De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

14 minuten leestijd

Gilgal, want heden heb ik den smaad van Egypte van ulieden afgewenteld. Jozua 5:9.Zuivert den ouden zuurdeesem uit, want ook ons Pascha is voor ons geslacht, Christus 1 Cor. 5 : 7.

EEN GELOOFSDAAD.III.

Een rustig en liefelijk tooneel vertoont zich thans aan ons oog. „In de vlakke velden van Jericho" op de hoogte van een heuvel legert het volk van Israël. Rustig en veilig na een vermoeienden tocht en onder hooge bescherming hebben zij hun dekkleeden uitgespreid en vroolijk wapperen de banieren der stammen op de toppen der tenten. Er is een wijle verademing. Rijk geboomte en weelderige plantengroei geven aan de boorden van den Jordaan een bonte schakeering van kleuren en tinten en het gezang der vogels op boom en tak streelt het oor. Alles werkt mede tot aangename verpoozlng en tot vredig genieten.

Terwijl de Kanaanietische volken in schrik en beven verkeeren over 't gerucht van den overtocht en bij de gedachte aan het naderend onheil zal Israels volk in stille afzondering zioh schikken tot stemmige wijding en heilige aanbidding.

Jozua maakt van de gelegenheid gebruik om de verbondsbetrekking tusschen Israël en Israels God, Jehova, te herstellen,

Door de zonde der ongehoorzaamheid en opstand was het verbond verbroken en tot straf had de Heere Zijn verbondsteekenen ingehouden.

Aan geen besnijdenis kon .gedacht, geen Pascha kon gehouden worden.

Maar nu wil God den smaad hunner zonden afwentelen en het oogenblik is daar om de besnijdenis opnieuw uit te voeren en het Pascha te houden.

Jozua, de kranige leider van het volk, zal Gods bevel laten volbrengen ; eerst 't eene teeken in eere hersteld, en dan, na enkele dagen, juist op den 14den Nisan het Pascha gevierd, op de oude bekende wijze, naar voorschrift en regel, zooals God het wilde !

Deze dingen zijn van groote beteekenis en tot leering ons opgeteekend. Wij verstaan dat die smaad afgewenteld moest wor den, Hoe zouden zij anders kunnen verder trekken en den strijd aanbinden en volbrengen ? En het is ons een prediking van Gods onwankelbare trouw. Jehova, de Getrouwe, keert weer tot Zijn volk. Hij verzoent hen met zichzelf. Hij neemt de oordeelen weg. Hij betrekt ze weer in Zijn verbond.

En ten bewijze daarvan worden de sacramenten gevierd, besnijdenis en Pascha gehouden, Gods instellingen gehandhaafd en Gods zegeningen genoten. Veertig jaar geleden, juist op denzelfden dag had de Heere Zijn Pascha ingesteld. Nu zal het luisterrijker gevierd worden dan toen, want bij de uitleiding Zijns volks had God gevoegd de voortleiding. Dubbel gedenken zou het zijn aan de weldaden door Zijn verbond hun geschonken.

Stelt het u voor, hoe Israël te Gilgal zijn God eert. Een gedenkdag met eere, een verbondsfeest met blijden jubel.

Leering ligt er in, voor ons ook in onze dagen. Hoevelen zijn, als Israël weleer, afgeweken van de oude paden, hebben door ongehoorzaamheid en opstand Gods instellingen veracht, zichzelf smaadheid berokkend en Gods oordeel zich op den hals gehaald ! Er is een verachting der sacramenten, Gods verbondszegelen, van den Heiligen Doop en het Heilig Avondmaal, bij velen al vele jaren lang. Ongeestelijke leeringen en onkerkelijke praktijken voeren de menschen af van de eenvoudigheid des geloofs en van de onderhouding van Gods geboden. En de zonde van afwijking en onverschilligheid neemt toe. Wat God geeft tot zegen wordt smadelijk veracht en verv/oroen.

