De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

23 minuten leestijd

Het Mormonisme.

Doordat de Vereenigde Staten zich tegen over den Mormoonsdien Staat Utah hoe langs hoe meer gelden liet, werd .de Kerk der heiligen tenslotte voor de .keus gesteld : vrede met de Vereenigde Staten met afschaffing van de veelwijverij (het meervoudig huwelijk) óf vervolging van Staatswege.

Dat werd een moeilijke kwestie. 'Want toen Jozef Smith eerst de veelwijverij begon te prediken verzetten zich velen, maar dit schrikkelijk kwaad was hoe langs hoe meer ingeburgerd ; ja, leiders als Brigham Young schoven dit leerstuk zelfs op den voorgrond, om zoogenaamde geestelijke oorzaken. En hoe zou men dit nu weer gaan verloochenen ? De mannen waren er niet voor te vinden en de vrouwen durfden ook niet zich verzetten, ook al niet om de wille van hunne kinderen. Hieruit is het verklaarbaar, dat ten slotte oud en jong het voor het meervoudig huwelijk opnamen ; de kinderen dronken het met de moedermelk in en wilden niet als kinderen, die geen vader hadden, door het leven gaan. Het werd een „roeping Gods" om hierin zich alzóó te open baren, ook al voelden, vooral de vrouwen, wel de bezwaren. Straks zouden zij als godinnen aan de zijde van hun echtgenoot tronen in den hemel ; en daarvoor moest dan hier op aarde maar wat gedragen worden, dat misschien niet altijd even aangenaam was. Hoe méér kuideren geboren werden, hoe meer goden er straks zouden zijn. En dan, de meisjes moesten toch trouwen — want de vrouw kan zonder den man niet zalig worden !

De vrouwen die opstandig waren, werden in den ban gedaan. Brigham Young las ze 21 Spt. 1856 nog eens geducht de les !

Amerika, het land der oude Puriteinen, kon echter zulk een schrikkelijk euvel op den duur niet dulden. En daarom juist wilden de Mormonen Utah tot een vrijen Staat maken. Het was bondsgebied en dus eigenlijk een „onmondige" Staat. Doch werd Utah verheven tot Staat, dan zou men inzake de polygamie (het meervoudig huwelijk) kunnen leven naar eigen goedvinden. Maar dezelfde reden, die Utah drong om te staan naar souvereine regeering, drong .de Vereenigde Staten om afwijzend over het verzoek van het bondsgebied te beschikken. Men wenschte den kanker der veelwijverij eerst uit te roeien ; en reeds in 1862 werd een vrij krasse wet tegen het meervoudig huwelijk aangenomen.

De Mormonen lieten zich evenwel niet vangen. Het huwelijk werd in het geheim gesloten en de man leefde eenvoudig samen met allerlei vrouwen, zonder dat er van een publiek meervoudig huwelijk sprake was.

In 1882 werd daarom een wet aangenomen waarbij ook het onwettig samenhuizen van man en vrouw strafbaar w«rd verklaard Heel Utah kwam in beroering, en de bevolking werd in twee partijen verdeeld. De rechtbanken kregen het intusschen druk en velen werden tot .gevangenisstraf veroordeeld.

Daar de Kerk het hoofd niet wilde buigen, werden in 1887 de wetten tegen de veelwijverij en het onwettig samenhuizen nog aanmerkelijk verscherpt. Goederen werden verbeurd verklaard ten behoeve van het onderwijs in Utah. Tenslotte weigerde de bondsregeering om Mormonen uit het buitenland burgerrechten te geven (te naturaliseeren). Toen bleek, dat met de regeering niet te spotten viel, werd in stilte besloten het meer voudig huwelijk af te schaffen en begin October 1890 werd door den president der Kerk Wilford Woodruff, een grijsaard van 83 jaar, een verklaring gegeven in het openbaar, waarin hij o.a. zei : „Daar het Congres wetten heeft uitgevaardigd, in welke meervoudige huwelijken worden verboden, verklaar ik bij dezen, dat het mijn voornemen is mij aan deze wetten te onderwerpen, en dat ik al mijn invloed wensch te gebruiken om de leden der Kerk, over welke ik presideer, te bewegen desgelijks te handelen. En ik verklaar bij dezen, publiekelijk, dat ik den Heiligen der Laatste Dagen adviseer om geene huwelijken aan te gaan, welke door de wetten des. lands worden verboden."

