Verslag
Verslag van de jaarvergadering van den Gereformeerden Bond op Donderdag 17 Maart 1921.
III.
Nadat ds. Van der Snoek zijn referaat heeft uitgesproken, geeft de voorzitter, alvorens hem dank te zeggen, aan de vergadering gelegenheid met den referent van gedachten te wisselen.
De penningmeester heeft over het gehoorde een woord van instemming en lof. Hij vindt dat men het in Kralingen wel op prijs mag stellen dat de referent daar weldra als predikant zijn intrede zal doen en dat de vrienden uit Kralingen uit dankbaarheid wei op zich mochten nemen het referaat te doen drukken. De eenige opmerking die de penningmeester naar aanleiding van het referaat zou willen maken, is deze, dat het fonds, waarvan de spreker gezegd had dat er bijna geen gegadigden voor te vinden waren niet het Studiefonds van den Gereformeerden Bond was.
Ds. Van Schuppen, van Groot-Ammers, heeft eveneens een woord van lof en dank voor dit referaat, dat ditmaal niet over de hoofden der aanwezigen is heengegaan. Hij meent echter in een punt van den referent te moeten verschillen en wel hierin, dat wij de modernen, die zichzelf beschouwen als lid van een godsdienstige gemeenschap, zouden moeten beschouwen als ambtsdragers. Hij meent dat iemand, wiens woord niet is het Woord van Christus, het waarachtig karakter van een ambtsdrager inboet.
Ds. Van der Snoek meent in zijn antwoord dat er onderscheid moet gemaakt worden tusschen de personen en de dragers van het ambt. Wat het laatste betreft meent hij dat het ons niét aangaat hoe de modernen zich zelf beschouwen, maar dat wij 'hen, zoolang zij langs den geordend kerkelijken weg de ambten in Christus' Kerk bekleeden, dan ook als zoodanig hebben te erkennen, gelijk wij dat practisch, o.a. bij het inschrijven van kerkelijke attestatiën uit moderne gemeenten, toch ook doen.
De voorzitter zegt hierop den spreker dank voor zijn uitnemend woord. Hij meent, dat het referaat zeer dicht staat bij de werkelijkheid. Spreker had zijn onderwerp ook meer idealiter kunnen opvatten. Daarom is het temeer een oorzaak van blijdschap en dank dat hij het, ziende op de werkelijkheid, zóó behandeld heeft. De voorzitter wijst in dit verband op het streven van den Geref. Bond dat steeds geweest is niet uit den weg te gaan voor de moeilijkheden die zich voor doen, maar daarnaast ook als doel in het oog te houden de vrijmaking van de geheele Gereformeerde Kerk.
Met den wensch dat de oogen van velen hiervoor meer en meer geopend mogen worden, sluit de voorzitter de morgenvergadering, waarna op zijn verzoek ds. Van der Snoek voorgaat in dankzegging.
De middagvergadering wordt te 2 uur geopend met het zingen van Psalm 25 vers 7 en gebed door ds. De Bruin, te Zeist.
De voorzitter verblijdt zich, dat er ook in.het bezoek van onze middagvergadering weer vooruitgang te constateeren is. Hij zal om des tijds wil geen inleidend woord spreken, maar hoopt, dat Gods aangezicht ook over deze vergadering lichten zal.
Voordat de secretaris alsnu gelegenheid bekomt om de notulen der vorige vergadering te lezen, wordt de bestuursverkiezing aan de orde gesteld wegens het periodiek aftreden van de h.h. ds. Goslinga, ds. Jongebreur en ds. Rémme. Van ds. Remme is bericht ingekomen, dat hij voor een herbenoeming niet in aanmerking wenscht te komen. De voorzitter zegt, dat dit zeer tot leedwezen is van 't bestuur, dat ds. Remme gaarne had willen behouden. Aanvankelijk was het dan ook gelukt ds. Remme van zijn voornemen tot bedanken af te brengen en wel wegens zijn toen nog voorgegeven vertrek naar Amsterdam. Maar nu het gaan naar Amsterdam werd afgebroken, bleek ds. Remme niet langer van uitvoering van zijn plan terug te houden en heeft dus ook het bestuur hem, hoe ongaarne dan ook, moeten loslaten. De voorzitter stelt er prijs op te verklaren dat het bestuur steeds in de beste verstandhouding met ds. Remme heeft kunnen samenwerken en spreekt dan ook een woord van hartelijke waardeering en dank voor alles wat ds. Remme tijdens zijn bestuurslidmaatschap voor den Bond heeft gedaan.
