De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

7 minuten leestijd

In het „Hervormd Zondagsblad" vonden we het volgend verslag :

Het huidig cultuurprobleem.

Zoo luidde het onderwerp, waarover ds. G. H. Wagenaar, van Rotterdam, op Vrijdag 28 Januari sprak in de Luthersche Kerk te Leeuwarden, waar hij optrad vanwege de studieclub tot bevordering der Christelijke levensbeschouwing.

De voorzitter, ds. Groot Enzerink, opende de samenkomst met het laten zingen van Psalm 150 vers 1, het lezen van 1 Corinthe 3 en gebed.

Er is een verband tusschen cultuur en godsdienst. De cultuur is een schepsel Gods, dat om Zijnentwil geëerd moet worden. De mensch is geschapen naar het beeld Gods en daarin ligt de igansche ontwikkeling der cultuur gegeven. Ook in den staat der zonde is de cultuur roeping der menschheid gebleven. Steeds zijn er culturen gekomen en gegaan. De onze rust op de ruïnes van die van Egypte, Babel, Griekenland en Rome. öp cultureel gebied is thans eene bijzondere decadentie, verval, waar te nemen. Er was nooit een tijd, waarin het leven zoo aangevochten werd als thans. Misschien is God bezig onze cultuur te gronde te doen gaan, en wat nieuws te scheppen. De cultuur lijdt onder de macht der zonde. Maar de verzoening in Christus en door Christus omvat niet enkel de ziel, heel den mensch, heel het wereldleven. De verlossing is de reformatie van het gansche menschenleven. Er dreigen gevaren van staatkundige, maatschappelijke, wetenschappelijke en zedelijke zijde. In dit verband wil spreker het probleem bezien en de aandacht vestigen op den machtmensch, den leugenmensch, den luxemensch, den werkmensch, den intellectueelen mensch en den kerkmensch.

De beide eerste macht-en leugenmenschen zijn de voortbrengselen van de huidige Staat kunde. Reeds in 1911 deed de wijsgeer Paul sen eene profetie hooren over wat in onze dagen werkelijkheid werd. De fundamenten van het recht zinken weg. De Romeinsche cultuur had voor het recht den grootsten eerbied. De Westersche Staten waren bolwerken voor de vrijheid der burgers, waar zij zich veilig wisten en beschermd. Thans vraagt men alleen naar 't nationaal belang. Daaraan wordt iedere zedelijke overtuiging opgeofferd. Vroeger bemoeide de Overheid zich met de geestelijke intressen van het volk. Sinds de 19de eeuw niet meer. De vrijheid wordt niet meer geëerbiedigd.

De Doopers, die bezwaar hadden tegen het dragen van wapenen, werden van den krijgsdienst vrijgesteld. Thans worden menschen met dit gewetensbezwaar gestraft en in de gevangenis geworpen. Het Staatsalvermogen is alles en dat heeft in den grooten wereldoorlog tot groote rechtsverkrachting geleid. Aan zedelijke overwegingen wordt alom het zwijgen opgelegd,

Daardoor komt er ook vrees voor de politiek Politiek is een woord geworden met ongunstige beteekenis, hoewel het dat oorspronkelijk niet had. Plato spreekt van de ars politica, d.w.z. de kunst om den Staat goed te besturen. En kunst is altijd iets verhevens. Tegenwoordig spreekt politiek van klein, onwaar gedoe bij alle partijen. Ze trekt omlaag. Ze dient het volksbelang en niet meer het volksrecht. Tactiek is alles. Als er geen rechtszekerheid is, moet de cultuur op den langen duur sterven.

De machtsmensch wordt alzoo de diplomatieke mensch en dat is vrijwel hetzelfde als leugenmensch. Diplomatie is onwaarachtig in de meeste gevallen. Zij speelt een gevaariijk spel. Zij biedt geen wezen, maar schijn. De pers schept een leugensfeer, die het zedelijk oordeel met lamheid slaat. De barmhartigheid is verdwenen. Waar moet het heen ? Immers : ware cultuur zetelt in barmhartigheid.