Eigenaardig is, dat deze uitspraak van den president een „verklaring" genoemd werd en niet een „openbaring." Daar zat natuurlijk wat achter, 't Ging ook niet van harte. Maar de Kerk voelde, dat men de wijste partij koos door toe te geven en door opsteken der rechterhand werd in de vergadering gezegd : „dat men als Kerk, vergaderd in algemeene conferentie, de verklaring van den president inzake het meervoudig huwelijk aanvaardde als gezaghebbend en bindend."

Het verbaasde Amerika kon zijne ooren nauwelijks gelooven I Men twijfelde aan de oprechtheid en informeerde met ernst. En zoo kwam de President er toe op 1 Nov. 1891 in het publiek te zeggen, dat het manifest van October 1890 vrucht was van eene „openbaring Gods" ; hij had toen gezegd, wat de Heere hem bevolen had te zeggen !

Werkelijk scheen het Mormonisme met de veelwijverij te hebben gebroken.

Men begon ook een andere politiek te voeren. En 4 Jan. 1896 werd Utah als Staat opgenomen in de Unie.

Was de veelwijverij weg ?

In schijn, ja I Kon men in de dagen van Brigham Young een prentbriefkaart verzenden met den president temidden van zijne meer dan twintig wederhelften (zoo'n kaart bestaat), dat alles scheen nu zoo anders. Maar men leert de Mormonen niet zoo makkeiijk kennen. En met de stukken kan het bewezen wórden, dat velen nog aan de veel wijverij vasthouden. In 1904 had de president der Kerk, Jozef F. Smith .genaamd, vijf vrouwen en 42 kinderen ; 21 jongens en 21 meisjes.

Na het manifest van Woodruff tegen het meervoudig huwelijk zijn tot op 1911 nog 224 zulke huwelijken gesloten ! Aan dezulken werd een aflaat gegeven voor die zonde, naar uitwijzen van hetgeen men vindt in de „Leer en Verbonden", afd. 132 : 26 pag. 504, waar gezegd wordt, dat alle polygamisten (die met meer dan één vrouw leven) die waarlijk verzegeld zijn (d.i. gehuwd voor tijd en eeuwigheid) door den H. Geest, zelfs al maken zij zich aan Godslastering schuldig, al liegen zij en bedriegen zij de Overheid, 't doet er niet toe, zij zullen als goden straks heerschen. „In het vleesch" d.i, hier op aarde, zullen zij voor hun doen gestraft worden door de Overheid (door Satan), maar eenmaal zullen zij schitteren boven alle hunne vijanden in eeuwige glorie !

Feit is dan ook, dat „de Kerk" het meervoudig huwelijk aanmoedigt en op bedekte wijze predikt; waarvoor zij z.g.n. haar „geestelijke" oorzaken heeft.

Vooral in de republiek Mexico leven de Atormonen naar het goeddunken huns harten. Daar t« het paradijs voor de veelw^veril!

(Wordt vervolgd)

Veranderingen.

Hier en daar heeft de stemming over de vraag : Kerkeraad of Kiescollege ? verandering van beteekenis gebracht.

Utrecht had kerkeraad en houdt kerkeraad. De modernen hebben zich daarbij onthouden van stemmen, omdat zij zich machte loos voelen om invloed uit te oefenen op den gang van zaken. Nu het weer „kerkeraad" is voor de eerstvolgende tien jaren, zal hun mvloed er wel niet grooter op worden.