Terwijl de vergadering nu gelegenheid krijgt om in de bestaande vacaturen van bestuursfuncties te voorzien, doet de secretaris voorlezing van de notulen der vorige vergadering, die ongewijzigd worden vastgesteld.
Het jaarverslag, hierop door den secretaris uitgebracht, luidt als volgt :
In den gang van ons bondsleven viel in 't afgeloopen jaar niet zoo heel veel afwisseling waar te nemen. Met het vermelden van de lotgevallen die vermeldenswaard zijn, kunnen v/e dan ook ditmaal betrekkelijk zeer kort zijn.
In de eerste plaats verdient mededeeling dat twee nieuwe afdeelingen werden opgericht, n.l. te Ridderkerk en te Rijswijk. De laatste is eigenlijk geen nieuwe afdeeling, maar een, die daar vroeger reeds bestond, doch voor enkele jaren wegens gebrek aan belangstelling wegkwijnende, maar nu weer uit haar asch schijnt herrezen te zijn.
De meeste gemeenten hielden zich aan de reeds jaren bestaande gewoonte om in strijd met het desbetreffend artikel in ons huishoudelijk reglement geen jaarverslag in te zenden. Alleen de afdeelingen te Dordrecht en Feijenoord maakten daarop een gunstige uitzondering. Uit die verslagen en uit hetgeen ons van andere afdeelingen verder ter oore kwam schijnt de toestand onzer afdeelingen over 't algemeen bevredigend te zijn.
Ons ledental ging vooruit. Evenals andere jaren ontvielen ons enkelen door den dood. terwijl ook enkele anderen hun lidmaatschap opzegden ; maar daartegenover traden ongeveer 250 leden toe, zoodat het ledental thans tusschen de 14 en 1500 bedraagt.
Te betreuren blijft alleen dat sommige gereformeerde predikanten, die toch bij ons hooren en met ons moesten optrekken, nog steeds van verre blijven.
Oók het getal der winteravond-spreekbeurten nam eer toe dan af. Enkele gemeenten en afdeelingen vragen zelf een spreker, waar natuurlijk niets op tegen is mits ook zulk een spreker, die dan wel niet door den secretaris van het hoofdbestuur gevraagd werd, maar die in den regel toch wel door den penningmeester van het hoofdbestuur bekostigd wordt, zich bewust is dat hij spreekt in het belang van den Gereformeerden Bond. Soms toch schijnt het voor te komen dat sprekers die voor den Bond optreden, geen woord over den Bond zeggen en - een gewone predicatie houden. En hoe uitnemend zulke predicaties nu ook overigens mogen zijn, zoo meenen we toch dat de Gereformeerde Bond er aanspraak op heeft dat in dergelijke beurten niet alléén voor zijn fondsen wordt gecollecteerd, maar dat men ze ook zooveel mogelijk bevorderlijk zal trachten te maken aan het kerkelijk doel dat door ons nagestreefd wordt. De strekking van een Bondspredicatie dient, naar het ons voorkomt, toch te zijn om het kerkelijk bewustzijn dat bij onze Gereformeerde menschen vaak zoo diep slaapt, weer wakker te roepen. En dit moet niet slechts het geval zijn met die beurten die hen, den penningmeester uitgezonderd, buiten 't hoofdbestuur om laat vervullen, maar natuurlijk ook met die welke rechtstreeks van het hoofdbestuur uitgaan en waarvoor de sprekers door den secretaris worden gevraagd.