En de diepste oorzaak van de verachting der sacramenten is, dat men niet verstaat, dat onze God een Bondsgod is, een Jehova, die naar Zijn verbond ons en onze kinderen wil zegenen.

Daarom wordt de Kinderdoop veracht, en daarom het Avondmaal niet gevierd.

't Is de zonde der ongehoorzaamheid van het oude Israël, en het zal den smaad brengen over de Gemeente als men voortgaat in dezen weg.

Viert uwe vierdagen ! Ook uwe kerkelijke en uwe geestelijke ! Komt ten heiligdom, ook met uwe kinderen ! En laat Gods zegelen in eere zijn onder een volk, naar Zijn Naam genoemd.

Gilgal is een merkwaardige plaats, een station der ruste op de reis naar Kanaan, een pleisterplaats voor vermoeide pelgrims op Sion aan. En elk mensch heeft behoefte aan rust en ontspanning, verpoozing en ver­ademing. Gelukkig dan als die rust niet gevonden en igenoten wordt in de ontspanning, die de wereld biedt, maar in die igeestelijke atmosfeer van Gods zalige nabijheid, en blijvende gunst, waar wij geloofsversterking in geloofsoefening ontvangen op 's levensreize.

Gilgal geeft ons aan, hoe we rusten moeten.

Bij God en in Zijne gemeenschap, in Zijn huis en bij Zijn Woord, aan Zijn tafel en in Zijn gemeenschap. Voor ware Christenen zijn dat dan ook de hoogtijden van het geestelijke leven, om bij Gods teekenen en zegelen Zijn Naam te vermelden, en Hem met blijde erkentenis aan te roepen, om bij brood en beker gedachtenis te vieren van den dood van den Verbondsmiddelaar, Jezus Christus, en zoo. het verbond te vernieuwen, en den Verbondsgod te verheerlijken. Is uw Avondmaal vieren u vaak een aanzit-^ ten ter gedachtenis aan Christus' dood, een versterking des geloofs, en een gemeenschap der liefde met degenen die den Heere Jezus liefhebben?

Ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Jezus Christus. En die het verstaat gaat feest houden, niet in den ouden zuurdeesem, maar in de ongezuurde brooden der oprechtheid en waarheid. Gilgal is om een tweede zaak merkwaardig te noemen.

„Toen hield het Manna op." Dat was wel een uitkomst voor het volk der Israëlieten. Zij hadden al zoolang van dat „zoete brood" gegeten. En nu stond de rijpe oogst daar in de vlakke velden voor hen gereed ! Het eenvoudige landvolk had berging gezocht achter stadsmuren, en velden met goudgeel graan en schuren mei kore/i achtergelaten. Welk een verademing, welk een zegen van dèn God des verbonds. Nu konden ze weer op ouderwetsche wijze gaan maaien en dorschen, malen en bakken. Heerlijke uitkomst door God zelf bereid I

Let wel, hoe is toch altijd Gods zorge over Zijn volk uitgebreid! Op wondere wijze heeft Hij Israël veertig jaar onderhouden, en nu, langs natuurlijken weg, verstrekt Hij de Zijnen weer spijze.

Had het hun wel ooit aan één ding ontbroken ? Dankbaar Israël maakt dankbaar gebruik van Gods weldaden.

Maar aan die weldaden is de voorwaarde verbonden van den arbeid. Arbeid is ook een zegen Gods, geen vloek ; een weldaad, en geen straf; op den akker of op de fabriek, studeerkamer of op den katheder. Als ons beroep of ons ambt als „een goddelijk beroep" wordt beschouwd legt God er een goddelijken zegen in. De hand van den vlijtige zal gezegend worden. En ons werk is geloofswerk ook op het natuurlijk gebied. We gaan uit om brood te verdienen en we leven uit Gods hand, we werken van des morgens vroeg tot des avonds laat en we ontvangen tijdelijke zegeningen in overvloed als gaven Gods uit de handen van onzen Schepper en Weldoener.