Velen zullen zich waarschijnlijk terugtrek ken uit de Herv. Kerk en zich voegen bïj een Vrijz. Kerkgenootechap, waaraan Utrecht geen gebrek heeft.

We kunnen dat voornemen van de Modernen niet onvefstandig vinden. 

In een belijdende Kerk, met orthodoxe oonfessie, welke zich aansluit bij de belijdenisschriften der aloude Geref. Kerk In dezen lande, is voor de modernen geen plaats. Bij de Remonstranten of dergelijken hooren ze thuis. Waarom zou men in deze niet volgen dan den meest natuurlijken weg, om zich los te maken van een Kerk waar men niet hoort, om zich te voegen daar, waar men weet, dat men komt in een kring van gelijkgezinden ?

Arnhem had een kerkeraad en krijgt nu kiescollege. Dat zal wel wat beweging geven, althans in den eersten fljd. Als straks de verkiezing van gemachtigden voor het kiescollege komt, is natuurlijk elke groep en elke richting in beweging —heerlijk schouwspel voor de wereld, die er een oorzaak temeer in vindt, om den spot te steken met de Kerk en met den godsdienst I

De modernen stellen zich al voor, dat ze nu hun slag zullen kunnen slaan

Maar onze orthodoxe menschen zijn er ook nog. 

Ze zijn nu al bezig om zich ta organiseeren en zich voor te bereiden voor de dingen die straks geschieden moeten. Wil men den vrede, dan moet men zich tot den strijd aangorden. En dadelijk. Daarbij goed. Wel onderscheidende, wat niet bij elkaar hoort en wel bedenkende, dat het naar de Schrift is, als allen die éénsgeestes zijn samen optrekken.

Gouda had kiescollege, krijgt nu kerkeraad.

Dat kan geen kwaad voor 't oogenbltk. De opzet van evenredige vertegenwoordiging, de modernen ingesloten, heeft daar indertijd veel kwaad gedaan. Maar dat was spoedig uit en het kiescollege begon zich weer te herstellen op orthodoxen grondslag. De kerkeraad is rechtzinnig. Daarom besloot men het kiescollege nu maar op stal te zetten en de zaken door den kerkeraad te laten behartigen.

Jainmer, dat er één modern predikant is 'm Gouda. Die moest maar spoedig heengaan ; dan kan er een Bondsman voor in de plaats komen,

Misschien is er wel kans op. We zullen maar hopen.

Dit is zeker, dat een Bondsman méér menschen in de Kerk zou hebben dan een modern dominé krijgt.

Wat dat betreft, moet de ruil maar spoedig plaats hebben. Er is oorzaak voor!

Charlois had kerkeraad, krijgt nu kiescollege.

Voor de Gereformeerden was er niet veel te halen in Charlois onder de oude omstandigheden. Misschien dat een kiescollege daar wel goed werkt. Onze menschen moeten althans zich nu maar gaan organiseeren, evenals in Rotterdam, Delfsbaven, Kralingen Het is niet onmogelijk, dat ook Charlois dan binnen niet al te langen tijd een Gereformeerd predikant kan beroepen, 't Zou daar wel goed werken, vooral ale dan tegelijk het aantal predikanten v/erd uitgebreid.

Schiedam had kerkeraad en houdt kerkeraad.

Dat vinden wel jammer. De kerkeraad kon daar wel wat vrijgeviger zijn voor de Gereformeerden. En met kiescollege was daar misschien eenige kans voor geweest, dat het benoemen van kerkeraadsleden en vooral 't beroepen van predikanten dan een weinig een anderen kant uit was gegaan. De Gemeente heeft het zoo noodig. Wat men natuurlijk niet erkennen wil, omdat men geen oog heeft voor de werkelijke toestanden.

Vlaardingen hard kerkeraad, krijgt nu kiescollege.