Dergelijke beurten werden dezen winter voor zoover wij weten, vervuld te Neerlangbroek, Veenendaal, Nieuwpoort, Vlisslngen, Ottoland, Wilnis, Gouderak, Nijkerk, Zegveld, Kockengen Werkhoven, Odijk, Ooster-Nijkerk, Wanswerd, Wapenvelde, Enter, Polsbroek, Sprang, Arnemuiden, Leerbroek, Hoevelaken, Delft, GrootAmmers Ter Aar, Waarder, Ermelo, Garderen, Hoornaar, Kamperveen, Bodegraven Raamsdonk, Schoonrewoerd, Wijngaarden, Leiden, Feijenoord, Ridderkerk, Bolnes, Heilouw, Onstwedde, Harderv/ijk, Leerdam, Hasselt, Zeist Ouderkerk a.d IJsel Mastenbroek, Rouveen, Alphen, Huizen, Genemuiden, Westbroek, Giessendam, Hoogeveen en Zetten.
Voor deze 52 gemeenten of afdeelingen waar meestal in de week, in enkele op Zondag een beurt werd vervuld, traden op de predikanten Beekenkamp, Dekker, Steenbeek (Wilnis), Remme, .De Bruin, Van der Snoek, Holland, Van Schuppen, Severijn. Batelaan, Pott, Pop, Jongebreur, Goslinga, Goverts, Van Toorn, Timmer, de Geus, Van Wijngaarden, Batelaan, Bieshaar, Luteijn. Kijftenbelt, Koolhaas en Van den Berg.
Zeker niet minder dan door deze spreekbeurten werden onze beginselen gepropageerd door ons blad „De Waarheidsvriend"., Ik vermoed dat over den bloei van deze gedienstige zijner twee dochters de penningmeester nog wel een en ander zal te zeggen hebben. Daarom kan ik volstaan met een reeds bekende mededeeling, dat dank zij de ijverige bemoeiingen van onzen fiscus het getal der abonné's van ons, blad den laatsten tijd zeer klimmende is.
Het bestuur vergaderde op gewone tijden en behandelde de loopende zaken, waaronder onderscheidene aanvragen om toelagen uit het Studiefonds. Ook bood het bestuur aan de Geref. Theol. Studentenvereeniging „Voetius" te Utrecht een bedrag aan uit het Leerstoelfonds tot het doen houden van wetenschappelijke voorlezingen. Niettegenstaande op een desbetreffende vraag het bestuur aan deze vereeniging de meest mogelijke vrijheid had gegeven wat de keuze der sprekers betreft en in deze geen enkele voorwaarde gesteld had dan deze, dat de gevraagde sprekers zouden moeten zijn van gereformeerde confessie, meende genoemde vereeniging het aanbod niet te kunnen aanvaarden en de onderhandelingen te moeten afbreken, omdat zij meende dat „een vereeniging als „Voetius" nooit het initiatief tot het doen houden van wetenschappelijke voorlezingen nemen kon, aangezien daaruit verschillende moeilijkheden zoowel voor de vereeniging zelf als voor hare leden zouden kunnen voortkomen." Het bestuur van den Bond kan niet anders dan zijn leedwezen over dit besluit paren aan zijn verwondering over het feit, dat genoemde vereeniging, die eerst hare waardeering over ons aanbod had uitgesproken, zóó laat tot dit inzicht kwam.
Voorts dient nog gememoreerd te worden dat het bestuur op zijn laatste vergadering besloot tot het uitschrijven van een vergadering van gereformeerde predikanten in onze Kerk teneinde een "samenspreking te hebben en zoo mogelijk tot overeenstemming te komen over het door de Synode vastgestelde en op 15 Januari 1.1. ingevoerde Reglement op de Predikantstractementen. Deze vergadering werd 21 Febr. in „Irene" te Utrecht gehouden, en had tot resultaat, dat bedoelde samenspreking wel gehouden, maar de gcwenschte overeenstemming niet verkregen werd. Naast een minderheid die zich verklaarde tegen de doorvoering van dit Reglement, stond een meerderheid die zich de bezwaren en moeilijkheden niet ontveinsde, maar die toch meende dat nu het Reglement er eenmaal was, er ook naar een zoo richtig mogelijke uitvoering er van gestreefd moest worden.
