De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

6 minuten leestijd

In het „Herv. Zondagsblad" stond enkele weken geleden het volgende stukje, met opschrift

De Professorale bril.

't Gaat over prof. Knappert, van Leiden, die blijk geeft een eigenaardigen kijk te heb ben op David, dien de Schrift noemt „de man naar Gods hart."

We lezen dan : „Deze prof. Knappert heeft bij het 50-jarig bestaan van den Protestantenbond een stuk geschreven in poëzie over David en Saul. Dat stuk is volgens een courantverslag door de Utrechtsche Rederijkerskamer opgevoerd.

In dit stuk wordt Saul voorgesteld als een man ! Als iemand van een groot en edel karakter. De man, die een brug tracht te slaan over de kloof, die Israël van de overblijfselen der Kanaanietische volken scheidt, en zoekt deze twee samen te brengen en te maken tot één sterk volk.

Samuel en het heele profetendom zijn echter sterk gekant tegen dit pogen van den edelen strijder Saul. Zij, Samuel en de zijnen, zijn het, die domperswerk doen bij het prachtwerk van den waarlijk koninklijken Saul.

Dan wordt David ten tooneele gevoerd. David wordt voorgesteld als de verrader. Hij zweert trouw aan Saul, maar is er onderwijl op uit om Saul's troon en kroon te bemachtigen. Als veldheer van Saul verraadt hij diens plannen, om zijn eigen plannen te dienen en die van de profeten.

Alzoo : Saul de prachtgestalte ! David de verrader, de man zonder beginsel, de man met het valsche hart!

Nu wrijft men zich bij het hooren van zoo iets toch even de oogen uit en gaat voor de securiteit toch nog eens nalezen de hoofdstukken 24 en 26 van het eerste boek van Samuel, waar Gods Woord, Saul zelf, David als een „man" laat teekenen. Een man met een edel hart, die 't leven van hem, Saul kan wegnemen, maar 't laat, wijl hij, David een man van beginsel is.

En nu bij prof. Knappert deze teekening. Ja — ja, een bril is toch maar een belangrijk ding, vooral zoo 't schijnt een professorale bril, die het mogelijk maakt, dat men zonder veel moeite de dingen op den kop ziet staan.

En wat bij een professorale bril inzonderheid mogelijk schijnt, de dingen die men niet zien wil over het ihoofd te zien.

En wat nu jammer is ? Dat de mannen van den Protestantenbond die zoo hoog opgeven van ihun eigen vrije zienswijze, zonder bezwaar de bril van prof. Knappert opzetten en 't zelfde zien, wat hij ze laat zien.

En wat God de Heere zegt, wordt genegeerd. Moet achterstaan bij oude overleveringen en wat dies meer zij.

Wij zullen misschien wel meewarig worden aangezien door den gebrilden prof. Knappert, als wij eerbiedig buigen voor 't getuigenis der Schrift, 't welk David noemt een man naar Gods hart. Maar dan troost ons één ding : een bril kan wel eens beslagen zijn — ook zelfs een professorale bril."

In het „Herv. Zondagsblad" lazen we onlangs het volgende stukje over

Professorale variaties.

„Professor Obbink, die heel knap schijnt in het hanteeren van de schaar om een Bijbel pasklaar te knippen voor de menschen van onzen tijd, doet ook heel ruim aan variaties.

De Bond van Ethische Predikanten was onlangs bijeen om, zoo mogelijk, een te volgen gedragslijn vast te stellen. Onder meer kwam als vanzelf ook de vraag ter sprake : of men ook een belijdenis moest hebben ? aldus volgens de verslagen van genoemde vergadering.

Geheel afkeerig van een belijdenis was men er niet. Wel stond vast, dat men van de „drie formulieren" niets hebben moest De brochure van dr. De Vrijer, die de ethischen zoo op het hart bindt de „drie formulieren" toch niet ongelezen of liever onbestudeerd te verwerpen, bleek jni de discussie over deze vraag niet ter tafel te zijn. Sommige menschen schijnen altoos kippenvel te krijgen, als zij het woord „drie formulieren" hooren noemen. Maar hoewel men van „de formulieren" niet gediend scheen, van alle formulieren scheen men niet afkeerig.

De Petrinische uitspraak over den Christus, of iets in dien geest zou aanbeveling verdienen. Zoo had men toch een gemeenschappelijke grondslag, of ook een voor allen tot den Bond behoorenden geestelijk houvast Men wilde het openlijk uitspreken, dat men zeer ruim was van opvatting, maar een onbeperkte evenredigheid ging toch te vér.

Over fundamenteele verschillen kan en mag een ethisch mensch, en dus óók geen dominé heenstappen zoo vond men het in 't algemeen althans, doch prof. Obbink maakte hierop een uitzondering.

Ik stap daar wel over heen ! zeide prot Obbink.

„Men kan", aldus de hooggeleerde, „in de kerk gerust principieel fondamenteele verschillen toelaten, omdat de waarheid niet zit in de formule, maar wel achter de formule."

Wat hinderen ook die fondamenteele verschillen ! zeide hij. Al die variatie is een bewijs van leven !

Hier zijn wij bij de professorale variaties ! Alle variatie op kerkelijk erf of op het terrein van de religie zijn bewijs van leven.

Dr. Kromsigt - krijgt dus gelijk — „ja" en „neen" zijn voor prof. Obbink gelijkgerechtigd. Zij getuigen beide van leven.

Dat zit dan zoo : twee mannen gaan een sloot graven, de een gooit den modder op den wal, en de ander weer in de sloot!

Versteld roept de man in de sloot tot den man op den wal : wat doe je nu ?

O niets, antwoordt de man op den wal, het is slechts een variatie van wat gij doet! En wees gerust — het is een bewijs van leven !

Nu vindt prof. Obbink deze variatie misschien wel wat „modderig." Welnu ! dan een paar andere.

Prof. Obbink heeft een mooi bloemperk voor zijn ramen. Een prachtcollectie van variatie's. Zaterdags komt de tuinman alles nazien, en zal juist een dikke brandnetel tusschen de begonia's uittrekken. Met de bloote hand doet men zoo iets niet, en dus wapent de tuinman zijn hand ; maar daar schiet de professor de deur uit en roept driftig : ho — man, wat ga je nu doen ? Eene brandnetel uittrekken, professor ! antwoordt de man kalm. Neen, man ! zoo zegt de professor — staan laten* Variatie's zijn een bewijs van leven

De tuinman verwonderd af ! Van een collega-tuinbaas, die tiaar de Gereformeerde Kerk gaat, had hij wel eens gehoord van variatie's, „die stoelen op één wortel." Daarover had, zoo sprak hij, dr. Kuyper het nog al vaak ; maar van deze professorale variatie's had de goeie beste man geen begrip.

Hoofdschuddend zag hij den professor na, toen deze de deur weer inging — en wij schudden het hoofd mét hem."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's