Ingezonden.
De 8-urige werkdag.
Mijnheer de Redacteur,
Aangezien nog niemand antwoordde op het stukje van J. V. in het no. van 18 Maart mag ik misschien wel eenige ruimte vragen want met diens opvatting omtrent den achturendag moet ik zeer verschillen.
Hij zegt wel, dat wie tegen den 8-urendag is, niet tot de arbeiders behoort of er niets voor voelt, doch het is de vraag nog, wie het waarachtig maatschappelijk belang van den arbeider op het oog heeft. Want J. V. beziet de kwestie van te eng standpunt. Hij kijkt alleen maar naar het „werken", doch hij moet op het „werk" letten. En dan wat doordenken, wat het gevolg zal zijn van een stipte uitvoering van het Werktijdenbesluit.
Vooreerst in engeren zin.
Wat komt er terecht in werkelijkheid van ereenigingsleven, ontspanning, huiselijken odsdienst, enz. ? Alles mooi, dat ben ik et J. V. roerend eens, maar de praktijk is nders. In doorsnee wordt de arbeider er eestelijk niet beter van, dat hij maar 8 uren erkt. Ook de huisgezinnen gaan er nietop ooruit, ik behoef dit toch niet nader te mschrijven. En dan het werken zelf, daar ragen we maar niet meer naar. De intenieve arbeid is over het algemeen zoek, die omt wellicht als het 4 uren wordt of - — s dan heelemaal weg.
Nu van een anderen kant.
Heeft J. V. dan werkelijk nog niets geerkt van de bijna algemeene malaise in de ndustrie ? Nog niets ondervonden van de rukkende omstandigheden, waaronder zoo ele industrieën gebukt gaan ? Dat komt, omdat hij de zaak alleen bekijkt als werknemer. Trouwens, veel werkgevers vallen iet onder de wet, bedrijfsleiders, chefs de ureau, enz., in het algemeen dus zij, die eestelijken arbeid verrichten. De wetgever wist wel, dat die menschen in 8 uren niet klaar kunnen komen. Als zij ook 8 uren werkten, liep de boel zeker vast. Of worden die menschen niet moe ? Geestelijke arbeid is veel afmattender dan handenarbeid. En dan dokters en predikanten, die moeten — en ze willen ook — altijd klaar staan als een werkman roept.
Ik wil niet zeggen, dat de 8-urendag alleen de schuld is van de malaise op industriegebied, maar het is een groote factor in dit proces. J.V. moest eens nauwkeurig lezen de desbetreffende leerzame hoofdartikelen in de N. R. Ct., en niet te vergeten de kundige opstellen van dr. Nederbragt.
Door middel van de organisaties, waarvan ik ook lid ben, strijden veel Christelijke en minder godsdienstige werkgevers voor, zoo mogelijk, opheffing van het Werktijdenbesluit, waardoor de 8-urendag soepeler In toepassing zal worden of verdwijnen.
En niet alleen werkgevers, gelukkig zien ook veel werknemers in dat het zoo verkeerd gaat, verkeerd móét gaan op den duur. Van meer dan één Christelijk werkgever hoorde ik de klacht, dat men toch niet begrijpen kan, hoe geen enkele der A.R. Kamerleden den moed had.tegen deze wet te stemmen. Dat is de stemming onder de werkgevers, Christelijk of niet, allemaal min of meer ontevreden.
Er is over dit punt nog veel te zeggen, doch ik zal het hierbij laten.
Voor de plaatsing zeg ik u vriendelijk dank.
J. H. MOHR.
Kralingsche Veer, 4-4-'21.
GOUDA, 2 April 1921.
Geachte heer Redacteur,
Hiermede voldoe ik gaarne aan uw verzoek, vervat in uw onderschrift onder mijn ingezonden stuk in „De Waarheidsvriend" van 1 dezer.