In verband niet deze kwestie dient ook nog vermeld te worden dat door drie leden van het Hoofdbestuur een vergadering was bijgewoond die door den Bond van predikanten met afgevaardigden van onderscheidene corporaties gehouden was en waarin onzerzijds zeer sterk was aangedrongen op de handhaving van het plaatselijk gemeente recht, waarmee in het oorspronkelijk ontwerp ten eenenmale gebroken was en dat nu in het ingevoerde Reglement gehandhaafd is.
En hiermede meenen we een overzicht van de voornaamste gebeurtenissen van ons Bondsleven uit het afgeloopen jaar gegeven te hebben. Laat ons hopen dat het uitgestrooide zaad nederwaarts wortelen heeft geschoten. en niet zal nalaten opwaarts vruchten te dragen, vruchten die strekken zullen tot oplossing van het kerkelijk vraagstuk en in dien weg tot heil onzer Kerk en tot eer van Gods Naam.
Als de Secretaris gesproken heeft, is het woord als gewoonlijk aan den Penningmeester. Deze brengt op de bekende tol luisteren dwingende en tot belangstelling prikkelende wijze verslag uit Ie. van de uitgaven en de inkomsten van den Geref. Bond 2e. van de uitgaven en de inkomsten van De Waarheidsvriénd ; 3e van de ontvangsten en de uitgaven van het Studiefonds en 4e. van de ontvangsten en de administratieve uitgaven van het Leerstoelfonds. Uit een en ander blijkt dat voor de beide Fondsen in 't afgeloopen jaar ongeveer ƒ 13.000 werd ontvangen, een bedrag dat wij tot heden nog nooit hebben bereikt, en waarvoor in de eerste plaats zeker de dank toekom.t aan dien Vader der lichten, van Wien aüe goede gaven en volmaakte giften tot ons afdalen, maar daarna zeker ook aan onzen ijverigen Penningmeester van wien al^p Bondsleden overtuigd zijn dat hij, voor zoo ver wij menschen dat zijn kunnen, voor den goeden staat onzer Financiën onmisbaar is
Na het verslag van den Penningmeester doet de Voorzitter namens de Commissie voor een op te richten Kweekschool voor Chr. Onderwijzers(essen) enkele mededeelingen aangaande dien arbeid. Daaruit blijkt dat door verschillende omstandigheden o.a. uit de omstandigheid dat de bepalingen van de nieuwe Wet op het Onderwijs niet zoo gunstig'zijn als aanvankelijk vermoed werd, deze zaak op het doode spoor is geloopen, zoodat besloten werd de hiervoor bestaande Commissie met vriendelijken dank voor haar bemoeiingen, waaraan ds. De Bruin zeker niet het kleinste aandeel heeft gehad, te, dechargeeren in de hoop, wanneer later de omstandigheden gunstiger mochten blijken, alsdan dit werk te kunnen hervatten.
De Voorzitter stelt nu aan de orde de voorstellen van de afdeeling „Dordrecht" tot wijziging van art. 5 en art. 7 der Statuten strekkende dat leden van den Bond alléén dan ter prediking van Gods Woord zullen mogen uitgaan in Evangelisaties, die niet bij de Vereeniging zijn aangesloten, wanneer zij daartoe schriftelijk machtiging bij hef Hoofdbestuur hebben aangevraagd en bekomen, benevens royement, wanneer een lid door woorden of daden toont zicTi hieraan niet te houden. Deze voorstellen zijn blijkens de bijgevoegde toelichting die door de afgevaardigden uit Dordrecht nog wordt aangevuld door de afdeeling gedaan naar aanleiding van het feit dat te Dordrecht tegelijkertijd dat daar.des Zondagb in de Kerk door een predikant, lid van den Bond werd gepreekt, een ander predikantlid van den Bond optrad in de daar bestaande Evangelisatie, die vroeger beheerd werd door ds. Keiler. Het kon natuurlijk niet anders of een dergelijk ongehoord optredepi vindt algemeene afkeuring en wordt door een groot deel der vergadering ten zeerste betreurd. Ds. Prins van Giessendam vooral laat een scherp woord van protest hooren en zou als protest daartegen de voorstellen met algemeene stemmen willen aannemen. Anderen vinden het echter wat bezwaarlijk de leden van den Bond aan banden te leggen en vreezen dat dit de grootste moeilijkheden zal opleveren. Een enkele stem wordt zelfs gehoord om het uitdragen van Gods getuigenis, op welke wijze het dan ook geschiedt, niet tegen te gaan.
