De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

4 minuten leestijd

De wijziging van de Kieswet.

De ervaring, bij de algemeene verkiezingen in 1918 opgedaan, heeft de wenschelijkheid aan het licht doen treden van eene technische herziening van enkele bepalingen van de Kieswet.

Met het oog daarop heeft de regeering bij de Staten-Generaal een voorstel van wet aanhangig gemaakt tot wijziging der Kieswet en mede de andere met deze wet verband houdende wetten.

De vraag rijst echter, of van deze gelegen heid, die noodzakelijk moest komen, niet tevens gebruik ware te maken, om behalve van het aanbrengen van de gewenscht geachte veranderingen in technischen zin, de wet ook op enkele punten van pricipiëelen aard te herzien of aan te vullen.

En dan hebben we hier speciaal twee zaken op het oog.

De eerste houdt verband met de invoering van het actieve vrouwenkiesrecht en de andere met de uitoefening van het kiesrecht door visschers en schippers.

Wat het eerste punt betreft waren het de Anti-Revolutionairen in de Kamer, die op de meest principiëele wijze in verzet kwamen tegen het toelaten der vrouw tot de stembus.

Nu het vrouwenkiesrecht tóch kwam, zouden de bezwaren er tegen heel wat verzacht worden, zoo de gehuwde vrouw gerechtigd kon worden haar man te machtigen voor haar de stem uit te brengen.

Deze wensch, die ook door een aantal kiesvereenigingen werd uitgesproken, zou bij wijze van aanvulling in het aanhangige voorstel kunnen worden opgenomen.

Het grondwettig voorschrift, dat ieder kiezer slechts één stem mag uitbrengen, als mede dat de verkiezing rechtstreeks plaats hebbe, zal hier geen bezwaar opleveren, immers is met die voorschriften ook bestaanbaar geacht, dat lichamelijk hulpbehoevende kiezers zich laten voorlichten.

Met het opnemen van dit beginsel in de wet zou voorts nog het voordeel verkregen worden, dat de moeilijkheid voor velen te plattenlande werd weggenomen, dat man én vrouw van afgelegen boerderijen en arbeiderswoningen naar de stembus moeten optrekken.

Het spreekt vanzelf dat tegen eene regeling, waarbij de gehuwde vrouw hare stem aan haar man overdraagt, ook wel bezwaren zijn aan te voeren.

Maar die bezwaren zijn meer van practischen dan van principiëelen aard.

Zij bestaan o.m. hierin, dat men van oordeel is, dat de vrouw, zoo zij vrij is, in vele gevallen anders zal stemmen dan haar man.

Zou nu eenmaal de overdracht in de wet worden opgenomen, dan meent men, dat de vrouw hare vrijheid zal inboeten en het regel zal worden, dat de vrouw, ook wanneer zij het met haar man niet eens is, toch uit allerlei overwegingen haar man zal machtigen haar stem uit te brengen. Uit dien hoofde vreezen sommige groepen van kiezers, dat de regeling voor het opvoeren van het stemmental schadelijk zal werken.

Of deze vrees gegrond is, durven we zoo zonder meer niet dadelijk ontkennend te beantwoorden.

Zeker, 't zal voorkomen, dat de man niet in den geest van zijne vrouw stemt, maar daarmede kan het beginsel, dat bijzonder den Anti-Revolutionairen sympathiek is, zoo maar niet terzijde worden gesteld.

Het geldt hier eene zaak, die voor velen van groot gewicht is.

In de tweede plaats het kiesrecht voor schippers en visschers.

Al gaat het bij deze zaak niet om een principieel groot belang, toch is de beteekenis van deze aangelegenheid niet als een bagatel te beschouwen.

Zooals de wet nu is, kunnen visschers en schippers slechts bij uitzondering stemmen.

Er zijn plaatsen met een groote schippers- of visschersbevolking, waar gewoonlijk niet meer dan één-vijfde der stemmen van de kiezers wordt uitgebracht.

Het Hoofdbestuur van den Ned. Prot. Chr, Schippersbond heeft dezer dagen in een adres aan de regeering gevraagd, het daarheen te leiden, dat de binnenschipper zijn stem kan uitbrengen op de plaats, waar hij op den dag der stemming vertoeft, hetzij aan het aldaar gevestigd stembureau of v^el door bemiddeling van de post.

Gaat de regeering op dit verzoek in, en wordt in voormelden geest eene regeling in de kieswet getroffen, dan zullen daarmede wel de schippers, maar nog niet de visschers gebaat zijn.

Beide groepen van kiezers zouden althans voor een belangrijk deel kunnen geholpen worden, zoo er eenige weken vóór of na de stemming gelegenheid was hun stem uit te brengen of anders wanneer hun de bevoegd heid gegeven werd een gemachtigde aan te wijzen om namens hen te stemmen.

Intusschen hoe dit zij, de billijkheid en het recht eischen dat hier een regeling getroffen wordt.

Wij hopen, dat beide zaken, die we in het kort aangaven, de volle aandacht der regeering zullen hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's