Uw zegsman heeft u verteld, dat ethischen, confessioneelen en gereformeerden rechtsche evenredige vertegenwoordiging waren overeengekomen. Dat is echter onjuist. Hier omtrent is nooit een afspraak gemaakt. Wel is overeengekomen tusschen de kiesvereenigingen „Kerkelijk Leven" en Vaderlandsche Kerk" in de vacature-ds. Deur een gereformeerd predikant te beroepen en bij een eventueel volgende vacature een confessioneel predikant. Aan deze afspraak heeft zij zich niet gehouden, want toen door de gemachtigden van „Vaderiandsche Kerk"
ds. Ronner als candidaat werd genoemd, vond dit eerst groote bestrijding daar men van een Bondsman niet wilde weten en een meer bezadigd man wenschte. Ten laatste heeft men toegegeven en is deze toeroepen geworden. Helaas bedankte deze. Daarna werd door gemachtigden van de „Vaderlandsche Kerk" ds. Pop candidaat gesteld. Dit waS-heelemaal niet naar den zin van „Kerkelijk Leven" ; gezien de werkkracht en resultaten van ds. Pop te Middelharnis. Men zocht toen naar een motief om de afspraak te niet te doen en vond dit in het feit, dat de gemachtigden van de „Vaderlandsche Kerk" vooraf waren bijeengekomen om hun houding te bepalen, iets, wat niet had mogen gebeuren. Zij hebben toen in combinatie met ethischen en modernen, met voorbijgaan van ds. Lammerink en ds. Timmer, die eveneens op het drietal stonden, een confessioneelen predikant beroepen. Verder hebben zij bij de laatst gehouden vergadering van het kiescollege met dezelfde combinatie de aftredende moderne diakenen en ouderlingen herkozen.
U zult het thans wel kunnen begrijpen, dat ik de bewering, dat bij een eventueel vertrek van ds. Borger wel een Bondsman hiervoor in de plaats zou komen, in twijfel trekt.
Nog verzoekt u mij de verhoudingen van den kerkeraad op te geven. Dit is geen gemakkelijke taak. Dit weet ik echter wel, dat er drie gereformeerden in zijn en de rest (momenteel 16 en één vacature) modernen, ethischen en confessioneelen, die bij stemming één lijn spannen.
Mocht het bovenstaande bestrijding vinden, dan wil ik nog wel dieper op de dingen ingaan, doch vind dit voorloopig niet noodig.
Daar u haast niet kan gelooven dat mijn woorden waar zijn, ben ik zoo vrij dit ingezonden stuk nog door twee leden van het kiescollege te laten onderteekenen, waarna ik vertrouw, dat u dit stuk niet als eenzijdig zal beschouwen.
U dank zeggende voor de plaatsruimte. Hoogachtend,
P. J. SPEE.
A. NIEUWVELD.
E. J. NIJKAMP.
Onderschrift van de Redactie :
De broeders uit Gouda bovengenoemd moeten ons ten goede houden, dat we even opmerken, dat hun geschrijf nu niet gaat over hetgeen gevraagd is. Wat wij hebben gevraagd, is dit: wat kan men aanvoeren tegen onze veronderstelling, dat de tegenwoordige kerkeraad bij een eventueele vacature een gereformeerd predikant beroepen zal ?
Wij fiieenen nog altijd, dat, zonder dat er misschien veel over gesproken is, er bij den tegenwoordigen kerkeraad een vast voornemen is bij een eventueel vertrek van den modernen dominé een Bondsman te beroepen. Daarom hebben we ook gevraagd : hoe is de samenstelling van den Kerkeraad en wat voor bewijzen heeft men, dat 't geen wij schreven niet waar is ?
Weet ge wie één van onze zegsmannen is geweest, al is 't dan meer negatief dan positief ? Niemand anders dan dr. Niemeyei te Bolsward. Die heeft de vlag halfstoks gehangen, toen hij het bericht kreeg, dat te Gouda de Kerkeraad gekomen was in de plaats van het Kiescollege. En hij hoopte maar, dat de moderne dominé nu nog maar wat blijven mocht, anders zou Gouda, meen de hij te weten, spoedig zonder vrijzinnig predikant zitten !
Dit gaf ons te denken en wij voegden dit bij 't geen ons van meer dan een kant werd bericht in zake de verkiezing — en zoo kwa men we tot hetgeen we schreven.
Natuurlijk blijven we altijd bereid meerdere inlichtingen in ontvangst te nemen.
M. V. G.
Alphen a.d. Rijn, 4 April 1921.
Aan de Geachte Redactie van „De Waarheidsvriend", Jonkerfransstraat 72b., Rotterdam.
Millioenplan actie ?
Geachte Redacteur,
U zoudt mij zeer verplichten met opname dezer regelen, naar aanleiding van het Ingezonden schrijven van M. N. te O. B. in „De Waarheidsvriend" van 25 Maart j.t.