(Blijkbaar begreep deze broeder niet dat een dergelijk standpunt met elk Kerkbegrip spot en daarom in onzen Bond die op Kerkherstel uit is, door niemand moest ingenomen worden). De vergadering vindt het ten slotte gewenscht om in dezen voorloopig althans den gulden middenweg te bewandelen.
Naar aanleiding van een voorstel van ds. Bartlema, dat door ds. de Bruin nog verder werd aangevuld, v^erd besloten tot de betrokken predikanten een schrijven te richten en te trachten op deze wijze hun het onkerkrechterlijke, dus het ongereformeerde van hun handelwijze onder de aandacht te brengen. Ook ds. Zandt sprak zich uit in den zin om met zachtmoedigheid de partijen bij elkander te brengen, terwijl de afgevaardigden uit Hilversum deze zaak aangrepen om scherp te protesteeren tegen üe wijze waarop zij bij de laatste predikantsberoeping daar ter plaatse door de Conïessioneelen behandeld waren.
De Voorzitter doet alsnu mededeeling van den intusschen bekend geworden uitslag der Bestuursverkiezing. Daaruit blijkt dat ds. Goslinga en ds. Jongebreur beiden met groote meerderheid herkozen zijn, terwijl in de vacature-ds. Remme gekozen is ds. Batelaan van Amersfoort. Aan dezen laatste die niet ter vergadering is zal van deze benoeming bericht worden gedaan, (sinds kv/am bericht in dat hij de benoeming met dank voor het in hem gestelde vertrouwen aanvaardt), terwijl de beide herkozenen zich beiden hunne benoeming laten welgevallen.
Hierna is aan de orde wat door velen beschouwd werd als de hoofdschotel van de middagvergadering, n.l. de voorstellen van ds. Van Schuppen en enkele broeders uit Groot-Ammers, om zich uit te spreken over het nieuwe Reglement op de predikantstractementen en van wege den Bond een vergadering saam te roepen van Gereformeerde predikanten met deputatiën van Gereformeerde Kerkeraden en Kerkvoogdijen ter vaststelling van een eendrachtige houding t.o.v. genoemd Reglement.
Ds. Van Schuppen het woord verkrijgend om deze voorstellen toe te lichten, zegt dat wij van morgen gehoord hebben in welk 'n betreurenswaardigen toestand onze Kerk verkeert. Is het ons nu geoorloofd dat stuk der ellende nog te vergrooten ? Wij staan hier — aldus spreker — voor een principieele kwestie. Als men dat niet erkent wil men de kwestie niet begrijpen. De Hervormde Kerk erkent de Modernen. De vraag is echter of we daarin nog verder moeten gaan Op deze vraag meent hij dat door alle Gereformeerden een ontkennend antwoord gegeven moet worden. Spreker meent dat wan neer dit voor ons, evenals voor hem een gewetenskwestie is, er van een bukken of buigen, als men dit Reglement wil doorvoeren, geen sprake mag zijn.
Ds. Prins van Giessendam wil den toestand helder onder de oogen zien en meent dat we dan niet alleen oprecht moeten zijn als de duif, maar ook voorzichtig als de slang. Hij gaat na hoe tengevolge van de slechte tractementen de toestand in onze Kerk thans zoo is geworden, dat er reeds 'n groot tekort aan predikanten is, welk te kort nog aanzienlijk vergroot dreigt te worden. Over vele kerkvoogden wordt door hem een alles behalve malsch oordeel geveld. Hij meent, dat waar het reglement zich met geen enkele beheerskwestie bemoeit, 't nu het er eenmaal is, niet moet worden tegengestaan en zou als er een vergadering in den geest van het voorstel uit Groot-Ammers vv^ordt samen geroepen, willen adviseeren dat het reglement zoo goed mogelijk gehandhaafd zal worden.
