De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

8 minuten leestijd

Van 's levenspad

door COR.

De Zondenbok. „De Zondenbok", dat was de naam waarmede hij vaak aangesproken werd, dien naam gebruikte hij meestal wanneer hij over zichzelf sprak. Van zijn kinderjaren was die bijnaam reeds afkomstig, toen reeds werd hij zoo genoemd. Altijd een der eerste zijnde in het bedenken en uitvoeren van ondeugende streken, behoefde men nooit lang naar den dader van een of ander te zoeken, wist men veelal direct dat hij de oorzaak er van was. Maar daarom werd hij ook vaak voor den schuldige gehouden van iets waar hij niets van wist en zoodoende kwam hij ertoe zichzelf „de zondenbok" te noemen, welke naam spoedig werd overgenomen, zoodat hij weldra daaronder algemeen bekend was. Ook in het opgroeien bleef hij dien bijnaam behouden, want de eerst nog onbeduidende dingen veranderden, met het klimmen zijner jaren, in misdaden, die hem zelfs meer dan eens in de gevangenis brachten. Wanneer iets was gebeurd, waarvan de dader niet direct werd gevonden, was hij vaak de persoon die ervan verdacht werd Meermalen werd hij aangehouden, om onder vraagd te worden, voor iets waar hij totaal onschuldig aan was, en daardoor bleef hij den bijnaam van „de zondenbok" behouden. Doch ook aan hem werd het woord bevestigd van den Heiland : „Ik ben gelcomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was ; want hoe diep hij ook in de zonden was gevallen, toch kwam de Heere hem opzoeken, hem trekken uit het zondige leven, hem terugvoerende van de wegen waar de zonde wordt gediend, om hem te leiden op paden waar zijn hart naar den Heere uit­ ging. Wat een onmogelijkheid scheen, werd werkelijkheid, hij verliet het pad der zonde om te gaan op den eenigen weg des levens. Met diepe smart zag hij dag aan dag terug óp zijn vroeger leven, op al het bedreven kwaad, klonk onophoudelijk vol berouw de wenscli uit zijn mond, toch nimmer al die zonden bedreven te hebben.

Ofschoon echter zijn geheele leven veranderde, in woorden of daden niets meer bespeurd werd van wat hij vroeger was, één ding hield hij van zijn vroeger leven over, nameijlk den bijnaam „de zondenbok". Met dien naam werd hij nog zoo vaak aangesproken, dien moest hij nog zoo menigmaal hooren en dat deed hem altijd weer zoo'n pijn, dat veroorzaakte hem altijd zoo'n groote droefheid, want hij had ingezien dat zijn bijnaam 'n bespotting was van zijn Heiland, zijn Koning, zijn Jezus, Die hem opzocht toen hij midden in de wereld leefde, hem redde uit satans macht en tot zijne ziel sprak, dat Hij de plaats aan 's Vaders zijde verliet, om op aarde te lijden en te sterven en daardoor ook zijn sclïuld betaalde. Hij, de Christus, zijn dierbare Jezus, was de Zon denbok geworden voor een volk dat van den Heere afweek, dat in het dienen der zonde lust en begeerte vond, dat den dood verkoos boven het leven. Om dat volk te redden was Hij gekomen, Zich vrijwillig over te geven om hun zonden te dragen, hun schuld te betalen. Hij was de Zondenbok geworden, want de gansche zware schuld had Hij op Zich geladen, die had Hij gedragen, daaronder gebukt had Hij den toorn Gods op Zich zien nederdalen. Hij was de Zondenbok geworden, alles op Zich nemende, aan het heilig Goddelijk recht betalende met Zijn eigen leven. Zijn eigen bloed; Hij, Gods eenige Zoon, was de Zondenbok geworden, Die daarvoor in Gethsemane's hof den zwaarsten zielestrijd streed, aan het kruis hing, Zich van God verlaten gevoelende, om daardoor zondige schepselen weer met hun God te verzoenen. Zijn Jezus de Zondenbok en hij dien naam zoolang gedragen, hij daarmee zoo menigmaal genoemd, o dat deed hem zoo'n pijn, want zijn Jezus alleen was dien naam waard. Die mocht hem alleen dragen. Die naam was hem zoo heilig geworden en daarom smartte het hem zoo daarmee aangesproken te worde% Wanneer hij dan ook zoo genoemd werd, als hij hoorde dat men hem met dien naam aanduidde, ging hij vertellen wie de Zondenbok was, Die. alleen zoo genoemd mocht worden. Dan sprak hij van Jezus, zijn Jezus, Die ook zijn zonden op Zich laadde, zijn schuld betaalde, om hem, een der groot ste zondaren, van het eeuwig verderf te redden, om hem te kunnen toeroepen : „Al waren uwe zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw ; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol !"

