Financiën.
Vandaag heb ik drie bijzondere mededeelingen.
De eerste is, dat ik in deze week maar één, zegge één, postwissel heb ontvangen en wel uit A van N.N., groot ƒ 5.—. „U mag absoluut mijn naam en woonplaats niet vermelden, het is een klein dankoffertje, dat ik u al had toegedacht", schreef men er bij.
Dat ziet er dan treurig uit, penningmeester, zult ge zeggen. Eén postwissel en ge ontvingt er in den laatsten tijd zooveel.
Hoe vreemd is dat! Zoo weinig! Ge behoeft het dus niet op te tellen. Het is gauw gezien. Wel wel, ik zou haast medelijden met je krijigen.
Nu, dat vind ik heel aardig, maar dan moet ge toch nog even wachten tot later.
Misschien heb ik het dan noodig, maar vandaag nog niet. Dat blijkt u al dadelijk uit mededeeling no. twee.
Wij hebben thans
Zes honderd nieuwe abonné's
zegge 600 1 December.
Ik dacht, daar zullen we maar eens vette letters voor nemen, want geloof me, als ik ƒ 600.— gulden had gekregen, dan zou ik nog niet zoo blij zijn als met deze 600 nieuwe abonné's. Nieuwe lezers, nieuwe vrienden. Zes honderd nieuwe lezers ?
Het zijn er natuurlijk veel meer. Vast wel 800 als het niet meer is, want hoevelen zullen er niet zijn, die het blad met z'n tweeën of drieën lezen ? Ik had me voorgesteld mij in te spannen om er 500 te krijgen en ziet, er zijn er nu reeds 100 meer. Ik, mij ingespannen, schrijf ik daar. Jawel, ik, ik ! Dat
heb j ij toch maar flink gedaan, wat ben j ij toch een vent, hebben ze tegen me gezegd, en en van binnen was er een stem, die zei het ook. Maar ik hoorde ook een andere stem en die zei : Hoogmoed komt voor den val en : Gijlieden, die eer van elkander neemt Nu, lezer, ik hoop dat die laatste stem mij voor die eerste bewaren zal, want anders is het gauw met den penningmeester gedaan. Dat versta je zeker wel, is het niet ?
Intusschen dank ik u allen die mij zoo prachtig geholpen hebt. Geweldig, wat hebt ge mij een aantal namen 'gestuurd. Ik heb ze niet geteld, maar het zijn er vast 2000, als het niet méér is.
Gij zult vragen of ik nu genoeg abonné's heb ?
Ook een vraag ! Wei neen ! Ik ben erg dankbaar voor 't verkregen resultaat. Maar op dit gebied ben ik onverzadigbaar en dan zeg ik : niet eer genoeg, voordat alle Gereformeerde Hervormden lezers van „De Waarheidsvriend" zijn. De Administrateur uit Maassluis schreef mij ; We kunnen gemakkelijk de 1000 nieuwe abonné's halen, als de vrienden nu de adressen nog eens persoonlijk bewerken, dan krijgen we die wel, en ik geloof dat hij gelijk heeft.
Dus ga nu eens uit visschen en zie dat ge beet krijgt.
Een vriend van mij zond mij den naam van een nieuwe abonné. „Is het blad duur ? " had hij hem gevraagd. Wel neen, de abonnementsprijs is zeer laag. Maar toch is het blad duur.
Wel, hoe kan dat dan ? Dat zal ik je zeggen, zei hij. Onder het lezen wordt het duur. Daar zorgt de penningmeester voor in „Financiën", dat jeal lezende, hoe langer hoe meer gaat betalen, niet aan het blad, maar aan de fondsen. Evenwel, het hindert je niet, je wordt er geen steek armer door, dat zal je ondervinden.
Leuk gezegd, vindt ge niet ? 't Was zeker Dirk. Neen, ik heb nog meer vrienden als Dirk. Ik kwam Dirk gisteren tegen. Hij had nu geen tijd, maar ik kom volgende week wel eens bij je praten. Ik heb nog een nieuwe abonné voor je, zei hij.
Rrrrrrrt! daar gaat de telefoon weer. Maassluis ? Ja.
Ik wilde u even mededeelen, dat er sedert mijn laatste opgaaf van 600 nieuwe abonné's, weer 60 zijn bijgekomen.
Dus dat is dan nu 660 nieuwe ?
Ja. Als 'het zoo doorgaat, dan komen we nog over de duizend .
Ik geloof het ook. Het is prachtig. Dank je wel.
660 ! en nu zullen we eens zien wat er van de week bij mij is ingekomen, die zijn er nog buiten. - Aalst (bij Zaltbommel) 16 proefnummers.
Oud-Beierland 2 nieuwe leden.
Hasselt 2 proefnummers.
Haarlem 6 proefnummers.
Vleuten 1 abonné.
Den Haag 2 abonné's en 2 proefnummers.
Hilversum 1 abonné.
Ouden Rijn 1 proefnummer, Élst (bij Rhenen) 1 abonné en 1 proefnummer.
Van de jaarvergadering 10 nieuwe leden.
Eist (bij Rhenen) 1 abonné en 2 proefnummers.
Utrecht 1 abonné.