De heer Kraan, van Eist, vraagt of een zich verzetten tegen de reglementen onzer Kerk niet noodwendig op een doleantie zal moeten uitloopen.
Ds. Binsbergen, van Leerbroek, acht het voorstel van ds. Van Schuppen c.s. bijzonder gevaarlijk omdat het zich wil begeven op irevolutionairen weg. Hij meent, dat zoolang wij onder de tegenwoordige Synode staan, deze ook door ons als hoogste kerkelijke macht erkend en dus gehoorzaamd moet worden, tenzij dit natuurlijk voor ons een gewetenszaak wordt. Als het dit voor ds. Van Schuppen is, mag hij niet gehoorzamen, maar dan is er geen andere weg dan de Hervormde Kerk te verlaten. En het komt spreker voor, als dat moodig was, daarvoor dan wel gewichtiger redenen zouden kunnen aangevoerd worden dan deze financiëele kwestie. Spreker gelooft echter dat wij ook in kerkelijke regeeringen geen secte of muiterij mogen aanrichten.
Ds. de Bruin heeft met verbazing de inleiding van ds. Van Schuppen aangehoord. Hij vraagt zich af: waarom blijven we in de Hervormde Kerk ? En dan kan hij daarop geen ander ant: woord geven dan dit: omdat de belijdenis der Kerk nog altoos is de Gereformeerde belijdenis, de drie Foimulieren van Eenigheid. Nu hebben we beloofd tot den bloei onzer Kerk werkzaam fe zullen zijn met opvolging van hare verordeningen. Spreker meent dus dat een reglement, dat wettig ingevoerd is, door ons ook moet uitgevoerd worden en verwacht daar om niet anders dan onheil van een plan als dat van ds. Van Schuppen.
Ds. Verkerk, van Gouderak, verklaaif zich ook tegen het voorstel uit Groot-Ammers. Hij meent, dat dit reglement de oorzaak zal blijken dat juist de vrijzinnige gemeenti-n zullen vastloopen en gelooft dus dat juist langs dezen weg onze Kerk van allerlei elementen, die er niet in thuis hooren, gezuiverd zal worden.
Ds. Beekenkamp, van Leiden, sluit zich aan bij hetgeen door de vorige sprekers reeds gezegd is en vindt dat de goede zijde van dit reglement dat nu juist de oogen van onze menschen voor den treurigen toestand onzer Kerk beginnen open te gaan.
Ds. Zandt, van Delft, herinnert aan den strijd die reeds door Groen van Prinsteret tegen de organisatie onzer Kerk gestreden is en meent dat wij in geen enkel opzicht, zooals dit reglement wil, aan het ongeloof de hand mogen geven.
De heer Jongejan, van Gouda, acht, dat wij een macht, die niet van God, maar van den duivel is, niet mogen gehoorzamen.
Ds. Lammerink, van jaarsveld, vraagt wat er tegen is om een vergadering te houden als door ds. Van Schuppen c.s. bedoela, Hij gelooft dat, zooals de zaak nu staat dat het reglement moet uitgevoerd worden, onze Kerk een groot gedeelte en wel het beste zal verliezen, en acht het dus wel een beraadslaging waard om dit te voorkomen.
Ds. Goslinga, van Utrecht, is het met het denkbeeld eener vergadering eens, ook al gelooft hij dat er van de modernen een veel grooter deel zou wegloopen dan van de orthodoxen.
Ook de heer Van de Westeringh, van Veenendaal, pleit, waar de meeningen zoo ver uiteenloopen voor het houden van een dergelijke vergadering en zou deze vergadering gaarne zien gehouden vóór den 7den April, aangezien dan de Vereeniging van Kerkvoogden vergaderen zal.
De afgevaardigde van Oudshoorn is het eens met ds. Van Schuppen, maar zou toch een afwachtende houding willen aannemen.