De strijd is reeds begonnen. Profetie van heerlijker dingen nog! Zal de Gereformeerde richting de Jeiding houden ? Zal er een mêer confessioneel element naar voren komen, misschien ? Voor Vlaardingen zou het een zegen zijn, als de broeders elkaar daar mochten leeren verstaan. De Gemeente is zoo groot en veelszins nog zoo belangstellend. Vier'predikanten zouden daar makkeiijk kunnen komen en als men dan de werkzaamheden broederlijk kon verdeelen en eendrachtig mocht behartigen — dat zou Vlaardingen ten goede kunnen komen.

Driebergen had Kerkeraad en krijgt Kiescollege.

Is daar voor onze Geref. menschen niets te doen nu ? Nieuwe toestanden vragen nieuwe dingen. Ook organisatie van allen die Gereformeerd voelen. En die zitten er toch nog wel in die omgeving van Zeist en Driebergen ? We wachten op goede berichten.

Gods Raad.

Telkens worden wa geschud, gelijk Asaf, om in deze bange tijden angstig te vragen : zal Gods Raad wel bestaan ? Waar moet: het heen met Gods Kerk ? Wat zal hét einde nog zijn?

Dat is onze zonde.

Want Gods Raad bestaat in eeuwigheid. En Gods volk mag zingen : „Ik weet hoe 't vast gebouw van Uwe gunstbewijzen, naar Uw gemaakt bestek, in eeuwigheid zal rijzen." Ja — bergen mógen wijken en heuvelen wankelen, maar Gods Raad zal bestaan tot in eeuwigheid. De Heere laat niet varen wat Hij Zich van eeuwigheid heeft voorgenomen. De Heere is God en niemand meer — verheerlijkt Hem, gij, vromen !

Let op Israels historie. Lees de Schriften ; bizonderljjk de Schriften des Ouden Verbonds. Uit Ur der Chaldeën, waar de afgoden gediend worden door Abram's huis, haalt de Heere den m.an, dien Hij, naar redenen uit Zicb zelf genomen, verkoren heeft den vader dot geloovigen gefiaamd te worden, in wiens zaad alle geslachten der aarde gezegend zullen worden.

Abram en zijn zaad onderwijst de Heere op zeer bizondere wijze. Hij past zich aan bij Abraras verleden en bij Abrams leven. Hij leert hem en zijn zaad gansch nieuwe dingen, die aan 't geen zij reeds hebben een nieuwen inhoud geeft. De besnijdenis wordt bet teeken van het Verbond, dat de Heere met Abram heeft opgericht. En zoo onderwijst de Heere zijn nakroost, op gansch bizondere wijze, 't Blijft altijd aan dat volk uit Abraham gesproten, te bemerken, dat de voorvaderen aan de andere zijde van de Rivier hebben gewoond en daar vreemde goden hebben gediend, 't Zijn Hebreen, komende „van de overzijde". Maat de Heere houdt dat volk vast, worstelt met dat volk om het te behouden ; leidt dat volk als de Almachtige, die wonderen werkt, in Kanaan en Egypte ; bewaart dat volk als Jehova, die de onveranderlijke Verbonds--God Is. En Hij geeft dat volk Zijn wetten, Zijn rechten, Zijn bevelen, Zijn inzettingen, opdat ze daarin zullen wandelen.

Het volk steigert er telkens als tegen in en zoekt zich met geweld los te maken van den Heere. Baäls dienst bekoort. Den Kanaanieten worden ze in veel gelijk. Maar de Heere houdt hen vast als de God des eeds en des verbonds. Hij werpt hen in de smeltkroes a!s de Heilige en Rechtvaardige. Hij redt hen wonderlijk. En neen ! het einde van Israël is niet om roemloos voor goed ten onder te gaan met degenen die de Baals dienen. Ze worden in Kanaan teruggebracht. Jeruzalem vv'ordt herbouwd. En wel zwijgt de stem van de profeten vier honderd jaren, maar de ure komt, dat de zaligheid uit de Joden voortkomt-, in Abraham's Grooten Zoon, Jezus Christus. En dan is bereikt, wat de Heere aan Abraham heeff toegezegd : in u zullen gezegend worden alle geslachten der aarde !