Wij beginnen nu aan de derde mededeeling, ' en dat zijn de ontvangsten op de jaarvergadering. Het was er vol. Elk jaar komen er meer. Het referaat van ds. Van der Snoek heeft een goeden indruk achtergelaten. Dat bemerkte ik in de pauze, toen ik kalm mijn broodje verorberde en een paar handen op mijn schouders gelegd werden, die mij op gevoelige wijze dien indruk weergaven. Het was mïjn vriend Dirk, die zei : Daar heb je nou nog eens wat aan, penningmeester, dat kan je onthouden. Ja penningmeester, dat kan je onthouden. Jawel, maar je kan je indruk toch wel een beetje zachter uiten, zei ik. Je behoeft daarom mij nog niet in te drukken;
Een verslag te geven: van de middagvergadering ligt niet op mijn weg. Ik bepaal mij alleen bij de ontvangsten en dan zult ge bemerken dat ge vooreerst nog geen medelijden met mij behoeft te hebben.
We beginnen met vette letters, want ds. Klomp uit Oldebroek vertelde mij dat hij een spreekbeurt aldaar had vervuld, waarbij een collecte was gehouden voor het Studiefonds, welke
Honderd en zes gulden
had opgebracht. Dat is prachtig, want we hebben begin deze winter al een collecte bij de intrede gehad, welke ook over de honderd gulden opbracht. En nu volgt de Paaschcollecte nog. Ja ja, er is daar veel veranderd in Oldebroek in de laatste jaren.
Vroeger wisten we op z'n best dat de plaats bestond en nu staat het bovenaan.
Een beste vriend uit Veenendaal gaf mij ƒ 1.— en ds. Jongebreur gaf mij ƒ 5.— van de Vereeniging „Troffel en Zwaard", benevens ƒ 4.25 uit busje no. 181. Ds. de Bruin uit Zeist had nog ƒ 1.— als gevonden in de collecte en ds. Beekenkamp had nog ƒ 1.— als nagift van de collecte.
De afdeeling Bodegraven overhandigde mij ƒ 20.— uit de kas. Da's nog eens een afdeeling ! Iemand uit een plaatsje bij Rotterdam gaf mij ƒ 12.50 als belasting van zijn 121/2 jarig huwelijksfeest. Vreemd toch. Ik ontvang deze belasting alleen maar van 121/2-jarige gelukkigen. Zijn onze menschen zoo, dat ze 25, 30 en 40-jarige huwelijksfeesten niet vieren ? Belasting ontduiken mag een gereformeerd mensch niet doen. Dat weet ge toch wel ? Ik zal er-eens wat beter op moeten letten.
Uit Wilnis ontving ik van een lid de contributie, ƒ1.—; uit Emst gaf mij iemand ƒ 2.50 en de heer P. A. Joen, uit Bolnes had uit het busje van Piet ƒ 2.50 medegebracht.
Ik stond in de pauze op den stoep een luchtje te scheppen. Zeg, penningmeester, kan je nog oude zilverbons gebruiken ?
Ja wel. Nu, hier heb je er wat. Ik telde ze na. Het waren er 15 stuks. Ik geloof dat ik in abuis ze al weer voor goede had uitgegeven, want toen ik in den trein zat kwamen er twee eerwaarde heeren voor mijn coupé staan. Zeg, penningmeester, kom er eens uit. Je hebt ons zilverbons gegeven, die ze niet wilden aannemen aan het loket. Ach ja , dominé's zijn soms zulke onhandige menschen, die weten nergens raad mee. Men mag ze mij gerust sturen, dat wil zeggen : de oude zilverbons. Ik zal het er wél mee klaar spelen.
Een nieuw lid gaf mij ƒ 2.50 voor contributie en nog ƒ 1.—. Ik zat alweer op mijn plaats aan de bestuurstafel toen iemand uit Alphen mij ƒ 10.— gaf. Een dame op de eerste rij stond op en vroeg : Zeg, penningmeester, die groote man, was dat nu Dirk ?
Neen, zeide ik, dat was hij niet, dat was Oome Toon. Kan je hem ons niet eens aanwijzen ? Ik beloof het je, als ik hem zie, zal ik 't doen. Maar ik zag hem nergens.
Van nog vijf nieuwe leden ontving ik ƒ 7.50 aan contributie en van ds. Goslinga van een poos geleden ƒ 1.— van N.N.
Toen het was afgeloopen en ik aan de deur stond werd mij door drie personen nog ƒ 6.50 in de handen gestopt en de collecte bij den uitgang bracht op van de ochtend-en middagbijeenkomst ƒ 87.55.
Nu hoop ik dat ik in de drukte niets vergeten heb. Alles tezamen, met inbegrip van de ƒ 5.— uit mijn eerste mededeeling, maakt het
f 300.00
Al had ik dan maar één postwissel ontvangen, een slechte week kan men het daar om nog niet noemen. Ik dank allen die hieraan hebben medegewerkt.
Als ik nu per slot vraag dan is dat eigenlijk een overbodige vraag, daar deze al lang beslist is als deze u onder de oogen komt. Maar zij is nog niet gehouden.
Degenen die de jaarvergadering hebben bijgewoond, hebben gehoord welk een hoog bedrag wij heibben uitgegeven voor hen die door het Studiefonds worden gesteund. Wij wenschen. daartoe door u in staat gesteld, op onbekrompen wijze daarmede voort te gaan. Ook het Leerstoelfonds heeft nog-zeer veel noodig om te komen tot het doel waarvoor het is ingesteld.
Door de Paaschcollecten zijn wij vorig jaar krachtig geholpen en dat was noodig, want wij kwamen niet tekort, maar hielden niet veel over. Ik zal er niet veel meer aan toevoegen, maar vertrouw, dat ieder die met Paschen tempelwaarts gaat iets extra's bij zich zal hebben, ook al wordt er geen collecte voor onze fondsen gehouden.
Moge verder de Heere u in deze dagen een rijken zegen schenken onder de prediking.
De Penningmeester, J. C FLIEHE.
Arnhem, Pels Rijckenstraat 28.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's