De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

5 minuten leestijd

Van 's levenspad

door COR.

Immer blijvende smart. I.

Vanaf zijn kinderjaren was Johannis reeds voorgehouden, dat hij op reis was naar de eeuwigheid en dat hij, zou het wel zijn, niet kon sterven zooals hij geboren was, toeladen met den last der zonde, welke dag aan dag werd vergroot. Op eenvoudige, kinderlijke wijze sprak zijn vader hem in zijne jeugd reeds daarover, telkens weer vermanende den Heere te vragen een nieuw hart te mogen ontvangen dat naar Hem uitging. Nooit liet zijn vader een gelegenheid voorbij gaan hem dat voor te houden, daarmede bekend te maken.

Alle vermaan was echter vergeefs, zijns vaders woorden kwamen slechts tot het oor, vonden geen weerklank in het hart, wat meer en meer openbaar werd in het opgroeien. Hoe vol liefde zijns vaders waarschu­wende stem ook werd vernomen, hij luisterde er niet naar, het liet hem koud, hij sloeg er geen acht op. Steeds meer betoonde hij geen lust te hebben in den dienst des Heeren, de God zijns vaders, die, zelf uit het leven der zonde getrokken zijnde en daardoor bij ervarimg wetende welk een harden, zwaren dienst de wereld oplegt, zonder ooit rust of vrede te geven, zoo gaarne ook hem daarvan wilde afhouden en doen voortgaan op 's levenspad, vragende en zoekende naar den Heere. Met diepe smart zag hij echter Johannis steeds verder zijn schreden zetten op het pad der zonde, bemerkte hij zijn toenemende lust tot het kwaad. Onophoudelijk waarschuwde hij ihem, klonk zijn vermaan, doch niets baatte, in de zonden wilde Johannis zijn vermaak zoeken, dat was de lust zijns harten. De wereld, welke hem zooveel klatergoud liet zien, trok hem aan, daar wilde hij zich aan geven, daarvan genieten, niet inziende dat alles wat de wereld biedt, wat zij als genot en vermaak voorspiegelt, zijn liahaam verwoestte en zijn ziel naar het eeuwig verderf voerde.

Welk een droefheid berokkende hij zijn vader door zijn steeds openlijker betoonen, niets meer van alles waar hij in opgevoed was te willen weten, daarmee spotte en daarom laohte.Met tranen in de oogen stond deze menigmaal voor hem, hem smeekende zoo niet voort te gaan, dien weg der zonde toch te verlaten. Een spottende lach een smalende blik was dan echter zijn eenig antwoord, niet bedenkende dat het vaderhart daardoor zoo pijnlijk werd verwond.

Toen Johannis twintig jaar oud was, werd zijn vader opeens door den dood weggerukt, onverwachts wend zijn levensdraad afgesneden, zoo plotseling, dat hij niet eens afscheid van de zijnen kon nemen, niet eens met stervende lippen Johannis nog een laatste woord van waarschuwing kon geven. Even werd hij door dit plotselinge verlies getroffen, doch spoedig was hij het weer te boven, ging hij weer voort, vermaak zoekende in de dingen der wereld..

Lang duurde dit echter niet meer, want nog niet eens was een jaar na zijns vaders dood voorbij gegaan, toen de Heere hem kwam staande houden, hem ontdekte aan zichzelf en liet zien wat het eind was van den weg waar hij op voortging. Vol droefheid en smart zag hij terug op den weg, welke achter hem lag, waar hij zoo langen tijd op voortging, jagende naar het genot der wereld. Daarop voortgaan was niet meer mogelijk, de lust daartoe was vergaan, om plaats te maken voor een zoeken naar den eenigen weg des levens, naar het behoud zijner ziel.

Een vragen en zoeken naar den Heere, dat is zijn begeerte sinds dien tijd, dat zijn verlangen, maar ook ziet hij immer terug op al het bedreven kwaad, klinkt zijn klacht dat niet bedreven te hebben. Nu hoort hij telkens weer de waarschuwende stem zijns vaders in zijn ooren klinken, die weleer tot hem gesproken woorden, wat hem dan de wensch doet uiten, toen daarnaar geluisterd te hebben. Nu is het hem vaak als ziet hij zijn vader voor zich, hem met liefdevolle oogen aanblikkend, nu is bet menigmaal als ziet hij dat trouwe vaderoog weer voor zich, als hoort hij zijn stem en wordt het verlan­ gen zoo groot nog tot zijn vader te kunnen gaan, hem vertellende wat de Heere deed.

Ach kon ïk nog maar een enkelen keer tot vader gaan, denkt hij vaak, hem vergeving vragende. Welk een blijdschap zou dat voor hem zijn, welk een vreugde dat in zijn oogen verwekken.

Maar neen, daarvoor is het te laat, reeds rust zijn vader dn het graf, nooit meer kan hij tot hem gaan, nooit meer in dat liefdevolle oog staren. Had vader nog maar een jaar geleefd, denkt hij telkens weer, dan zou ik nog in de gelegenheid zijn geweest, heni de wondere daden des Heeren te vertellen, maar nu, ach nu is het te laat. Dat maakt hem vaak zoo droevig, doet hem met bittere smart vervuld voortgaan op 's levenspad, want altijd weer denkt hij aan de droefheid zijn vader berokkend.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 1921

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's