Ds. Van Schuppen beantwoordt hierop de sprekers en meent dat men getracht heeft de zaken om te keeren. Hij wil echter den stoel niet op zijn kop zetten en blijft bij zijn meening, dat als we de dingen principieel beschou.v/en, we niet aan de doorvoering van dit reglem.ent mogen medewerken.
Na repliek van ds. Van Binsbergen en anderen neemt tenslotte de voorzitter het woord. Hij wil niet veel zeggen, maar meent toch een enkel woord van waarschuwing te moeten doen hooren, en wel tegen het gevaar van deze kwestie te verdoezelen. Hij meent, dat dit geschiedt door de groote woorden die hier door sommigen gesproken zijn alsof alleen degenen die het reglement niet wenschen uit te voeren zouden willen buigen voor Gods Woord. Spreker gelooft, dat buigen voor Gods Woord iets is, dat wij allen begeeren. Nu zijn de meeningen verdeeld, waarin in deze kwestie het buigen voor Gods Woord bestaat. Daarover kan ook verschillend geoordeeld worden, maaf dat verschil moet niet opgeblazen woraen. Spreker gaat hierop na hoe dit reglement is tot stand gekomen, hoe het een wrange vrucht is van den droeven toestand onzer Kerk, waarin we nog steeds zuchten onder de verwarde combinatie van bestuur eri beheer. Hiervan is door vele kerkvoogden, ook door vele gereformeerde kerkvoogdijen, misbruik gemaakt. Vele kerkvoogden mochten zich dan ook wel schamen voor God dat zij zich nooit over de oplossing der kerkelijke kwestie heben bekommerd, en dat zl], nu het over de financiën gaat, eerst wakker gaan worden. Velen laten zich opzetten door het z.g.n. moderne gevaar, alsof de kwestie niet veel dieper ligt. Spreker heeft niets tegen een vergadering, zooais deze door sommigen wordt gewenscht. Hij vreest ecnter, dat een dergelijke vergadering weinig of niets zal uithalen. Wel gelooft hij dat er van zulk een vergadering kracht zou kunnen uitgaan, wanneer men, inplaats van revolutionair op te treden, bij den wortel der zaak zou willen beginnen en wel door in verband met deze kwestie het kerkelijk probleem aan de orde te stellen. In dien zin wil het hoofdbestuur dan ook wel het initiatief nemen een vergadering van afgevaardigden van Kerkeraden en Kerkvoogdijen saam te roepen. Met dit laatste woord van den voorzitter blijkt de vergadering zich over het algemeen v> /el te kunnen vereenigen. In dien zin wordt dan ook een besluit genomen.
Ds. Lammerink vraagt hierop nog, of hel niet wenschelijk zou zijn om het inleidend ; woord, dat de voorzitter voor eenige weken gesproken heeft op de predikantenvergadering die over deze kwestie gehouden werd, niet verspreid zou kunnen worden.
De voorzitter zegt overweging hiervan toe
Hierna is het hoog tijd om te eindigen, aangezien reeds onderscheidene leden * vergadering om des tijds wil verlaten het)ben. Aan enkele afgevaardigden, die ovcf verschillende dingen nog het woord wenschen, wordt in overweging gegeven hunne
aken bij het hoofdbestuur aanhangig te laken.
Na een kort slotwoord van den voorzitter oidt dan ook de vergadering door ds. ïeekenkamp met dankzegging gesloten.
ïeekenkamp met dankzegging gesloten. De i6de jaarvergadering van onzen Bond, lie zeker niet de onbelangrijkste was, beloort hiermee tot het verleden.
loort hiermee tot het verleden. Moge de vrucht van deze vergadering vezen dat de gereformeerde elementen In mze Kerk, ook bij onderling verschil van evoelen, 2ich nauwer mogen aaneensluiten lm straks bij de naderende oplossing van et kerkelijk vraagstuk schouder aan scnouler Ie staan. Dan zal er met het gereforleerd deel van ons volk dat nog in de Heiormde Kerk achterbleef, meer en meer gcekend worden en zal het blijken dat ook in lezen de arbeid van den Gereformeeraen ond niet tevergeefs is geweest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1921
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's