De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

5 minuten leestijd

Van 's Levenspad

door COR.

Vergeten dankbaarheid.

't Was Zondagavond. — Een der kerken in de groote stad R. ging uit en de groote schare welke naar de prediking des Woords had geluisterd, verliet het kerkgebouw.

Onder die allen was een jongeman, die, in het portaal der kerk gekomen zijnde, opeens tegenover iemand stond, welken hij meende reeds vroeger ontmoet te hebben. Even dacht hij na, om zich dan plotseling te herinneren wie die persoon was, doch wie hem opmerkzaam gadegeslagen had, zou gezien hebben dat een droevige trek op zijn gelaat zichtbaar werd, want die ontmoeting deed hem een beeld uit lang vervlogen dagen voor den geest komen.

Hij zag zichzelven weer als jongste bediende op een groot kantoor, nadat hij pas de school verlaten had, waar hij goede voor uitzichten had om hooger op te klimmen en zich een positie in de maatschappij te verwerven. Niets stond de bereiking daar­ van in den weg, dan dat hij geen goede hand van schrijven had ; doch ook die hinderpaal kon weggeruimd worden, daar de boekhouder van het kantoor geheel belangeloos aanbood hem les in het schrijven te geven.

Gaarne werd dit aanbood dan ook aanvaard en eenige malen per week ging hij daarop naar den boekhouder om zich in het schrijven te bekwamen

Gedurende een half jaar werden de lessen volgehouden, waarna die echter plotseling gestaakt werden. Niet, omdat de boekhouder twijfelde of zijn leerling wel ooit goed zou leeren schrijven. O , neen, want meermalen kon deze zijn leerling moed inspreken, dat hij reeds goed vorderde, doch de oorzaak moest bij den leerling zélf gezocht worden. Hij werd plotseling uit zijn betrekking ontslagen, omdat hij zichzelt het hem geschonken vertrouwen onwaardig maakte. Daarop ging hij ook geheel niet meer naar den boekhouder toe, zonder deze zelfs ook maar een enkel woord van dank te brengen voor de vele, geheel belangeloos opgeofferde uren. Ja, zelfs wanneer hij hem zoo nu en dan eens ontmoette, was het hem nog te veel zijn leermeester te groeten, zooals het betaamde.

Ruim zes jaren waren sindsdien voorbijgegaan, in welken tijd zooveel met hem was gebeurd. Niettegenstaande alle waarschuwingen was hïj meer en meer de wereld in gegaan ; had hij steeds bij vernieuwing den beker der zonde aan de lippen gezet en daarvan gedronken, zonder ooit voldaan te worden.

Maar eindelijk was de Heere gekomen, hem toeroepende : „Tot hiertoe en niet verder" en hem ontdekkende aan zichzelven, wijl Hij hem deed inzien dat hij voortging op een weg, waarvan het einde een eeuwig verderf is. Welk een droevige, bange dagen braken toen aan; gedurig weer herinnerde hij zich het vroeger-bedreven kwaad, het leven in al de genietingen der wereld doorgebracht, zonder te luisteren naar de vele vermaningen, welke hij steeds ontving. Daar over met droefheid en smart vervuld, ging hij nu door het leven, met de telkens wederkeerende bange vraag of voor hem nog vergeving mogelijk zou zijn. En thans dien Zondagavond uit de kerk komende, werd door die ontmoeting de last welken hij droeg nog zwaarder, daar de persoon welken hij ontmoette, niemand anders was dan de boekhouder, zijn oude leermeester. Hem ziende en herkennende, herinnerde hij zich ook alles weer, wat deze voor hem gedaan had, zonder zelfs maar een enkel woord van dank te ontvangen. Dat drukte hem de eerstvolgende dagen zóó terneer, dat deed hem nog droeviger dan anders voortgaan, totdat een plan in zijn gedachten rijpte, dat hij zoo spoedig mogelijk ten uitvoer bracht.

Hij schreef zijn ouden leermeester namelijk een brief, waarin hij dezen in korte trekken meedeelde wat van hem geworden was, om dan te vragen, of hij na zoo langen tijd nog zijn dank mocht brengen voor wat aan hem was gedaan.

Met spanning wachtte hij, na 't verzenden van den brief, of er eenig antwoord zou komen. Misschien — zoo dacht hij — is het wel een schrijven dat ik te Iaat kom met mijn dank, dat hij niets meer met mij te doen wil hebben, of hoogstens een kort vormelijk briefje, waarin mijn dank wordt aanvaard. Zijn verwachting werd echter verre overtroffen, als na eenige dagen het antwoord kwam, want zoo'n schrijven te ontvangen,  was iets, wat hij geheel , niet verwacht had.  „Mijn jongen, mijn broeder, " zoo begon de brief, „üw mededeeling heeft mijn hart ontroerd en mijn ziel dankte den Heere voor Zijne genade aan u bewezen", en zoo werd de brief voortgezet, wijl er ware, hartelijke vriendschap en medegevoel uit sprak.

Nu mocht hij weer even vreugde smaken in zjijn droevig leven, nu even verblijd zijn bij de gedachte, dat zijn oude leermeester den dank nog wilde aanvaarden, welke zoo laat gebracht werd.

Zooveel wat hij misdreven had was nooit meer goed te maken, voor zooveel was zijn berouw te laat gekomen; maar hierop mocht hij met vreugde, met blijdschap terug zien, dankbaar daartoe nog verwaardigd te worden.

Hebt gij misschien nog een oude schuld te vereffenen ? Ach, doe het dan nog heden, stel het niet uit, want morgen kan het reeds te laat zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's