Wat wordt Israels historie machtig mooi !

Het is een volk uit de Semieten.Het woont in Kanaan. Het zit met honderde banden vast aan de omgeving. Het is niet anders en niet beter dan de andere volkeren. Maar de Heere schenkt hun Zijn licht en leert hen Z ij n wegen. En zoo krijgen ze in en bij de oude dingen gansch nieuwe dingen ; wat de Heere doet om de zallgheid te openbaren allen die gelooven ; en de zaligheid in Christus voor te bereiden, ten zegen voor alle geslachten.

Israël heeft de offers, zooals de andere volkeren de offers hebben.

Maar Israël leert het offer gansch Amders kennen, dan de andere volken dat verstaan en blijven verstaan.

God Zelf legt er voor Israël een héél ander idéé, een héél andere beteekenis, een heel anderen inhoud in. Dat doet Gods bizondere genade,  door bizondere openbaring !

't is bij Israël niet, wat het bij de andere volkeren was, om God die daar beboelte aan heeft, met offeranden te verrijken en hem zoo te stemmen tot vriendelijkheid en uit te lokken tot zegeningen.

Neen, Israël kent zijn God héel, héél anders, door de bizondere openbaring Gods ; en dan wordt ook het offer héél, héél anders voor den vromen Israëliet.

Zeker, ook hierin kwam het telkens uit, dat de voorvaderen gewoond hadden aan de andere zijde van de Rivier, waar men de afgoden eerde.

Ook hier komt het telkens uit, dat Israël woont tusschen de Kanaanieten en dat Israël uit en van zich zelf geneigd is tot allerlei dwaling en zonde.

Want hoe uitwendig neemt Koning Saul, erger nog Koning Jerobeam het offer óp. Ja, wat wordt onder Achab en Manasse de dienst van Jehova niet geheel ingewisseld voor den dienst van Baal en Moloch — zelfs in den tempel zelf.

En in Micha's dagen klaagt de Heere, dat men Hem duizenden van rammen offert en tienduizenden van oliebeken — ja, zelfs men schenoffers, terwijl het volk er niets van ver staat wat de Heere van Zijn volk vraagt. (Micha 6 : 1-6). '

Veruitwendigd wordt het. Verzondigd ; ja, tot een belialstuk is het geworden. '•

Maar dan ook dié bizondere Godsbemoeienissen en die bizondere Godsopenbaringen, om dat volk, zooals Hij met geen ander volk deed, te bewerken door Zijn Woord en Geest, opdat Hij zou overhouden een volk, dat den Heere recht kent, om als een heilig volk Gode lof te offeren en den Allerhoogste zijn geloften te bëlalen-

. Waar men telkens het spoor der gerechtigheid zioo jammerlijk bijster was geworden, daar bewaart de Heere in het midden van Israël Zijn overblijfsel. Hij laat Zich telkens onder dat volk kennen in Zijn heilig willen. Hij openbaart telkens Zijn weg, als den weg des levens. En door die bizondere bemoeienissen bewaart Hij Zijn volk, om het den weg te wijzen tot Sions Verlosser ; en de volheid der tijden voor te bereiden, dat de beloofde Messias geboren wordt. Die nu vergaderen zal uit alle volkeren en uit alle geslachten, die als het geestelijk zaad Abrahams den Heere recht zullen kennen, dienen en vreezen, temidden van een zondige wereld en een boos geslacht.

Die God is ook nu niet veranderd. Hij worstelt ook nu om Zijn volk, om Zijn Gemeente, om Zijn Kerk te bezitten als Zijn wettig eigendom.,

En waar het telkens openbaar wordt, wie en wat onze Vaderen naar het vleesch zijn geweest en waar ze hebben gewoond, daar zal de Heere, als de Getrouwe, blijven worstelen om Zijn erfdeel.