Ja, zelfs wij dienen Hem ook van onze goederen. Dezelfde zegeningen zijn gaven der dankbaarheid ; van de vruchten van onzen arbeid wordt Hem toegebracht het offer der toegewijde harten.

Wij gelooven, dat „de Heere ze van noode heeft" voor den dienst van Zijn Huis, voor den arbeid in Gods Koninkrijk onder de volken der aarde.

Zoo wordt het weer geloofsleven met geloofsvruchten, en geloofswerken, die geschieden als vruchten der heiligmaking uit het geloof, naar Gods wet en tot Gods eer.

En ten slotte, in deze rustperiode is nog iets op te merken.

Jozua dwaalt in zijn eenzaamheid rondom Jericho's muren. Veel ging er in zijn hart om. Hoe zou 't gaan ? 't Zal een verwoede strijd worden, straks, om het bezit van die stad.

Eensklaps staat een krijgsman voor hem met uitgetrokken zwaard.

„Zijt gij van ons of van onze vijanden ? " zegt Jozua.

„Neen ! maar ik ben de Vorst van het Heir des Heeren, Ik ben nu gekomen !" zoo luidt het antwoord.

Jozua valt aan Zijn voeten, 't Is zijn Koning.

„Wat spreekt mijn Vorst tot Zijn knecht ? "

„Trek de schoenen af van uwe voeten, want de plaats waarop gij staat is heilig."

Dat was voor Jozua genoeg. Hij had het al begrepen. Is Gods nabijheid toeft hij. De Koning spreekt tot Zijn generaal. Zijn hemelsche Vorst is tegenwoordig op het juiste tijdstip om den slag te beginnen, om de overwinning te bereiden.

Nu konden zij op Hem rekenen. Zijn tegenwoordigheid gaf nieuwe kracht, moed en liefde.

Wij hebben met een verrassend God te doen. Als het maar eerst weer tusschen ons en onzen God in orde gekomen is, nadat we Gilgal gepasseerd hebben. Als we maar in nieuwe geloofsgemeenschap Hem in Zijn teekenen hebben gedankt en geëerd. En als er dan een leven begint naar Zijn Woord, en uit Zijn hand en tot Zijn eer.

Dan komt Hij wel, en Hij brengt nieuwe verrassingen. Dan spreekt Hij wel tot ons, en Hij geeft nieuwe sterkte. En dan gelooven wij weer ; en aan Zijn voeten vallen we neder, aanbiddend op heiligen grond, erkennend in Hem onzen Vorst en Koning.

En vooruit gaat het dan, gezegend en gesterkt, op Jericho aan.

God, onze God zal het maken.

IV.

(Jericho nu sloot hare poorten toe), Jozua 6:1.

Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen, als ze tot zeven dagen toe omringd waren

De tijd van Israels trekken was voorbij, de tijd van Israels rust was ten einde en de tijd van Israels strijden was aangebroken.

Nu moest het er van komen I Alles was er op gezet om Kanaan in bezit te nemen, 't Beloofde land zou nu hun eigendom worden. Maar het zou niet gaan zonder strijd van Israels zijde, noch ook zonder tegenstand van de zijde der volkeren.

Met Jericho zou de strijd aanvangen. En de geschiedschrijver lascht in het gesprek van den Koning met Zijn generaal even tusschen haakjes de mededeeling in, dat „Jericho hare poorten toegesloten had", daarbij wijzende op de moeilijkheid voor het volk des Heeren om deze stad te bemachtigen, 'n stad, door natuurlijke ligging enbuitengewone versterking, door uitstekende bewaking en bovenal door het vaste voornemen harer burgers om ze tot geen prijs over te geven, als „de sleutel" en het bolwerk der vijandelijke macht bij uitnemendheid sterk en geducht.