Ook op maatschappelijk gebied ziet het er donker uit. Thans heerscht het kapitalistisch stelsel, dat tot hoeksteen heeft : het privaatbezit. Dat bezit is wisselvallig, het hangt samen met arbeid. De groote macht der sociaal-democratie, van het communisme, wil komen tot afschaffing ervan. Zal Europa bestand blijven tegen de propaganda om dat doel te bereiken ? Twee klassen ontstaan er langzamerhand. Bezitters zonder aandeel aan den arbeid en arbeiders zonder bezit. De bezitters leven voor hun dividend. De arbeiders voor maximum of minimumloon. Het bezit, dat in de Middeleeuwen recil was, burchten, landerijen, huizen, meubelen wordt nu langzamerhand een eigendom van papier, schuldbekentenissen, Staats-en Gemeenteleeningen ; aandeelen in Maatschappijen en Vennootschappen. En de vraag wordt geboren : zijn de goederen er om de menschen of de menschen om de goederen ? Zoo komen er luxemenschen, die rijk zijn en werkmenschen, die ploegen en zaaien en die in schijn eigenaars zijn. De gemeenschap tusschen die beide is verbroken. Ze kennen elkaar niet meer. Hoe andeis dan in de dagen van Gildewezen. Deze tegenstelling wordt steeds meer een ramp.

En hoe leven deze menschen ? Spreker teekent met forsche trekken de huidige menschen in hun genotzucht en verheerlijking van de brute kracht. Sport en flirt, bioscope en sexueele bevrediging is alles. Bij luxemensch en bij werkman. De trek naar de groote steden bewerkt niet veel goeds. 90% van de arbeiders bezoekt niet meer de Kerk, maar beluistert het evangelie der S.D.A.P. Er moet eene verzoening tot stand komen tusschen de beide klassen, anders staan wij voor een rampzaligen tijd. God regeert, maar Hij is ook heilig. En de geschiedenis leert ons duidelijk, dat als een volk in tweeën uiteenvalt, dan ook de ondergang zeker is.

Na het zingen van Psalm 89 vers 3 staat de redenaar stil bij den intellectueelen en den kerkmensch. De wetenschap maakte groote vorderingen, maar ze deed geen gebouw verrijzen, dat op vaste grondslagen rust. De intellectueelen zijn de dakloozen. Lang heerschte het Supranaturalisme. De Middeleeuwsche Kerk legde allen nadruk op het eeuwige. Zij had geen oog voor de dingen van den tijd. Zij leerde te veel, dat God was transcendent, boven het geschapene stond. De Reformatie, vooral die van Calvijn, bracht hierin een gunstige wending, zoolang, tot ze op haar beurt verstarde in dogmatisme. Het leven zocht toen een uitweg in het rationalisme. In de 19de eeuw gaat de wetenschap heerschen. Het materialistisch-monisme is haar wijsgeerige grondslag. Dit stelsel zoekt de verklaring der dingen langs zuiver mechanischen weg; het wereldgebeuren is louter toeval. De selectie zuivert, wat niet bij het nieuwe leven zich kan aanpassen, uit. De mensch is een natuurproduct. Alles kwam door geleidelijke evolutie tot stand, de goddelijke werking wordt uitgeschakeld. Er zijn geestelijke nevenverschijnselen, maar die hebben geen zelfstandige beteekenis. Niets kan er veranderd worden, alles geschiedt met historische noodwendigheid. Deze levensbeschouwing loopt vanzelf uit op het historisch materialisme van Marx en de zijnen. Alle geestelijke dingen zijn louter inbeelding. Zoo komt men tenslotte bij het agnosticisme uit. Niets is zeker. Van weten geen sprake. Zoo wordt men aanhanger van het pessimisme van Schopenhauer, zoo kan men de tvvijfelzucht verklaren, die vooral tot uiting komt bij Ibsen. Toch bevredigt dit alles niet. Men wil vereeren. men verlangt rust en deze wordt gevonden in het pantheïsme, dat vele aanhangers in onze dagen telt en het Christendom gaat overschaduwen.

Het leven is rijker dan weten alleen, het is geen theorie, het is vooral practijk. Echte cultuur moet daarom noodzakelijk de religie ontmoeten. Het Evangelie alleen is in staat om haar te redden. Dat heeft vastheid en inhoud en doel. Het Evangelie brengt rust. Het schenkt veriossing als overwinning en wederherstelling.

In Christus worden alle dingen vereenigd. Van binnen uit moet alle hervorming geschieden. Christus vernieuwt de menschen en door hen de wereld. Wij hebben nieuwe, vernieuwde menschen noodig. Er wordt veel geweten, maar er is in 't geheel geen geest. Christus staat voor de rechtbank der moderne wetenschap, maar Hij zal straks de overwinnaar zijn. Overal zien wij een kruis, als wij maar zien het kruis, Zijn kruis, dan is er nog geen nood !

Met het zingen van Gezang 96 werd de samenkomst na dankgebed van ds. Wagenaar gesloten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's