Geachte schrijver begint met te zeggen, hij wenscht te trachten, de A.R. partij op te bouwen, grooter, hechter, alzijdiger, degelijker, te maken. Is deze vraag gewettigd : moet de A. R. partij nog opgebouwd, nog grooter, nog hechter, nog alzijdiger, en ten slotte nog degelijker gemaakt worden ? Schrijver ziet nog al wat gebrek in genoemde partij. Doch moet dit alles opgeknapt worden door het millioenplan ? Laat ons eens even helder doordenken in dezen. Wat toch treedt hier op den voorgrond, 'volgens mijn bescheiden meening. En zeer zeker ook van velen welke eenigszins lauw en minder sympathiek tegenover deze nieuwe actie staan. Laten wij eerlijk zijn, is het niet een zeer groote zonde, n.l. menschen-vergoding.
Verder spreekt de geachte schrijver over personen, van de Gereformeerde Kerken, welke de zetels der A. R. innemen. Ik vraag in gemoede hoe staat het in de practijk met de werkelijke Gereformeerde gezindheid dier mannen ? Laat staan nog van de genoemde Gereformeerde Kerken.
Is het niet om te huiveren, als men op dit terrein met geopende oogen eens rondziet ? Is het dan niet, of de woorden van Jesaja 29 : 10, letterlijk in deze van toepassing zijn ? Zou het ook onder biddend opzien tot God gebeurd zijn, dat de A.R. partij, het pauselijk gezantschap, heeft helpen bewerkstelligen ?
Mij dunkt, het wordt tijd, als dat er onder de Hervormden van zuiver Gereformeerde belijdenis eens een actie geboren worde, om te waarschuwen tegen dergelijke verbroedering, om zoodoende voor verdere mede af zakking bewaard te blijven.
Hoe vervolgens een Hervormde samenwerking met de A.R. mannen tot' een gezegenden invloed kan werken ? Welnu dat blijkt glashelder uit geachte schrijvers ingezonden stuk zelve. Onbetwistbaar is het voorzeker dat wij recht zouden hebben op een meerder aantal goed Hervormde zetels in de Kamer.
Doch verwacht dit nooit of te nimmer van de A.R. partij. Het is de koe bij de staart pakken, doch niet bij de hoornen.
Het eenige middel, het onfeilbare middel wordt dat hier soms ook door den geachten schrijver over het hoofd gezien ?
U mijnheer de Redacteur toij voorbaat dan kend voor de verleende plaatsruimte.
Hoogachtend, Uw abonné,
B. H. HULSCHER.
Laat ons bij dit „ingezonden" , een kleine opmerking maken en wel deze, dat het miljoen-plan absoluut niet bedoelt „menschenvergoding."' Het geld wordt gevraagd, om de beginselen, die ons lief zijn, des te beter te kunnen verbreiden straks. Men moet niet geven — 't welk ook niet gevraagd vi/ordt ! — om dr. Kuyper te vergoden, maar om de wille van de beginselen, waarvan v/e gelooven dat ze ons volksleven tot zegen kunnen zijn. Voor die beginselen wordt een „offer" gevraagd. En die beginselen zijn een „offer" waard.
M. v. G.
Bouwfonds Evangelisatielokaal „Rehoboth" Nieuw-Leusen.
In hartelijken dank gedurende de laatste week ontvangen van den heer T. 'v. d. B. te Boskoop ƒ 5.— ; van den heer O. te IJlst ƒ 10.—. Mogen deze milde droppelen de voorboden zijn van een overvloedigen regen Reden tot ootmoedigen dank te over. Gedurig komen er verrassende gaven binnen. Een jongen man, dien we op zijn ziekbed maar eens konden bezoeken — hij overleed al spoedig — zei een paar dagen vóór zijn overlijden : „Moeder, als ik niet meer beter word, moet ge ƒ 125.— inplaats van ƒ 25.— van mij aan „het gebouw" geven."
Zoo leeft de Evangelisatie in het hart der bevolking.
Gedurende de Paaschdagen, toen de Eerw heer Brink, van IJsselmuiden, voorging, waren de menschen niet te bergen. Zelfs op tweeden Paaschdag was de opkomst bijzonder goed. ^
Dezer dagen gaat de aannemer D.V. over tot den bouw van het lokaal. '
Tot nu toe vergaderen we nog altoos in de fabriek. Zondag 1.1. zaten de toehoorders in de benauwde ruimte zóó dicht opeen, dat aller aangezicht glom van de warmte. (Om geen ander woord te bezigen). Straks zullen er nogal wat zilveren pannen op het dak liggen.
Lieve lezer(es) zie uw portemonnaie er nog eens op na.
In vriendelijke afwachting, W. W. BOUWHUIS, Evangelist.
Hasselt, 6-4-'21.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's