraad bij vacaturen van Predikanten, Ouderlingen of Diakenen de gemeente een diie-of dubbeltal voorlegt en den stemgerechtigden leden verzoekt hier uit een keuze te doen.

Aangezien het bestaande reglement aan de gemeente in deze geen bevoegdheid om een bindende keuze te doen, toekent, mag de uitspraak van de gemeente, welken Predikant, Ouderling of Diaken zij wenscht, slechts beschouwd worden als een advies aan den Kerkeraad.

De Kerkeraad blijlt dus volkomen vrij, of hij dit advies der gemeente wil opvolgen, ja dan neen. Hij kan zelfs een anderen Predikant, Ouderling of Diaken beroepen of benoemen, dan door hem aan de gemeente was voorgesteld.

Want de kerkeraad moet, omdat volgens het reglement slechts bij hem de bevoegdheid is, volkomen vrij blijven in de keuze wien hij beroepen of benoemen zal.

Het is echter duidelijk, wanneer de gemeente een keuze gedaan heeft uit een voor dracht haar door den Kerkeraad voorgelegd, de Kerkeraad zich zedelijk verplicht zal gevoelen, deze keuze op te volgen.

B.v. : een Kerkeraad stelt de gemeente een drietal voor, ds. A, B, en C, mannen, die hij geschikt en wenschelijk acht voor de gemeente, en de leden kiezen bij meerderheid van stemmen ds. B, dan zal de Kerkeraad zich verplicht gevoelen ds. B te beroepen, en slechts bij hooge uitzondering, wanneer er zeer geldende redenen zijn, over gaan tot beroeping van ds. A of ds. C.

Deze wijze van keusbepaling kan ook gevolgd worden bij de herkiezing en vacaturen van Ouderlingen en Diakenen.

Op deze wijze komt er meer band tusschen de Gemeente, Predikanten, Ouderlingen en Diakenen en wordt de weg bereid, •die leidt tot de eenig juiste methode : „de gemeente verkiest, de Ambtsdragers bevestigen en hebben de leiding der verkiezing."

Het zal ons aangenaam zijn te hooren hoe men over deze dingen denkt.

B.

J. G. K.

Onderschrift van de Redactie.

Wij zouden 't liefst zien, dat het ongeveer zóó geregeld werd in onze Kerk : er is een Kerkeraad — en geen bijbaantjes van Gemachtigden of zoo iets. Gods Woord spreekt van Gemeente en van Ambtsdragers — maar niet van Kiescollege of zoo iets. En wat de Heere wijs saamvoegde, mogen wij niet gaan scheiden. Daarmee is dus volstrekt niet ontkend, dat de Kiescolleges niet veel goeds kunnen doen ; maar het is een uitvinding van den nieuwen tijd, die niet is naar uitwijzen van Gods Woord. Een abnormale zaak voor abnormale tijden. Maar we moeten hebben : Gemeente en Kerkeraad (mannen, die in het ambt staan en die de gemeente besturen met erkenning van Jezus Christus als het eenig Hoofd der Gemeente en Gods Woord achten als een licht op het pad en een lamp voor den voet).

