Staat en Maatschappij.
Een schandelijke actie.
De daad van den Bond van Nederland sche Onderwijzers om opzettelijk het gebrek aan leerkrachten bij het Lager Onderwijs te vergrooten door de ouders te waarschuwen hunne kinderen niet te doen opleiden voor onderwijzer, verdient absolute afkeuring.
Er zijn bladen, die reeds spreken van een misdadige actie, die er op gericht is in het belang van de school, dus van ihet kind, te verwaarloozen en aan te randen, waarbij dan de vraag wordt gesteld of aan onderwijzers, die het volkskind móeten opleiden tot alle Christelijke en maatschappelijke deugden, en die tot zulke prakti|ken hun toevlucht nemen, deze leiding wél kan blijven opgedragen.
Het is hier het tweesnijdend zwaard, dat men hanteert. Men wil, omdat de regeering de gevraagde subsidieregeling niet wenscht uit te voeren, door het kunstmatig bewerken van een onderwijzersnood, het land in moeilijkheden brengen, maar daar naast maken de onderwijzers-propagandisten het kind tot slachtoffer van hun schandelijk optreden.
De opleiding moet worden stopgezet, en om die stopzetting te verzekeren, moeten de ouders bekend worden gemaakt met de armoedige levensomstandigheden, waarin de onderwijzers verkeeren.
Men weet daarbij de cijfers der inkomsten zoo te groepeeren dat de indruk gevestigd wordt, alsof in de actie, welke men voert, een glimp van rechtvaardigheid is op te merken.
En toch is het daar heel verre vandaan Het is nog niet zoo lang geleden, het was onder het kabinet-Cort van der Linden, dal er in de Tweede Kamer harde woorden vielen over een weigering van den Minister van Binnenlandsche zaken om de onderwijzerssalarissen met ƒ 100.— te verhoogen én de minima alzoo te brengen van ƒ 700.— oP ƒ 800.—. En nu, enkele jaren later, komt e' een salarisregeling tot stand, waarbij b([ aanvangssalaris van den onderwijzer, oP 21-jarigen leeftijd op ƒ 1600.— wordt bepaald, terwijl dit salaris voor dengene die't nooit verder brengt dan tot de simpele acte van onderwijzer(es) kan klimmen tot ƒ 2900.—. Wie de hoofdakte heeft, kan tot ƒ 3500— komen. Voor het hoofd der school komt daar ƒ 700.— of ƒ 800.— bij. Deze getallen worden door het bezit van bij-akten verhoogd. _
Al moge nu aan de regeling der salarissen zelf fouten kleven, toch zal in begin 1918 wel niemand gedacht hebben, dat binnen drie jaar de jaarwedden tot een zoodanige hoogte zouden gestegen zijn, als ze thans zijn vastgesteld.
Er mocht einde van het vorig jaar in de Tweede Kamer aan herinnerd worden, dat de wet-Rink eene verbetering in de salarissen bracht van 1.7 millioen, het wetje-Heemskerk van 5.5 ton, de wet-Cort van der Linden van 23 Febr. 1918 van 5.6 millioen, terwijl eerst de wet van den tegenwoor'digen Minister van Onderwijs over '19 eene verbetering schonk van 15 millioen gulden en daarna de wet van 1920 de salarissen opnieuw verhoogde met een kleine 30 millioen gulden.
Deze cijfers stellen de zaak anders voor als de Bond van Nederlandsche Onderwijzers dit doet. Met recht mag men dan ook het optreden van dien Bond, om de opleiding stopgezet te krijgen teneinde druk op de regeering te kunnen uitoefenen, afkeuren. Dit werk is in de hoogste mate misleidend.
Gelukkig komen er goede berichten, dat de actie van den rooden Bond op onze Christen-ouders weinig of geen vat heeft.
Onze mannen en vrouwen .laten zich door het drijven der openbare onderwijzers niet afschrikken. De circulaire van de Commissie van Uitvoering van het Gereformeerd Schoolverband over den „Onderwijzersnood" moge krachtig medewerken om onzen Christelijken Scholen de onderwijzers en onderwijzeressen te geven, die ze behoeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's