Maar we lezen in die mededeeling ook de dwaasheid dier burgers om te meenen, dat zij het tegen God konden volhouden, een God, die de wateren van den Jordaan had opgestuwd.

Die God had immers gezegd : „Ik heb Jericho en haar koning en haar helden in uw hand gegeven", en Hij zou toonen dat het zekerlijk zou gebeuren.

Jozua ontving de goddelijke instructie. Het was alles eenvoudig genoeg ; begrijpelijk en uitvoerbaar. Al de krijgslieden moesten om de stad gaan, omringende haar eenmaal, zes dagen lang ; zeven priesters met zeven bazuinen voor de ark uitgaan, op den zevenden dag zevenmaal; dan blazen met de bazuinen en op het geluid van de hoornen zou het volk juichen en de muren zouden vallen.

Met aandacht wordt de instructie gehoord Met nauwkeurigheid opgevolgd. Een stille, zwijgende, lange stoet van veertig duizend krijgers trekt uit eiken morgen en keert ook weer terug naar het leger, eenmaaf omtrekkende de stad.

Was dat nu een belegering? Zoo'n bespottelijke vertooning, een parade zonder muziek, een soldatenstoet zonder enthousiasme ! Wat hebben ze daar op den muur en binnen de poorten wel gelachen en gespot! Mooie strijdvoering ! Ook een belegering !

Totdat totdat de dertiende rondgang gemaakt werd op den zevenden dag, de zevende keer ; totdat Jozua's commando vloog 'door het leger, en de bazuinen aan den mond werden gezet, en de duizenden van krijgers hun victorie uitjuichten, als één kreet van geloof, één overwinningsklank, die de harten doortrilde, en en totdat de muren in puin ineenstortten, verpletterende 'de bewakers en vermalende de verdedigers en als gruis in elkaar zakten, om op één hoop te worden verzameld.

Tot dat oogenblik was er gespot.

En toen werd er geweend. Schrik en ontzetting beving aller hart. De stad open en bloot, de vijanden rondom, ontkomen onmogelijk, de dood voor oogen, leven, have en goed in handen van den vijand.

Nu hadden ze maar toe te slaan. De spotters waren gevangen, de hoonenden werden gedood, en de bezetting prooi en buit voor Israels leger ter verbanning, Gods Naam ten prijs.

Dit is een stukje geschiedenis, waarbij geen menschendeugd te verheerlijken is. Dapperheid noch heldenmoed kwamen hier in aanmerking, trouw, noch moed, noch beleid kunnen hier het kruis van eer ontvangen. Deze geschiedenis zegt: dat heeft God gedaan ; en zóó heeft de Heere het gedaan, op Zijn tijd, op Zijn woord, op Zijn wijze.

En toch zegt de Hebreërbrief : „door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen", want waar noch menschelijke wijsheid noch kracht of deugd te verheerlijken is, daar moet het ons echter duidelijk zijn, dat zonder Israels geloof deze Godsdaad niet had kunnen geschieden. In hun hart wilde Hij zich verheerlijken, door hun hart wilde Hij aangebeden worden, uit hun hart wilde God geprezen worden.

Daarom trokken ze in geloof, daarom zwegen ze in geloof, daarom juichten zij in geloof, en daarom vielen de muren voor het geloof van de krijgers, die in gehoorzaamheid hun taak hadden volbracht.

Eén huis bleef staan op een stuk van den stadsmuur, Rachabs huis, met het roode snoer aan 't venster, en Rachabs familie er binnen ; om 't wonder nog te grooter te maken, want het geloof roemt in de genade Gods niet minder dan in de gerechtigheid Gods bij de overdenking van Gods daden.

Jericho sloot hare poorten toe.

Door 't geloof zijn de muren van Jericho gevallen.

Is dat een historie die op zich zelf staat ?

De verharding des menschen en de overwinningen Gods raken deze elkaar nooit meer ?

Ach, hoevele bolwerken worden nog heden ten dage opgeworpen tegen den Machtige Israels !