Tusschen Kerkeraad en Gemeente zij dan, naar de lijnen die in Gods Woord zijn uitgestippeld, déze wisselwerking : de lidmaten geven namen op voor een Gros, als er een predikant moet worden beroepen of een ouderling of diaken moet worden benoemd ; ieder lidmaat b.v. hoogstens 3 namen (niet zóó, dat er één komt aandragen met ongeveer al de namen van predikanten die in Van Alphens Handboek te vinden zijn ; dan wordt het noemen van namen een bespotting !) De Kerkeraad maakt uit dat gros een tweetal of drietal voor elke vacature en ' stelt dat voor aan de Gemeente. De lidmaten kiezen dan uit dat twee-of drietal. De Kerkeraad beroept of benoemt dan zelfstandig, rekening houdend met hetgeen de Gemeente heeft kenbaar gemaakt. Natuurlijk zal de Kerkeraad vrij moeten blijven naar Gereformeerd Kerkrecht. De Kerkeraad is geen soort bestuur van een soort vereeniging, maar het zijn dienstknechten van Jezus Christus, die de Gemeente hebben te leiden en te besturen naar uitwijzen van Gods Woord — niet naar de meening van de helft plus één. De Kerkeraad dus vrij. Ook dus b.v. als broeder A. 54 st. heeft verkregen en br. B. 53. Dan is de Kerkeraad niet verplicht om br. A. te beroepen of te benoemen — zooals nu, nu de gemachtigden de hoogste macht hebben in deze in het midden van Christus' gemeente ! ! De Kerkeraad dus vrij. Maar natuurlijk zal hij rekening houden met de stem der gemeente. En onder aanroeping van 's Heeren Naam kan dan vrij, naar 't beste weten, ziende op de behoeften der Gemeente een keus worden gedaan.

Natuurlijk dat alles wat daar 't dichtst bij komt ons welkom is.

M. V. G.

Kerkeraad — Kiescollege.

Gaarne een enkel woord in eenvoudigheid over deze zaak. 't Schijnt de meening te zijn van de Redactie dat, als het Kerkeraad is, de Gemeente er heelemaal buiten komt te staan en heelemaal niet gekend wordt. Maar dat is bij ons niet. Bij ons is het Kerkeraad en ik geloof ook, dat het zóó 't meest is naar Gods Woord. Maar als bij ons een dominé beroepen is of een ouderling of diaken benoemd, dan maakt de Kerkeraad het bekend aan de Gemeente en dan wordt de Gemeente in de gelegenheid gesteld om, zoo die er mochten zijn, bezwaren in te brengen tegen dien dominé of tegen dien man die als ouderling of diaken benoemd is. Nu maakt de Gemeente wel geen gebruik van die gelegenheid, gewoonlijk, maar ik vind niet, dat men zeggen mag, dat zoo de Gemeente er buiten gehouden wordt. Althans bij ons gebeurt dat niet.

L.

V. D.

Onderschrift van de Redactie :

Broeder v. D. zal begrijpen, dat wat hij hier in 't midden brengt niet is wat wij bedoelen als we zeggen : de Gemeente moet gekend worden in het beroepingswerk enz. Want wat hij hier noemt gebeurt overal ; moet overal gebeuren, óok daar waar Kiescollege is. Maar dan heeft de Gemeente, niets meer in te brengen. De dominé is beroepen en heeft het aangenomen. Alles heeft z'n beslag gekregen. Alles is klaar gemaakt en afgewerkt zonder dat de Gemeente er iets in heeft kunnen en mogen zeggen ; en als alles door den Kerkeraad klaar gemaakt is, moet de Gemeente het slikken. Alleen als er — onverhoopt — klachten zouden zijn, dan mag de Gemeente den mond open doen. Maar zooals de inzender zelf al opmerkt, dat is eigenlijk een wassen neus. Omdat in den regel geen klachten openbaar worden.

Wij bedoelen dus, dat de Gemeente in en bij het beroepingswerk haar stem zal moe - ten kunnen laten hooren. Daar moet de Kerkeraad ook zelf prijs op stellen, als hij gevoelt, dat hij in Christus' Naam, de Gemeente heeft te leiden en te besturen. Dan moet de Gemeente niet onmondig worden veiklaard, maar worden gekend door den Ker­ keraad.

M. V. G.

Kerkeraad — Kiescollege.

Er zullen er zeker zijn, óók in onze Gemeente, die het Kiescollege gaarne zouden zien verdwijnen ; hoe eer, hoe liever. Men zegt: een paar honderd leden in Rotterdam regeeren héél de Gemeente ; en in de Kiesvereenigingen wordt alles klaar gemaakt, waar niet zelden allerlei verkeerde practijken worden uitgehaald.