En, door de bizondere onderwijzing Zijns Geestes naar Zijn heilig en dierbaar Woord, zal Hij den Zijnen leeren den weg, dien ze te gaan hebben, waarbij Sion mag getuigen : „Welzalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort".

Houden we dan vast aan dien God, Wiens Raad bestaat in eeuwigheid.

En kenne onze ziele dé leiding Zijns Geestes en de onderwijziiig van Zijn Woord.

Alleen-als de Kèrk daaraan mag vasthouden en daarbij mag leven zal zij aangedaan worden met kracht en wandelen met vrede.

Maar zoó niet, zal zij vallen en haar plaats zal ledig worden gelaten ; want de Heere is een jaloersch God ; heilig in Zijn richten.

De beste oplossing.

We lazen in „De Nederlander", dat de vrijzinnige Hervormden te Doetinchem, nu ze hoofdelijken omslag betalen moeten, besloten hebben voor het lidmaatschap der Herv. Kerk te bedanken.

Ons dunkt, dat is de beste oplossing. De modernen moeten ergens anders een onderdak zoeken, waar ze thuis hooren ; en daar is in Doetinchem gelegenheid voor.

De orthodoxen zullen dan wat meer betalen voor hun Kerk.

Dat is recht en billijk. En dat doen ze graag.

Laster er maar op los !

Het is kennelijk de bedoeling van de modernen, de Amsterdamsche Hervormde Gemeente — en deze niet alléén — zoo zwart mogelijk te maken.

Natuurlijk om zoo die Gemeente schade te berokkenen.

Heel 't land moet voor die Gemeente den neus gaan optrekken en het zou een schitterend succes zijn, als men tenslotte de modernen om hulp., moest gaan smeeken, om mee te helpen, dat de. Gemeente financieel niet ten gronde gaat. Waarvoor natuurlijk geestelijke rechten aan de vrijzinnigen zouden moeten worden gegeven, in ruil voor hun dubbeltjes, •

Nu blijkt het telkens, dat, wat de vrijzinnigen schrijven, grootendeels laster is.

Natuurlijk maakt elke Gemeente een moei lijken tijd door, nu alles zoo wonderlijk door elkaar ligt en alles zoo ., duur" is. Vooral de groote steden hebben het moeilijk.

Maar gelukkig blijkt ook telkens, dat de kerkelijk meelevende orthodoxen nog wel wat voor hun Kerk over hebben !

En dien kant moet het uit I We hebben de vrijzinnigen niet noodig I

De orthodoxen moeten dat bewijzen, hoe langs hoe meer. .

Waarom we ook met blijdschap vernamen, dat in Amsterdam reeds 125 duizend gulden is binnengekomen voor de Kerk, zijnde vijf-achtste, van hetgeen waarop gerekend was naar den omslag. Bovendien is een vrij aanzienlijk legaat ontvangen, waardoor weldra aankoop van meerdere pastorieën mogelijk zal zijn.

Dat men in Amsterdam onder de orthodoxen verstaan mag, dat eendracht macht maakt I

Vaste jaarlijksche bijdragen.

Ja, daar willen we het nog even over hebben. Want dat is een belangrijke, geestelijke, Bijbelsche aangelegenheid, die het hart van ons kerkelijk leven raakt!

Hoe moet de Kerk aan geld komen ?

Het is de meest natuurlijke en een zeer verstaanbare zaak, dat de Kerk geld noodig heeft.

Wie daar nog niet achter is, dat b.v. de arbeiders in Gods Wijngaard hun loon waardig zijn, verwijst de apostel naar de ossen op den Oosterschen dorschvloer. (1 Cor. 9 vers 7—11 ; 1 Tim. 5 vers 17, 18.).

De Dienaren der Kerk eten het brood der Kerk. 'Dat is Gods inzetting. Maar zij kunnen dat brood niet eten, tenzij de Kerk zelf dat brood heeft en geeft.

En dan moeten niet alleen dedienaren des Woords leven kunnen, maar allen die in en voor de Kerk arbeiden. Zoolang de Kerk hier op aarde is, heeft zij geld noodig, om te bestaan, om te leven.