Misschien hebt gij ook reeds vaak den naam „Zondenbok" uitgesproken, zonder te bedenken, dat Christus Jezus alleen waardig is dien te dragen. Misschien hebt gij dien reeds menigmaal gebruikt, zonder te weten dat Koning Jezus de Zondenbok werd voor een volk, dat den Heere verliet. O, mocht het u dan gaan als dien man, dat gij dan ook leerdet verstaan dat Christus Jezus alleen waardig is dien naam te dragen, maar mocht gij dan tevens ervaren, dat Hij ook uw zonden op Zich heeft geladen, dat Hij die droeg om u daarvan te verlossen, dat Hij voor u betaalde, voor u de straf ontving. Welk een heerlijk Paaschfeest zoudt gij dan thans kunnen vieren, want weer is de herdenking van het lijden, sterven en de opstanding van Christus aangebroken, weer wordt Zijn dood en verrijzenis uit het graf herdacht. En weet gij reeds of Hij met uw zonden beladen aan het kruis hing, dat Hij, om u het leven te verwerven, nederdaalde in het graf ? Kunt gij, als de Paaschmorgen aanbreekt, met Maria, het „Rabbouni", mijn Meester, uitroepen ? Of voeldet gij nog nim mer den last uwer zonden, leeft gij nog voort zonder begeerte den Christus als uw Verlosser te kennen ? Wat zijt gij dan toch arm en ongelukkig, want hoe zult gij straks kunnen sterven, hoe den dood ingaan ? Hoe zult gij voor een heilig God verschijnen, als uw zonden niet zijn betaald, als Christus die niet op Zich genomen heeft, om voor u de straf te dragen ? Hoor, ach, hoor dan heden nog naar de roepstem, welke van Zijnentwege tot u komt. Stel het niet uit tot later, want immers gij weet den dag van uwen dood niet. Zult gij een volgend Paaschfeest nog beleven ? Misschien ligt gij dan reeds lang in het graf, is het te laat om tot Jezus te gaan. Hem te leeren kennen als den Zondenbok, Die ook onder uw schuld gebukt ging. Ga dan nog heden tot Hem, leg al uwe zonden aan Zijne voeten neder en gij zult ervaren dat Hij ook uwe ziel van het eeuwig verderf redt. Nimmer zal het u berouwen, want Hem te kennen als den Zondenbok, Die uw schuldenlast droeg, is zoo'n onuitsprekelijke vreugd ; te weten : Hij is mijn Koning, mijn Jezus, is een genot, meer waard dan alle schatten der wereld.

Maar, zoo vraagt gij, zijn mijn zonden niet te veel en te groot? Neen, Hij heeft alles gedragen, alles op Zioh genomen, nooit zal iemand vergeefs tot Hem komen. In Zijn zwaarste en bangste lijden vergat Hij zelfs niet waartoe Hij gekomen was, want immers Hij bad nog voor hen, die Hem aan het kruis nagelden, Hij riep Zijn moeder woorden van troost toe en schonk een moor denaar het eeuwige leven. Dit deed Hij nog in het zwaarst van Zijn lijden en zou dit u dan niet bemoedigen? Hebt gij daar nog nooit bij stilgestaan, daarin nog nooit den rijkdom van het Evangelie aanschouwd? Zou, Hij, Die dit in Zijn zwaarste lijden deed dan nu aan 's Vaders rechterhand zittende, niet hooren naar uw klacht, als gij tot Hem roept ? Gewis zal Hij u hooren, tot uwe zie! komen spreken, dat Hij ook voor u heeft geleden, is gestorven, om door Zijn opstanding ook u het leven te bereiden.

Kent gij Hem reeds als uw Koning, uw Jezus ? Wat zijt gij dan toch rijk en gelukkig, want dan weet gij dat Hij uw zonden heeft gedragen, uw schuld betaald, dat Hij de Zondenbok werd om u eeuwig te verblijden. Welk een vreugde, dien dierbaren Jezus te kennen, te bezitten ; straks eeuwig met Hem te verkeeren, in aanbidding voof Hem nederzinkende, eindeloos sprekende van dat onbegrijpelijke wonder, dat Gods eigen Zoon kwam om den Zondenbok te worden voor een volk, dat slechts den eeuwigen dood verdiende.

Weer breekt het Paaschfeest aan, weer gaan we herdenken, dat de dood werd overwonnen. O, dat gij en ik dan dien dag mochten beleven, wijl Christus Jezus, de Zondenbok, tot ons kwam spreken :

„'k Ben ook voor u op aard gekomen. Ik kocht ook u, ook gij zijt Mijn, 'k Heb ook uw schuld op Mij genomen ; Dan zou 't voor ons ook Paschen zijn !"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's