Wie die menschen zijn, die zoo spreken.  't Zijn menschen, die het niet naar den zin gaat; en die liever zelf het roer in handen hebben, 't Zijn eigenaardige persoonlijkheden, 't zij ze ethisch, modern, confessioneel of gereformeerd zijn. Ze houden er hun eigen meening op na ; en gaat die niet op, dan wordt de voet gezet op 't werk van anderen.

Maar als het werk te Rotterdam zonder vooroordeel of eigen waan bezien wordt, dan zal moeten erkend worden, dat in hetgeen de meerderheid, die uit Confessioneelen en Gereformeerden bestaat, doet, de hand Gods is en des Heeren zegen groot genoemd mag worden, trots de minachting van anderen. Wie zal bestrijden, dat de leiding des Heeren in dit werk niet openbaar is geworden ? Als ooit de Synode van de Herv. Kerk een goed werk heeft gedaan, dan was het zeker in den tijd van afval om een Kiescollege in het leven te roepen. Zeer zeker is dat besluit van ernstige overtuiging, op grond van rijke ervaring tot stand gekomen, wat ieder waar geloovige moet toejuichen. De gemachtigden zijn menschen die de Kerk liefhebben, gaarne onder het gehoor van Gods Woord zijn en ook in staat zijn hun meening onder woorden duidelijk temaken. Een enkele uitzondering bestaat er altijd. Het Kiescollege heeft nieuw leven gebracht in de doodsbeenderen ; het is en het zal blijven een dienstbaar wapen in de hand des Heeren ten zegen voor de Gemeente. Mijn meening is, dat leden die bezwaar maken of hebben tegen een Kiescollege, 't zij predikanten, ouderlingen, diakenen of gewone leden, nooit, zegge nooit begrepen hebben wat de Synode met haar besluit bedoelt.

M. de R., meen nu niet, dat ik het werk van het Kiescollege als volmaakt werk beschouw ; dat is óók niet de verwachting van de Synode geweest. Maar ik besluit dat het Kiescollege is en blijft een strijdend wapen voor de Kerk en behoort gehandhaafd te blijven. Een ieder stemme voor Kiescollege !

Met br. groete,

J. H. S.

R., 20 Jan. '21.

Onderschrift van de Redactie.

Of die menschen, die meenen dat Kerkeraad méér in de lijn van Gods Woord is dan het Kiescollege, (waarvoor men in Gods Woord geen enkele aanwijzing vindt), méér verlangen om het roer in handen te hebben dan die menschen, die vóór Kiescollege zich verklaren, weten we niet. Misschien hebben ze allemaal daar wel een tikje van weg, om graag de lakens uit te deelen. En of leden van den Kerkeraad en leden van de Gemeente, 't zij predikanten, ouderlingen, diakenen of gewone leden, die vóór Kerkeraad zijn en tegen Kiescollege, minder goed hun gedachten onder woorden kunnen brengen en minder voelen voor de prediking des Woords, dan die menschen die voor Kiescollege ijveren, weten we ook niet. Daar gaat het ook o.i. niet om, om dat eerst eens uit te maken, 't Gaat om de kwestie, niet of de Synode zulke goede bedoelingen gehad heeft bij de instelling van de Kiescolleges (? ? ), maar om de kwestie : wat het meest in de lijn van Gods Woord is. En dan meenen we, dat onze Kerk in haar geheel meer onder de 'tucht van Gods Woord zal moeten komen, om dan in haar geheel, inzake de Kerkregeering, ook meer naar de beginselen van Gods Woord te vragen en te leven. Waarbij we, in een belijdende Kerk, verlangen naar méér samenwerking tusschen Kerkeraad en Gemeente. In een belijdende Kerk moet het ambt niet onttroond worden en de Gemeente niet onmondig verklaard. Maar genoeg hierover. We verwijzen naar het onderschrift van het eerste „ingezonden", waar men kan zien. wat wij bij een welgeordend kerkelijk leven 't liefst als practijk zagen.

Men heeft nu weer eens voor en tegen in deze kwestie gehoord en ieder kan er winste mee doen.

M. v. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 januari 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 januari 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's