En niet alleen de dienaren des Woords en de evangelisten en de godsdienstonderwijzers, enz., maar de Kerk heeft ook gebouwen noodig ; groote kerken, ook kerkkantoren, enz. enz.

Die als afzonderlijke, los-naast-elkaar levende geloovigen door 't leven gaan, voelen daar niets van.

En de Vrije-Kerkjes doen het ook eenvoudiger. Die geven een schuur ; — die hebben één uit hun midden die voorgaat — en dét is alles. Of als dat kerkje wat grooter wordt, moeten ze voor een gebouwtje zorgen en ze moeten den voorganger wat geven — maar dat is dan ook alles.

Zoo lang het hun bevalt, geven ze. Soms voor hun doen véél. Maar als het hun minder aanstaat, geven ze minder. En straks geven ze heelemaal niet meer en gaan heen. Vrijheid, blijheid !

Maar waar naar uitwijzen van Gods Woord een Kerkgemeenschap is, daar is geld noodig. Die kerk moet niet in een achterbuurt staan. De dienaren der Kerk moeten geen honger lijden. De arbeid der Kerk moet niet tot een minimum 'beperkt worden. De administratie der Kerk mag niet verwaarloosd. Het Classicaal-Synodaal samenleven kost geld, enz. enz.

Juist dus omdat we, naar uitwijzen van Gods Woord niet als afzonderlijke geloovigen naast elkaar en los van elkaar leven, maar als één huisgezin, in één Kerkgemeenschap ons hebben te openbaren, is er voor die heilige huiisbouding geld, véél geld noodig.

Waar de Schrift dan ook altijd op wijst; en het Oude Testament èn het Nieuwe Testament spreekt daar duidelijk van.

En nu mag dat niet een stuk barmhartigheid van ons wonden, dat we zoo nu en dan eens wat in „het zakje" doen, of eens een gift geven. Dat komt in het kerkelijk leven veel voor, maar het is toch niet goed.

Dat moeten we voelen.

De Kerk van Christus moet maar niet wat toegestopt worden naar believen. De Kerk van Christus moet leven; leven van geslacht tot geslacht en zij moet als de dienaresse Gods van jaar tot jaar en van eeuw tot eeuw bezig zijn, om de lampe Gods te dragen, om Gods Woord te verkondigen, om arbeid, véél en velerlei arbeid Gods te verrichten.

En nu geven we de machine die in de fabriek staat, tooh ook maar niet onstelselmatig een stuk en een brok.

We geven onze beesten op stal toch ook maar niet eens wat, als we er eens om denken ; en dan nu eens veel en dan eens weinig.

Neen, we weten wel beter I En we gaan voor ons eigen gezin toch ook niet op den bedel, met een zakje of met een busje, om hier en daar weggejaagd te worden en daar en ginds een gave op te loopen ?

Dat mag ook niet ten opzichte van de Kerk.

Dat is een huishouden ; met een geregeld leven.

De Kerk heeft een zending, een taak uit den hemel ontvangen om op aarde te verrichten.

En nu heeft zij noodig, haar dagelijksch brood.

En dat moeten wij, die tot die Kerk behooren, haar geven. Daar moeten wij voor werken. Om Christus' wil moet hier groote en heilige zorg komen, dat de Kerk dagelijks haar inkomen heeft.

Er moet 'n kerkgebouw zijn ; met lokalen Er moet behoorlijke verlichting zijn en verwarming. Er moeten zitplaatsen zijn. Bijbels Kerkboeken. Niet alleen dn de kerkeraadsbanken, maar door héél de Kerk heen. Ieder moet een , plaats kunnen krijgen, ook vreemdelingen, armen, dooven. Voor de inzegening des huwelijks en voor de bediening van de Sacramenten van Doop en Avondmaal moet alles aanwezig zi|n. Voor catechisatie moet worden gezorgd.

