Ingezonden.
Kerkeraad — Kiescollege,
Met belangstelling namen wij kennis van uw onderschrift op ons ingezonden stuk.
Vergun ons echter, dat wij u alsnog deze vraag stellen :
„Is het volgens het Reglement den „Kerkeraad verboden bij vacaturen van „predikanten, ouderlingen en diakenen, de „Gemeente te vragen namen te noemen, „daaruit een groslijst te maken, uit die groslijst een twee-of drietal te vormen en de „lidmaten uit dat twee-of drietal te laten „kiezen ? "
Natuurlijk moet de kerkeraad vrij blijven of hij die keuze al dan niet wil opvolgen.
Het komt ons voor, dat het Reglement dit niet verbiedt En als dat niet verboden is, zou het dan niet wenschelijk zijn, dat kerkeraden er toe overgingen vrijwillig in te voeren de regeling door u aangegeven ?
Gaarne zullen wij uwe opinie vernemen, waarvoor wij u bij voorbaat dank zeggen.
B.
J. G. K.
Onderschrift van de Redactie :
Het komt ons voor, dat dit zéér goed kan ; en dat het alleszins is aan te bevelen. Hier zou vrijwillig kunnen worden gedaan wat 't Reglement niet voorschrijft En waarom moeten de dingen altijd eerst door de Reglementen opgelegd worden ? Niet noodig, hoor ! Laat men dezen weg maar inslaan, waar men „kerkeraad" heeft-Het kan uitnemend werken, als het goed gaat En daar moet natuurlijk van alle kanten met ernst naar gestaan worden, om het goed te laten gaan. M. v. G.
Mijnheer de Redacteur !
Rechtvaardigheidszin, geachte Redactie, gebiedt mij een enkele kantteekening te plaatsen bij het ingezonden van den heer X. in het vorig nummer van „De Waarheidsvriend."
Toegegeven moet worden, dat in bedoeld ingezonden een kern van waarheid zit Vergeten wordt echter de hand in eigen boezem te steken. Mijne ervaring is toch, dat wij, Gereformeerden in de Hervormde Kerk, ons te veel op den achtergrond houden en de politiek overlaten aan onze broeders in de Gereformeerde Kerken. Wij laten ons niel genoeg gelden. De ondervinding heeft mij geleerd, dat indien we tot daadwerkelijke actie overgaan, v/e wél worden erkend. Is de 2e voorzitter van onzen Bond daarvan niet een sprekend voorbeeld ? In plaats van het advies van X. te steunen, zou ik onze Gereformeerden in de Nederlandsche Hervormde (Geref.) Kerk den raad willen geven, sluit u allen aan bij de plaatselijke kiesvereenigingen der Anti-Revolutionaire partij dan kunt ge kracht ontwikkelen en invloed uitoefenen, ook inzake „het plan Miljoen" Bovendien bij zelfstandig optreden zal onze invloed gelijk nul zijn. Zie slechts naar de kleine groepen, welke in de Tweede Kamer 1 a 2 afgevaardigden hebben.
Met dank voor de plaatsing.
Hoogachtend,
W. A. SMITH.
Genemuiden, 24-l-'21.
Geachte Redactie, In no. 8 van den loopenden jaargang van „De Waarheidsvriend" bepleit zekere X. de stichting eener Hervormde Gereformeerde politieke partij. Eenige jaren geleden werd hetzelfde punt eveneens door een X. in uw blad besproken. Wat ik destijds, naar aanleiding dier bespreking - in uw blad neerschreef, handhaaf ik nog.
Het is nog steeds mijn vaste overtuiging dat Kerk en politiek niet met elkaar moeten verward worden. Eene eindelooze verwarring van ongelijksoortige begrippen krijgt men daardoor.
Ais de Anti Revolutionaire partij een kerkelijke partij was, hoorde ik op een politieke bijeenkomst wijlen Minister Talma eens zeggen, dan verliet ik haar terstond.
En ik tvvijfel er niet aan of onze Hervormde Anti-Revolutionaire voormannen onderschrijven dit gezegde.
DaV „De Standaard" een sterk persoonlijk cachet ^^ kleur der Gereformeerde Kerken zou dragen, zullen slechts weinige Hervorm 'de Anti-R'evolutionairen met X. eens zijn.
Mij, als abonné en trouw lezer van „De Standaard", , is althans van dit cachet en die kleur niets gebleken. Of draagt, volgens X. de strijd van „De Standaard" tegen het allemanskiesreclit voor mannen en vrouwen en de bijna alles omvattende staatsbemoeiing een kerkelijk karakter ? Heb ik goed gezien, dan vindt men onder de kerkelijk
Gereformeerden veel meer voorstanders daarvan dan bij de Hervormde Gereformeer den, althans van eerstgenoemden heb ik er zeer veel aangetroffen die voor vrouwenkiesrecht individueel stemrecht en voor eene groote mate van Staatsbemoeiing waren, evenals bij de Ohristelijk-Historischen i en Roomsch-Katholieken zulks het geval is.
X. houde het mij ten goede, het vertrouwen in onze A.R. staatslieden behoeft m.i. • niet opgezegd te worden, daarvoor zijn m.i. ; geen termen, onverschillig of die staatslieden Hervormd Gereformeerd, Kerkelijk-Gereformeerd, Oud-Gereformeerd of Doopsgezind zijn.
Ontstaat er omtrent het een of ander punt verschil van gevoelen in de A.R. partij, hetgeen vooral in onze dagen, evenals bij andere partijen, volstrekt niet uitgesloten is, welnu, dan is m.i. niet de weg : verdachtmaking en verguizing; doch behoort men langs minnelijken weg tot overeenstemming trachten te geraken.
Bij voorbaat dank voor de plaatsing van vorenstaande regelen.
H. Waard, 21-1-'21.
Een Bondslid.
Geachte Redactie,
In aansluiting met 't geen de heer X. geschreven 'heeft zou ik willen vragen : waarom kunnen de Gereformeerden in de Herv. Kerk zich niet aansluiten bij de Christelijk-Historischen ? In de Anti-Revolutionaire partij kent men onze Geret mannen toch niet. Wel zitten er een paar Hervormden in het Centraal Comité, maar de heer Duijmaer van Twist is onze eenige geestverwant Ver dienstelijke Hervormden van Ger. belijdenis komen zelfs niet in aanmerking ; misschien een héél enkel gelukkig mensch voor een spreekbeurt om Herv, menschen te lokken.
Laat men niet zeggen : de Christelijk-Historischen zijn ethisch. Want of die mééi ethisch zijn dan b.v. wijlen ds. Talma was en ds. van der Voort van Zijp en dr. Beumer weet ik niet. En of het tegenstemmen toen het ging over 't gezantschap bij den Paus meer Ethisch is dan het vóór stemmen of wegloopen, dat we bij de Anti-revolutionairen hebben gezien, dat weet ik ook niet
'k Ben tegen een eigen partijformatie ; dat zou zijn de Kerk in de politiek brengen op de slechtste manier ; bovendien wordt dat een mislukking. Maar waarom een lid van den Geref. Bond juist alleen maar Antirevolutionair mag wezen en b.v. niet Chris telijk-Historisch, dat begrijp ik niet
Met het standpunt van den heer Lohman inzake de verhouding van Staat en Kerk kunnen we toch wel meegaan ? En laat men bezwaren hebben hier en daar, wanneer men met de Antirevolutionairen optrekt vindt men toch ook telkens bezwaren ?
U dankend voor de opname.
Een Bondslid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's