De ongeloovige wetenschap heeft hare Jericho's bij menigte, en zij sluit hare poorten toe voor de waarheid van Gods getuigenis.

De vijandige gezindheid der menschen is een bolwerk, reusachtig versterkt door middelen en machten, en ze is niet van plan het vooralsnog over te geven aan den Vorst van 't heir des Heeren.

En openbare tegenstanders van Gods dienst en waarheid werpen bolwerken op, machtig sterk, en vreeselijk „ingericht" om Gods werk in zijn voortgang te belemmeren en Gods volk in hun arbeid te stuiten.

Spreekt ge van bolwerken, de heele wereld is één Jericho, een bolwerk van vijandschap en goddeloosheid tegen den Heere en Zijn Gezalfde.

En we verstaan de zuoht die oprijst in het hart der getrouwen in den lande, die zeggen : och, of God ten strijde toog, en Zijn machtigen arm uitstrekte tot nederwerping der sterkten !

Maar 't schijnt niet te komen. Tot de tanden gewapend, met de nieuwste kunstwerken toegerust durven zij den strijd wel te wagen, en zij dagen den Koning uit, die nog toeft te komen, zich machtig wanend in eigen gemaakte sterkte.

Jericho sluit hare poorten toe.

En valsch gerust zegt ze : „Voorloopig geen gevaar, zij trekken er maar wat omheen ; verder kunnen ze het niet brengen ; tot ons zal het niet genaken 1"

En weet ge, wat nu de te volgen methode is door allen die het wel meenen met het heil van Gods gemeente ? Dat is de Jozuamethode om het eens aan God over te laten.Om in het geloof te zwijgen, te trekken, te bidden, te wachten, totdat 't Hem belieft op Zijn commando de bolwerken te doen vallen.

't Geloof zegt: houdt uw bazuin gereed ; 't Geloof zegt: laat de ramshoorn weerklinken, laat de oproep tot den strijd gehoord, de krijgsmarsch geblazen, de oorlogskreet gehoord worden, en het volk zich gereed houden. De Heere zal voor u strijden en gij zult stille zijn. Wacht slechts op het heil des Heeren !

En dan zijn de resultaten verrassend !

Bolwerken worden genomen, „sleutels" gevonden, Jericho's poorten springen open, de Heere doet Zijn intocht, de vrede geteekend, de vaan van den Koning geplant, en de Vorst van het heir des Heeren gehuldigd en verheerlijkt en Jericho wordt de stad der aanbidding.

Op de puinhoopen van vijandschap plant de Heere de banier des kruises en Christus wordt verheerlijkt.

Zoo vallen Jericho's muren. Tot onze verbazing en verwondering, tot roem van Gods genade, die in het geloof wordt verheerlijkt.

Weet ge wat het zwaarste bolwerk van menschelijke vijandschap is ?

Dat is het Jerioho van uw eigen hart.

Ook dat Jericho sluit haar poorten toe voor Koning Jezus en Zijn leger.

Onderzoek eens of het bij u ook nog op het oorlogsslot zit !

En zoo ja, laat het bazuinigeklank van het Evangelie, dat gehoond wordt in de gemeente u mogen overreden om uw hart te ontsluiten.

Nog komt de heilsboodschap tot u : ontsluit, ontsluit voor Zijne schreden de poorten van uw hartevesting ; door deze wil Hij binnentreden, opdat gij moogt loven Zijne majesteit.

Gelooft gij dat Hij het doen kan, en dat Hij het doen wil ?

De Vorst van 't heir des Heeren is de Machtige en de Gewillige. En de grootste geloofsdaad van een arm menschenkind is deze, om Hem te laten werken en Zijn werk aandachtig gade te slaan.

Zalig de veste van menschenziel waarin Jezus Zijn koninklijken intocht houdt !

Jericho vermeesterd, Jericho gewonnen, Jerioho behouden, voor eeuwig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's