En dat kost geld.

Niet te vergeten de levende personen, die in en voor de Kerk arbeiden.

Waarbij de Kerk een publieke positie in het maatschappelijk leven moet innemen.

Zoo heeft de Kerk haar eigen leven.

Zoo moet zij haar eigen inkomen hebben ; in overeenstemming met haar plaats, haar roeping en haar eere temidden van het publieke leven.

Nu moeten we eens ophouden om met een zakje rond te gaan en een aalmoes voor de Kerk te vragen.

Dat komt de eere der Kerk te na.

We moeten als leden van het gezin ieder doen wat naar ons vermogen is, om voor de groote huishouding der Kerk te verschaffen wat noodig is.

De Kerk zelf moet niet koopen of verkoopen. Zij graaft niet en houwt niet houdt geen veestapel. Zij produceert niet en fabriceert niet en verhandelt niet. Zij .moet staan buiten den buit van het winnen der stoffelijke goederen.

Maar nu moet haar recht op haar deel vrijwillig erkend worden om Gods Kerk te geven wat Godes is. 

De Kerk mag het niet nëmën, niet met geweld nemen. Dan is haar eere weg. Dan gooit zij haar eer te grabbel.

't Mag haar ook niet, naar willekeur, een bedelbrok worden toegeworpen.

Met een zakje te hengelen om een paar centen en dubbeltjes en guldens op te halen week aan week, moet zij weigeren te doen omdat zóó Christus' Kerk niet mag worden behandeld.

Neen, allen die tot haar behooren moeten haar van het goed, dat de Heere in een weg van moeizamen en eerzamen arbeid blief te schenken, een heilig deel geven, jaarlijks als een vrijwillige en vaste bijdrage.

. ...Jaariijks en vast.. 

De Kerk moet er Jaar op jaar vast op kunnen rekenen dat al haar leden baar vrijwillig, om 's Heeren wil helpen ; opdat ze haar goddelijke taak kan volbrengen, haar positie te midden van het publieke leven met eere kan innemen.

De Kerk heeft van jaar tot jaar haar stoffelijke nooden. Dat weet men. Dat kan men berekenen. Dat kan men ook mededeelen te plaatse waar 't behoort.

En ja, dan moet er voor de leden de Kerk gelegenheid blijven om eens een stille bizondere gave voor de Kerk te kunnen geven. Er zijn bizondere levensgebeurtenissen en levensomstandigheden, die tot een gave der dankbaarheid kunnen dringen.  Maar voor de gewone huishouding der Kerk moet overigens gerekend kunnen worden vaste jaarlijksche bijdragen, ieder naar vermogen bijbrengend voor het werk des Heeren.

Collecteeren is hier niet de weg.

Als men weet, dat er jaarlijks voor onze eigen Kerkgezin zooveel noodig is, dan neemt men niet iedere week een zakje, om wat te vragen van de leden van dat Kerk gezin.

Men zegt wat er noodig is — en dan behoort ieder te geven naar venmogen. Dat is heilige plicht!

Collecteeren doet men, als er door bizondere omstandigheden bizondere nood is

Voor werkloozen collecteert men.

Men collecteert als hier of daar een Kerk door bizondere omstandigbeden hulp noodig beeft.

Maar men collecteert niet In z'n elgen huis voor de huishouding.

Of moet b.v. de dienaar des Woords uit een „oollecte" leven, geheel of gedeeltelijk

Doet men dat met z'n knecht of met dienstbode ook ?

Moeten die elke week met de hand rond gaan om van de huisgenooten wat te vragen, om aan het behoorlijk loon te komen

Neen, vaste uitgaven moeten uit vaste inkomsten worden gedekt — terwijl er dan voor bizondere omstandigheden ook op blzondere wijze kan gehandeld worden.

Vaste vrijwillige contributiën vragen we daarom voor de Kerk.

En allen die haar liefhebben zullen gaarne jaar aan jaar geven, om des Heeren wil.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's