Ingezonden.
Hooggeachte Redactie,
Vergun mij enkele opmerkingen naar aanleiding van de door Uw blad gevoerde polemiek met „De Heraut", waarin het van de zijde van laatstgenoemd blad gaat over het liefdebetoon der Vrije Universiteit aan de Gereformeerde broeders der Ned. Herv. Kerk (leden en contribuanten der V.U.) bestaande in de benoeming van twee hoogleer aren behoorende tot de Herv. Kerk.
Ten eerste kan ik te dezer zake de verzuchtnig niet weerhouden, dat deze liefdesbetuiging een wel wat te lange reeks van jaren op zich heeft laten wachten.
Ten tweede verkondigt „De Heraut" eene onwaarheid, als ze zegt, dat prof. dr. L. Bouman eerst later (dat is na zijne benoeming) tot de Gereformeerde Kerk is overgegaan.
Ter toelichting hiervan diene het volgende :
Geruimen tijd werd indertijd onderhandeld tusschen Directeuren der V.U. en het Bestuur der Vereeniging tot Chr. verzorging van Krankzinnigen, over de oprichting eener Medische Faculteit met daaraan verbonden kliniek. Aangezien deze faculteit aanvankelijk zou worden geopend met een leerstoel in de Psychiatrie en Neurologie, scheen dr. L. Bouman, destijds verbonden aan een der Stichtingen van laatstgenoemde Vereeniging, de aangewezen hoogleeraar, hoewel behoorende tot de Ned. Herv. Kerk te Loosduinen.
Zijn Hooggeleerde ging echter vóór zijne benoeming tot de Gereformeerde Kerk aldaar over tot groote verwondering van een ieder (niet ingewijde).
Of deze overgang geschiedde „onder" of „zonder pressie" kan ik uiteraard niet met zekerheid beoordeelen.
Met dank voor de .opname.
Uw abonné,
R.
B.
Het na-Examen.
Geachte Redactie,
Vergun mij naar aanleiding van uw opmerking onder het ingezonden stuk van dien heer Hajer eenige opmerkingen.
U doet het voorkomen, alsof de na-akte eigenlijk maar is een brevet van vertrouwen, dat zoo spoedig mogelijk overbodig gemaakt moet worden.
Nu gaf het stukje van den heer H. daartoe wel eenige aanleiding, in zooverre hij bij zijn argumentatie om het nut en de noodzakelijkheid van de studie voor bedoeld diploma aan te toonen, het oog had op onderwijzers, „die geheel en al aan den Christelijken levenstoon zijn ontzonken."
M.i. is echter in de eerste plaats de studie voor het na-Examen aan te bevelen om de studie zelf. Wie maar een weinig op de hoogte is, weet, dat de eischen voor dit examen lang niet licht zijn. Vooral de vakken Bijbelsche geschiedenis, Kerkgeschiedenis en Christelijke paedagogiek, vragen ernstige en nauwgezette studie. Het is dan ook meermalen voorgekomen, dat zelfs candidaten met veeljarige practische ervaring en flinke positie, nog werden afgewezen.
Afzonderlijke studie voor dit diploma zal ook in de toekomst wel noodig blijken. Men kan toch heusch van een Kweekschool niet vergen, dat zij in de korte jaren, die ook bij de nieuwe wet voor de opleiding beschikbaar zijn, haar kweekelingen grondig bekwamen zal voor de verplichte vakken plus de vakken van het na-Examen.
Denk eens aan, M. de R., dat men opleiden moet voor hoofdakte, talen en wiskunde. Het spreekt vanzelf, dat men daaraan z'n handen vol heeft (verklaren sommige onderwijsspecialiteiten al niet, dat 't haast ondoenlijk is ? ) zoodat het voor de hand ligt, dat men aan de vakken, die niet tot het examen behooren een bescheidener plaats zal moeten inruimen den aan de andere.
Laten onze Besturen dan ook de studie voor het na-Examen blijven aanmoedigen, inzonderheid ook hierdoor, dat men het bezit van het diploma voldoende honoreert, want het moet gezegd, nog altijd is het aantal van hen die het diploma verwierven, niet groot.
Met dank voor de plaatsruimte, Uw abonné,
Febr. 1921.
N.
Wij blijven bij onze meening, welke wij ook op vergaderingen van groote Schoolvereenigingen hebben te kennen gegeven, dat we de leerlingen van ónze Kweekscholen in Bijbelsche geschiedenis, maar ook in Vaderlandsche geschiedenis. Christelijke paedagogiek, enz., moeten kunnen vertrouwen. De onderbouw en de bovenbouw moeten daarnaar ingericht worden. De gewone lagere school de (M.)U.L.O. en de Kweekschool moeten daarvoor saamwerken.
M. V. G.
Geachte heer Redacteur, Toen ik één dezer dagen den Unie-Almanak doorbladerde, trok het mijn bijzondere aandacht, dat de Christelijke Scholen in bijkans alle Hervormd-Gereformeerde gemeenten zijn aangesloten bij de Vereeniging voor Christelijk Volksonderwijs, in welker bestuur, voor zoover mij bekend, geen enkel Hervormd-Gereformeerd man van onzen Bond zitting heeft, doch bijkans uitsluitend bestaat uit ethische mannen.
Hoe is het toch mogelijk, dacht ik, dat niemand onzer vooraanstaande Bondsmannen, zelfs onder onze Hervormd-Gereformeerde predikanten niet, daaruit aanleiding genomen heeft dit onderwerp eens publiek aan de orde te stellen ?
Mij dunkt, dit zou der overweging ook wel waardig zijn, ja, evenzeer als de vermeende achterstelling der Hervormd-Gereformeerden door de kerkelijk Gereformeerden in andere colleges.
Bij voorbaat dank voor de verleende gast vrijheid in ons orgaan „De Waarheidsvriend."
Een Bondslid.
H.-Waard, 7-2-'21.
Ook wij kunnen ons niet begrijpen dat Geref. Hervormde menschen zich niet aansluiten bij Chr. Nationaal Schoolraad en wèl bij Christelijk Volksonderwijs, 't Is daar „ethisch" alles wat de klok slaat en men staat niet zoo'n klein beetje vijandig tegenover wat Gereformeerd is ! M. v. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's